Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Valse Engelen

Gestart door Dixie, 8 november 2011, 12:45:28

Vorige topic - Volgende topic

Dixie

Hoofdstuk 1      Wit
Zacht, vaag gezoem. Als een vlieg die om mijn hoofd cirkelt en maar niet weg wil gaan. Ik wil wel slaan, maar mijn handen willen niet. Ik voel me moe en leeg. Waar ben ik? Moet ik niet opstaan? Als ik mijn ogen open doe zie ik alleen maar wit.

Alleen maar wit. Nena keek verbaasd om zich heen. Het leken net muren die ondergesneeuwd waren, gelinkt aan een straat die ondergesneeuwd was, overdekt door een lucht waar zo veel sneeuw uit viel dat het één grote witte brei was.
"Ah, je bent wakker, zie ik." Een donkere stem klonk achter haar en geschrokken ging ze overeind zitten. Haar lichaam voelde vreemd aan, alles tintelde en ze voelde een overweldigende moeheid. Ze draaide zich half om en zag een donkere jongen staan. Zijn haren waren kleine krulletjes die als een soort waterval uit zijn hoofd leken te komen. Twee donkere ogen keken haar met een mengeling van spot en vrolijkheid aan. "Je deed er wel lang over zeg, ik was bang dat die truck geladen was met bakstenen of ijzer en je zo hard overreden had dat je zelfs hier niet meer wakker zou worden." Nena keek hem even verdwaasd aan. Wat zei hij nou? Overreden door een truck? "Goh, je weet niet waar je bent, natuurlijk. Hoe dom kan ik ook zijn." Hij kwam naar haar toegelopen en stak een hand uit. Ze pakte hem voorzichtig aan. "Laten we gaan. Ik ben Anton, trouwens." Het was een vreemde omgeving en ze voelde zich allesbehalve op haar gemak hier, in deze witte woestijn, maar hij was de enige hier zo te zien en ze kon er niet in haar eentje op uit gaan.
Met zijn zachte hand in de hare geklemd stond ze op en ze klopte even haar kleding af. Verbaasd keek ze naar haar kleding. Een witte jurk die wel uit een ziekenhuis leek te komen. Ze had normaal nooit jurkjes aan. Ze grinnikte even: ze droomde natuurlijk, niets anders kon deze vreemde wereld verklaren. Ze sprong op en dacht ingespannen "Ik vlieg! Ik vlieg!"
Maar met een doffe plof kwam ze weer op de grond neer. Ze stond op en met een verbeten grijns op haar gezicht probeerde ze het nog eens. Wederom gebeurde hetzelfde. Ze zuchtte. Dit was zeker weer zo'n stomme droom waarin ze, zelfs als ze wist dat ze droomde, niet kon bepalen wat er gebeurde. "O-kee...." Hoorde ze achter zich. Ze keek om naar de jongen. "Ik.... Ik ehm...." Stamelde ze. Ze schaamde zich wel een beetje, zo omhoog te springen en dan niet te kunnen vliegen. "Maakt niet uit, meid. Ik heb wel vreemdere dingen gezien. Zullen we?" Nena keek hem verdwaasd aan maar besloot dat ze de jongen maar zou volgen. Hij leek aardig te zijn en bovendien leek hij te weten waar ze heen moesten. Daarnaast, wat kon er haar nou gebeuren in een droom.
Ze liep een eindje achter hem en negeerde de blikken die hij steeds over zijn schouder wierp. Na een tijdje gelopen te hebben vroeg ze zich af waar hij haar heen zou leiden. Nog steeds was er niets anders dan wit, niets anders dan wat sneeuw leek te zijn maar aan haar blote voeten aanvoelde als een soort koude keukenvloer. Toen stond hij plots stil. "Zeg, gaan we nog beginnen, of hoe zit dat?" Vroeg hij een beetje boos, terwijl hij zich omdraaide. Nena keek hem verbaasd aan. "... Beginnen?" Vroeg ze aarzelend. "Ja, wat verwacht je nou! Dat we hier blijven lopen totdat we een ons wegen?" Nena keek hem aan en voelde een klein sprankje van angst. De jongen keek haar boos aan en greep toen plots haar arm vast in een ijzeren greep. "Hee!" Nena probeerde zich los te wringen, maar de jongen bewoog geen vinger. Haar hart bonsde in haar borstkas en hoe harder hij kneep, hoe banger ze werd.
Als op toverslag leek er een zwarte smurrie van het plafond naar beneden te druipen. Met grote ogen keek Nena toe hoe de wereld van een sneeuwvallei in een gat van duisternis leek te veranderen. De vingers om haar arm verslapten zich. "Dat is beter.... Wat?!" Ook Nena voelde waar de jongen het over had. De vloer leek weg te smelten onder haar voeten en voor ze het in de gaten had zette zich een vrije val in. Ze gilde zo hard ze kon en hoorde hoe ook de jongen het op een schreeuwen had gezet. "Omhoog, Nena, omhoog!" Nena hoorde de stem van de jongen rond haar heen galmen en machteloosheid greep haar vast. "Wat?!" Tranen welden op in haar ogen en ze kneep zichzelf in de arm. "Wakker worden, wakker worden, wakker worden..." Een eeuwenoud trucje dat ze zichzelf aangeleerd had om uit een nachtmerrie wakker te worden. Maar het leek niet te werken. De vrije val ging door, en door, en door, totdat er weer iets wonderbaarlijks plaatsvond. De zwartheid om haar heen veranderde zich in een helderblauwe omgeving, met wolken die als dotten van watten om haar heen zweefden.
Met een plof landde Nena op een ondergrond die zo zacht aanvoelde als de vacht van het beste schaap van de wereld en rook als een veld vol verse bloemen. Verbaasd bleef ze liggen. Voor haar verscheen een schim. "Welkom, Nena. Welkom in de hemel. Ik ben Desmond, je haler."


Hoofdstuk 2      Nieuw
Overreden, door een truck. Welkom in de hemel. Een rare droom of nachtmerrie waaruit ik maar niet wakker wil worden. Het enige wat hier goed voelt is het vreemde bed waarop ik lig. Als ze me maar laten liggen, dan zal alles wel goedkomen.

Verward keek Nena naar de man die zich voorstelde als Desmond. Die hurkte nu voor haar en keek haar even indringend aan. "Ik wil mijn excuses aanbieden voor de jongeman die je waarschijnlijk een beetje verward achtergelaten heeft. Hij had het je beter uit moeten leggen. De wereld waarin je je nu bevindt," hij zwaaide even met zijn arm om zich heen, "is de wereld waarin je ziel achtergelaten is toen je gestorven bent." Nena keek hem met grote ogen aan. Weer dat verhaal over gestorven zijn. "Gestorven?" Desmonds blik vernauwde zich even. "Dus zelfs dat heeft hij je niet verteld." Hij keek even bedenkelijk en ging toen op het witte pluis naast haar zitten. "Ik weet nog goed toen ze het mij vertelden. Ik was helemaal alleen, ik werd omringd door groene bollen. Op een gegeven moment kregen ze grote bekken met scherpe tanden en kwamen ze op me af. Toen verscheen de mooiste verschijning die ik ooit gezien heb. Rode haren als een krans om haar hoofd, blauwe ogen waar de zee in leek te bewegen, en een mond zo rood en mooi al was hij aan de beste kersenboom gegroeid." Desmonds blik dreef even af en toen Nena zachtjes kuchte leek hij door te krijgen dat er een angstig meisje naast hem zat. "Oh, juist. Dat was Magdalena, mijn Haler. En nu mijn vrouw, overigens. Maar toen dus mijn Haler, zoals Anton jouw haler was." "Haler? Wat is een haler?" Desmond kon duidelijk zijn frustratie over het feit dat Anton haar zelfs dat niet verteld had niet geheel beheersen, maar zijn stem bleef rustig. "Een haler is het eerste contact dat een ziel heeft met het hiernamaals. Erg belangrijk. De overgangsfase van het lichaam naar de hemel is erg onstabiel. Het is een samenwerking tussen de Haler en de ziel die deze wereld creëert. De Haler moet ervoor zorgen dat de ziel zich op zijn gemak voelt, dan zal de ziel zelf de wereld ontvouwen. En in sommige gevallen," hij stond even op en pakte Nena's hand, zodat ook zij opstond, "kan de Haler een tijdelijke wereld creëren die de ziel later zelf zal ondersteunen. Zoals hier dus." Nena keek om zich heen en zag dat het wolkenveld zich nu tot in de verte uitstrekte. Hier en daar zweefden groene bollen met een krans van rood haar om zich heen. Desmond grinnikte even. "Je laat je nog wat makkelijk beïnvloeden, Nena. Maar dat komt wel goed." "Maar... Ben ik dan.... Ben ik dood?" Vroeg Nena aan Desmond, die een arm om haar schouder had geslagen en nu met haar van wolk naar wolk overstapte. "Ja, ik ben bang van wel. Maar geen zorgen, het hiernamaals is zo erg nog niet." Nena slikte even. Het besef drong maar moeilijk tot haar door. Ze wist ten eerste niet zeker of ze niet gewoon droomde en ten tweede.... Het was een raar besef, maar ze kon zich met moeite dingen herinneren over haar dood, of überhaupt over ook maar iets wat er zich voor haar dood afgespeeld had. "Ik... Ik herinner me niets meer." Desmond knikte. "Fijne bijkomstigheid van deze overgangsfase. Je weet niets over wat er zich hiervoor afspeelde, en ook niets over wat er zich hierna af zal spelen. Maar nu, lieve Nena, moeten we omhoog. Laten we die roltrap nemen." Nena keek opzij en zag dat er op één van de wolken inderdaad een roltrap stond, die eindeloos omhoog leek te gaan. "Heb ik die dan ook gemaakt?" Vroeg Nena verbaasd. Desmond grinnikte kort. "Ja, of ik." Nena keek hem lichtelijk in de war aan. "Maar je zei net dat alleen ik deze wereld kon maken!" "Ja, dat klopt, maar denk maar eens niet aan een kabouter in een roze zwembroek." Een minigilletje klonk en Nena keek met een mengeling van bezorgdheid en verbazing toe hoe vanuit de lucht een kabouter kwam vallen, met om zijn kleine billetjes een roze zwembroek gespannen. Ze sloeg haar hand voor haar mond en keek de kabouter na. "Laat je hem niet te pletter vallen? Geef hem op zijn minst vleugeltjes," zei Desmond, met een vleug van amusement in zijn stem. Niet veel later kwam de kabouter voorbij vliegen, een mini-jetpack op zijn rug gebonden. Hij keek even boos naar Nena en vloog toen weg, tot hij een roze minipuntje in de verte was.
"Ah, de roltrap. Gaat u voor!" Zei Desmond, en Nena keek omhoog, de eindeloze roltrap op. Voorzichtig zette ze een voet neer. Onmiddellijk schoot de roltrap omhoog. De wereld raasde en haar voorbij en eventjes keek ze achterom, of Desmond er nog wel was. Die stond neuriënd achter haar, hij keek rustig om zich heen en leek zich niet te storen aan de alarmerende vaart van de roltrap.
Toen ze enkele minuten op de trap gestaan hadden verschenen er bordjes met neonlichtjes en gloeilampjes in allerlei verschillende kleuren, zwevend op wolkjes naast de roltrap. Verschillende uitspraken flitsten aan haar voorbij. "WELKOM IN DE HEMEL", met een houterig zwaaiend engeltje van lampjes ernaast. "U BENT ER BIJNA", met een grote, groene, knipperende pijl omhoog ."HALERS, VERGEET  UW IDENTITEITSKAART NIET", op een oud, versleten houten bordje, en "ZOALS HET KLOKJE THUIS TIKT, TIKT HET NERGENS", met een klok waarvan de wijzers in duizelingwekkende snelheid ronddraaiden.
Nena haalde even een wenkbrauw op bij de laatste, maar voordat ze kon vragen waarom de borden er stonden werd ze niet bepaald licht van de roltrap afgesmeten. "Oeps!" Hoorde ze Desmond zeggen, waarna een hand haar van de grond af hielp. Nena keek nieuwsgierig om zich heen. Waar ze nu weer waren was niet helemaal duidelijk, maar het leek een klein pleintje van marmer te zijn, met een poort van twee enorme gouden deuren. "Voor de sier," zei Desmond, die haar bewonderende blik zag. Hij liep naar de poort toe en hield een klein kaartje tegen het slot op het midden. De deuren reageerden onmiddellijk: in het midden schoof een luik omhoog en daarachter verscheen een knorrig kijkende, oude vrouw. Rechts van haar neus zat een enorme wrat en als Nena nog dichterbij had gestaan had het haar dat eruit stak haar neus vast gekieteld. Een brilletje met een lelijk, paars montuur bedekte twee ogen die haar streng aankeken. "Naam?" Nena keek even naar Desmond, die uitnodigend  knikte. "Oh... Ehm... Nena." "Hmm hmm." De vrouw likte aan haar vingers en begon toen als een razende door een berg papieren heen te bladeren. Nena knipperde even met haar ogen. De vingers gingen zo snel dat ze ze bijna niet meer kon zien! Desmond humde ongeduldig en tapte met zijn voet op de vloer. "Ah." De vrouw leek gevonden te hebben wat ze zocht en schreef even wat op het blaadje dat ze uit de stapel gepakt had. Een stempel werd hardhandig op het blad gedrukt en toen overhandigde de vrouw het aan Nena. "De zegel pas breken als je binnen bent." Desmond keek even indringend naar de vrouw, die zuchtte en met haar ogen rolde. "Welkom in de hemel. Namens de medewerkers van de administratie wens ik u een prettig verblijf. Begeef u nu door de poorten naar het begin van de rest van uw leven," zei ze met haar droge, monotone stem. Nena klemde haar vingers nerveus om het papier. Ze keek naar het luik dat dichtviel en de poorten die zich langzaam openden. In de verte klonk rustige muziek van een panfluit en een harp. Desmond keek vrolijk naar de poorten. "Oh, de muzikanten zijn weer terug! Hoe leuk. Geeft het toch een... Extra touch, zo'n entree. Ben je er klaar voor, Nena?" Nena voelde hoe haar hart in haar keel bonste. Ze voelde aan alles in haar lichaam dat dit een punt was waarop ze niet meer terug zou kunnen. Hoewel ze nog steeds niet overtuigd was dat het niet allemaal meer dan een droom was, leken de poorten van massief goud een soort muur die zich achter haar zou sluiten op het moment dat ze binnen zou stappen. Haar ademhaling nam een hoger tempo aan en ze voelde hoe ze het warm kreeg. Wat nou als het geen droom was? Wat nou als ze echt dood was, als er echt een truck over haar heen gereden was, zoals Anton had gezegd? "Nena? Zullen we gaan?" Desmond keek haar vriendelijk aan en stak een hand uit. Nena keek hem angstig aan. "Nee, nee! Ik wil niet naar binnen. Ik ben niet dood, dit is een droom!" "Nee, Nena, dit is geen droom. Maar kom nu maar, meid, binnen is het beter, dat beloof ik je!" "Nee!" Gilde Nena, en ze zag hoe de diepe, zwarte duisternis van eerder weer vanuit alle hoeken aan kwam zetten. Haar hartslag bonkte in haar keel en ze voelde hoe de beklemmende angst haar weer greep. In de verte hoorde ze stemmen. "Nee, Nena, denk aan iets fijns! Nena, niet doen!" Een andere stem galmde om haar heen. "Open de zegel, we verliezen haar!" Ze voelde een hand die haar pols greep en voelde hoe het perkament uit haar vuist werd gegrist. En toen, toen greep een overweldigende kracht haar vast, en voor ze het wist overviel een immens gevoel van rust en vrede haar, en zweefde ze zo licht als een veertje door het witte sneeuwlandschap waarin ze eerder wakker geworden was.

Hoofdstuk 3      Welkom
Misschien lig ik weer op de wolk. Misschien lig ik wel in mijn bed, en droomde ik. Mijn bed, waarvan ik niet weet hoe het eruit ziet, in een huis waarvan ik niet weet hoe het eruit ziet. Toch maar de wolk dan. Zal ik kijken?

Door de spleetjes van haar ogen zag Nena al snel dat het weer een nieuwe omgeving was waarin ze zich bevond. Zachtjes zuchtend kneep ze haar ogen weer dicht. Ze wilde niet wakker worden in deze vreemde wereld waarin ze van hot naar haar gesleurd werd door vreemde mensen. Nog maar een keer proberen wakker te worden, dan. Ze bewoog haar rechterhand  naar haar linkerarm en kneep er zo hard in als ze kon. "Hnng..." Misschien iets te hard. Ze keek weer door de spleetjes van haar ogen, maar zag dat de omgeving nog steeds hetzelfde was. Tegenover haar een enorm hoge muur, geheel wit, met kleine raampjes erin. Er stond voor zover ze zien kon ook een bed, dat er als ze het voeteneind van het hare goed zag hetzelfde uitzag. "Goedemorgen, mejuffrouw Nena!" Een zachte stem klonk en Nena kneep haar ogen snel dicht. Wie was dat? Ze trok voorzichtig haar rechterooglid omhoog en zag een vrouw naast haar bed staan. Haar vrolijke blauwe ogen keken haar bezorgd aan en blond haar krulde als het haar van een engel om haar gezicht heen. "Ben je al lang wakker?" Nena opende betrapt haar andere ooglid. Ze kuchtte zachtjes. "Nee, ik ben net wakker geworden, mevrouw," zei ze zacht, proberend een inschatting te maken van de situatie. "Ach jee, noem me toch geen mevrouw, gewoon Isabel hoor! En dan was je zegel wel een erg sterke. Je hebt zeker Miranda als Poortwachter gehad." Nena keek haar niet begrijpend aan. Isabel klemde haar notitieblok onder haar arm en vormde met haar vingers twee rondjes rond haar ogen, in dezelfde vorm als de bril van de knorrige vrouw die ze in het luik in de poorten gezien had. Nena knikte. "Ja, ja, die oude mevrouw met de wrat naast haar neus." Isabel's mond vormde even een 'o' en haar ogen straalden pret uit. "Laat het haar maar niet horen, meisje! Nu, hoe voel je je?" Nena keek even bedenkelijk naar haar voeten. Hoe voelde ze zich? "In de war," mompelde ze. Ze was blijkbaar nog steeds in deze rare droom en een naar besef drong bij haar binnen. Het begon er steeds meer op te lijken dat ze toch echt overleden was. Ze had al haar gebruikelijke trucs doorlopen: zichzelf bevolen wakker te worden, zichzelf in haar arm geknepen, ze was in slaap gevallen, maar nog steeds bevond ze zich in de vreemde wereld. Of zou ze het nu toch de hemel moeten gaan noemen? "Oh, oh, oh. Desmond heeft me het een en ander al over je "situatie" verteld. Erg ongelukkig, de manier waarop je gehaald bent." Ze legde het notitieblok op het nachtkastje naast Nena's bed en ging op de bedrand zitten. Een warme hand omhulde Nena's handen en Isabel keek haar met een zachte blik in haar ogen aan. "Het spijt me heel erg, Nena, maar je bent hier niet voor niets beland. De vorm waarin je je nu bevindt is een ziel, geen lichaam meer. Net als ik, overigens. Iedereen in deze wereld. Het heet niet voor niets de Hemel." Isabel's blik dwaalde even af. "Het is voor mij twaalf jaar geleden dat ik de overstap gemaakt heb. Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen ze mij vertelden dat ik overleden was." Ze keek Nena weer aan. "Ook jij hebt je overstap gemaakt. Je hebt de aarde verlaten toen je daar gestorven bent." Nena keek naar haar handen die stevig vastgehouden werden door een hand van Isabel. Ze zuchtte. "Dat dacht ik al," zei ze zacht. Ze vond het nog steeds maar moeilijk te geloven dat ze echt overleden was. Isabel kneep eventjes in haar handen. "Probeer er je mooie hoofdje maar niet al te veel over te breken. Je herinneringen over je oude leven zijn weg. Net als je herinneringen over het moment waarop je stierf." Nena keek op en keek in Isabel's ogen. "Maar dat weet ik, ik weet hoe ik gestorven ben! Ik ben overreden door een truck." Als op donderslag verdween de zachte blik van Isabel's gezicht en maakte plaats voor een bleke, verbaasde gezichtsuitdrukking. "Hoe weet je dat?!" Ze herpakte zich snel en net zo snel was de oude, lieve Isabel weer terug. "Wat ik bedoelde is, dat in normale gevallen dat niet bekend is," zei ze met een vrolijke ondertoon in haar stem. "Wie heeft je dat verteld?" Twijfelend keek Nena naar Isabel. Het was overduidelijk niet de bedoeling dat ze wist hoe ze gestorven was. Het zou Anton in de problemen kunnen brengen. "Was het Anton?" De naam zorgde ervoor dat Nena eventjes betrapt keek, en dat was voor Isabel blijkbaar genoeg een conclusie te trekken. Ze knikte kort en aaide toen met haar andere hand over Nena's hoofd. "Rust maar lekker uit, meisje. Kan ik nog iets voor je doen?" "Nee, bedankt, Isabel. Of, trouwens... Waar zijn de toiletten?" Isabel glimlachte even. "Die zijn daar, de gang in en de eerste deur links." Ze wees naar de gang aan het einde van een enorme hal en Nena knikte. Isabel kneep haar ogen eventjes dicht als berustend gebaar en stond toen op. "Ik zal je strakjes wat te eten brengen. Als je me nodig hebt zal ik er voor je zijn." Ze keek nog eventjes glimlachend naar Nena en liep toen weg.
Nena keek Isabel na tot ze de gang in verdwenen was en zakte toen terug in de kussens. Haar gedachten duizelden door haar hoofd. Ze was dus dood, en haar herinneringen waren één grote leegte. Ze kon zich niets herinneren van voor haar dood: ze was zeventien jaar en haar enige herinneringen waren die aan de sneeuwvlakte, wolken, roltrap, Anton en Desmond. Ze voelde tranen opwellen. Ze wist dat Isabel en Desmond zeiden dat het beter was zo, maar waarom voelde dat dan niet zo?

Dixie

#1
Hoofdstuk 4      Jezelf
Twee groene ogen staren me aan. Groene ogen omgeven door een rond gezicht. Een donkere huidskleur, en sluike haren die perfect om het gezicht heen vallen. Een volle mond en een leuk neusje. Ben ik dit? Ik breng mijn hand naar mijn wang, de persoon tegenover me doet hetzelfde. "Ik ben het," fluister ik, en het meisje fluistert hetzelfde. Ik ben het, maar het voelt niet als mezelf. Dit ben ik, dit ben ik, accepteer het nou maar. Jij bent mij. Ik ben jou. Ik.

Onderzoekend staarde Nena in de spiegel. Ze wist het, ze wist dat zij het was. Maar het voelde niet als zichzelf. Zo meisjesachtig, zo netjes, zo popachtig. Met de belachelijke ziekenhuisjurk die ze eerder ook had. Ze deed een stap naar achter zodat meer van haar lichaam zichtbaar was in de kleine spiegel van de wc's van de ziekenboeg waar ze lag. Haar nek liep in een golvende lijn over in haar schouders, die gedeeltelijk door de jurk verborgen werden. Haar lichaam was normaal gevormd, niet te dik, niet te dun. Nena zag dat ze redelijk gespierd was. Zou ze aan sport gedaan hebben? Ze beet even op haar lip. Het idee dat ze het niet wist knaagde aan haar. Ze wist niet of ze aan sport gedaan had. Ze wist niet waar het kleine litteken ter hoogte van haar sleutelbeen vandaan kwam. Ze wist niet of ze de ogen van haar moeder of haar vader had. Ze wist niet eens wie haar ouders waren, en erger nog, ze had er geen enkel gevoel bij.
Ze liep naar de wastafel en liet koel water in haar handen stromen. Ze gooide het in haar gezicht en keek weer in de spiegel. De druppeltjes rolden langzaam over haar gezicht naar beneden. Twee groene ogen keken haar aan en even rilde ze bij de leegte die ze in haar ogen zag. Maar hoe kon het ook anders, het waren ogen die al 17 jaar in een lichaam zaten maar enkel de herinneringen van een paar uur reflecteerden.
Ze liep op haar blote voeten terug naar haar bed en keek even rond in de ziekenboeg. Vreemd, ze leek de enige te zijn die hier verbleef. Alle bedden in de ziekenboeg waren leeg en netjes opgemaakt, een uitklapbaar kamerscherm aan de ene kant naast het bed, een nachtkastje aan de andere. Ze schuifelde terug naar haar bed en ging weer liggen. Ze zuchtte kort en trommelde met haar vingers op haar buik. Aandachtig keek ze rond. De grote zaal leek eindeloos hoog en breed te zijn en door de ramen kwam enkel zonlicht binnen: ze kon niets zien van wat er zich buiten afspeelde. Ze draaide zich om in haar bed, ging op haar knieën zitten, en keek door het raam boven haar bed. Het uitzicht was adembenemend. Nena zag hoe zich voor haar ogen een prachtig groen park uitstrekte, met een zandkleurig stenen pad zich er als een slang doorheen kringelend. Af en toe parallel aan dit pad stroomde een klein beekje en af en toe stond er een boom of struik met prachtige vruchten eraan. De zon straalde door het parkje heen en vlinders, vogels en kikkers in prachtige kleuren hopten en fladderden druk heen en weer.
"Wow...." Fluisterde Nena, vol bewondering over dit prachtige uitzicht. "Ah, je hebt je raam ontdekt," klonk een vrolijke stem. Nena draaide zich geschrokken om, en zag Isabel staan, met een dienblad in haar handen. Op het dienblad stonden twee kleine bordjes, eentje met yoghurt, eentje met verse vruchten. "Mooi hè!" Zei ze vrolijk. Nena knikte twijfelend. "Ehm... Ja, het ziet er heerlijk uit!" "Nee, gekkie, niet dit in elkaar geflanste gerechtje. Het uitzicht!" Nena glimlachte. "Oh, ja! Dat ziet er geweldig uit." Isabel zette het dienblad op het nachtkastje neer en keek Nena met haar blauwe ogen aan. "Hoe voel je je?" Nena's glimlach verdween van haar gezicht. "Ik weet het niet. Ik heb net te horen gekregen dat ik dood ben. En ik...." Ze keek Isabel aan. "Ik herken mezelf niet." Isabel zuchtte even en begon de vruchtjes in de yoghurt te scheppen. "Je hebt in de spiegel gekeken, neem ik aan?" Nena knikte. "Ja. En het is zo raar. Het is alsof ik naar een leeg omhulsel kijk. Ik weet niet wie ik ben." "Geen zorgen, Nena." Isabel gaf haar het bordje met yoghurt en Nena besefte zich hoe hongerig ze was. "Daarom verblijven alle nieuwkomers een tijdje in het hospitaal voordat ze verder gaan. Het kan verwarrend zijn om in een nieuwe wereld te duiken zonder te weten waar je vandaan komt. Maar geloof me maar, het is echt beter zo. Anders zou hier nooit iemand geluk krijgen." Nena keek even bedenkelijk naar haar yoghurt. Uiteindelijk besefte ze zich dat Isabel gelijk had. Hoe was het mogelijk een nieuw leven te starten als je continu terug verlangde naar je vrienden, je ouders, je geliefde? Maar het knaagde aan haar dat ze niet wist waar ze vandaan kwam. Had ze broers of zussen? Had ze een vriend? Zat ze op school? "Maar, Isabel?" Vroeg Nena. Isabel keek haar aan. "Ja, Nena?" "Hoe kan het dan dat ik sommige dingen nog wel weet? Bijvoorbeeld, hoe oud ik ben, dat ik aardbeien lekker vind en dat ik niet bang ben voor spinnen?" Isabel knikte. "Ja, dat klopt, zulke dingen weet je nog wel. We nemen je persoonlijkheid niet weg, natuurlijk. Alleen je herinneringen en je banden met het aardse."
Nena nam een hap van de yoghurt en voelde hoe heerlijk romig en zacht die was, en hoe vol de aardbeien smaakten. "Hmm!" Isabel glimlachte. "Nou, ik ben blij dat je het lekker vindt! Normaal heb ik wel wat meer keus, maar de lading van deze week is iets te laat, dus..." Nena schudde haar hoofd. "Nee, dit is heerlijk! Ik heb nog nooit zoiets lekkers geproefd!" Meteen toen de woorden haar mond verlieten besefte ze zich dat ze dat niet weten kon. Haar gezicht betrok en ze had plots geen honger meer. Isabel kneep haar even in haar arm. "Geen zorgen, meisje. Je went er wel aan. Rust maar lekker even uit, vanmiddag krijg je bezoek!" Nena keek op en keek vragend naar Isabel. "Bezoek? Ik ken hier niemand!" "Dat verandert nog wel. Zal ik dit weer meenemen?" Vroeg de zuster, doelend op het bordje yoghurt. Nena knikte, ze zou het niet meer opeten.
Toen Isabel de kamer weer verlaten had ging ze weer rechtop in haar bed zitten en keek ze uit het raam. Het zag er nog steeds zo mooi en groen uit als eerder. Haar gedachten dwaalden af naar wat er buiten het hospitaal te vinden zou zijn. Hoe zou de wereld eruit zien? En wie zou er vanmiddag bij haar op bezoek komen? Dagdromend en naar buiten kijkend, met haar hoofd vol vragen, dommelde ze langzaam op haar over elkaar gevouwen armen in slaap.

Hoofdstuk 5      Thuis   
Ik word wakker door getik van hakken op een koude vloer. Meteen besef ik me dat er iets niet klopt. Isabel draagt geen hakken. Zou het een andere nieuwkomer zijn? Opgewonden kijk in naar de deuropening. Eindelijk iemand om mee te praten! Maar het is geen persoon die er verloren uit ziet. Teleurgesteld ga ik zitten. Jammer.

Als vlammen groeiden haren uit haar hoofd. Ze krulden als een natuurwonder van een waterval naar beneden en vielen op haar schouders. Het gezicht was net als dat van een poppetje en je kon nauwelijks zien dat de jaren rimpels op haar perfecte huid gevormd hadden. De vrouw droeg een lange, bruine, bontjas die haar elegantie benadrukt en daaronder een nette smaragdgroene jurk. Twee schoenen met hakken zo hoog en dun als potloden droegen twee in panty bedekte voeten.
Vol bewondering keek Nena naar de verschijning die zojuist binnen is gekomen. "Welkom, Nena," zei een warme stem. Het voelde alsof een warme gloed van liefde en zorgzaamheid zich over Nena uitspreidde op het moment dat de vrouw haar mond open deed. Ze moest moeite doen haar mond niet open te laten vallen. Toen besefte ze zich dat het vast gepast was om een antwoord te geven. "Eh, bedankt," zei ze met lichte twijfel in haar stem. Waarom was deze vrouw hier voor haar? "Ik ben Magdalena," zei de vrouw, die inmiddels bij Nena's bed aangekomen was en haar nu een hand gaf.
Nena pakte de hand aan en voelde hoe zacht deze was en hoe elegant en soepel de vrouw bewoog. "Mijn man komt zo, hij moest nog eventjes een paar dingen bespreken met Isabel. Het arme schaap meent dat het beter voor je zou zijn om nog eventjes hier te blijven, maar wij denken dat je veel beter op je plek bent binnen ons gezinnetje!" De vrouw lachte even, zacht en twinkelend, en keek toen naar de gang waar doffe voetstappen uit komen. "Ah, daar zul je ze hebben!"
Nena's gedachten draaiden op volle toeren. Magdalena... Heette Desmond's Haler niet zo? En zijn beschrijving klopte volkomen, de rode haren, de perfecte mond, de diepe ogen. Maar wat was dat gepraat over een gezinnetje en over het hospitaal verlaten? Ze wist wel dat ze niet eeuwig in het hospitaal zou blijven, maar zou ze nu bij deze mensen moeten gaan wonen?
Er verschenen twee schimmen in de deuropening van de hal en Nena herkende ze onmiddellijk. De ene was Isabel, nu met een bezorgde uitdrukking op haar gezicht, en de andere was Desmond. "Desmond!" Zei Nena opgewekt. Ze was oprecht blij hem weer te zien. Hij was een vertrouwde verschijning, ookal had ze hem niet geheel vertrouwd bij het binnengaan van de poorten, hij had haar tot twee keer toe gered uit de verschrikkelijke duisternis die haar bijna opgeslokt had. "Hallo, Nena." Nena keek hem eventjes onderzoekend aan. Hij klonk helemaal niet meer zo zacht en geruststellend als eerder. Ze zocht even oogcontact met Isabel, die er duidelijk geïrriteerd uit zag. "Excuseert u mij, meneer Desmond, maar het is echt niet mogelijk dat Nena in deze toestand het hospitaal verlaat." "Isabel, in heerensnaam! Deze discussie is over!" De stem galmde door de hal heen en Nena keek met een nieuwe blik naar Desmond. Zijn stevige postuur, dat eerder nog warm en veilig had geleken, stond er nu maar dreigend bij. Zijn grijze haren die eerst zacht en pluizig zijn hoofd en kin bedekt hadden gaven hem nu een verwilderd uiterlijk. Zijn blauwe ogen die eerder nog getwinkeld hadden stonden nu op onweer en zijn mond, eerder gesierd door een constante glimlach, was nu een strakke streep. Angstig keek Nena naar Magdalena. Zij stond er echter bij alsof er niets aan de hand was, met een mysterieuze glimlach op haar gezicht en haar ogen zachtaardig naar Nena kijkend.
Isabel trok haar neus op en wendde zich van Desmond af. Ze boog zich voorover naar Nena en gaf haar een warme knuffel. "Veel succes in je nieuwe leven, Nena. Ik heb een tas met wat spullen aan je nieuwe ouders meegegeven." "Mijn nieuwe ouders?" Isabel zuchtte en liet Nena los, hoewel ze nog wel over haar gebogen bleef. "Ja, meisje. Ik had het je nog willen vertellen, maar ik had niet verwacht dat Desmond en Magdalena je vanmiddag al mee naar huis wilden nemen. Als de nieuwkomers een tijdje in het hospitaal hebben gelegen en hebben kunnen wennen aan het idee van een nieuw leven verhuizen ze verder. In de loop der jaren hebben zich hier gezinnen gevormd, mannen en vrouwen die elkaar hier vonden en jongere nieuwkomers geadopteerd hebben zodat zij in een gezin verder kunnen leven. Het is een goed idee, echt waar. En Desmond en Magdalena zijn... Ze zullen zeker in staat zijn goed voor je te zorgen." Een trieste blik verscheen in Isabel's ogen en Nena kreeg het idee dat ze meer wist en meer wilde vertellen, maar dat niet kon in de dreigende aanwezigheid van Desmond die achter haar stond. Nogmaals omhelsde Isabel Nena. "Je kunt me hier altijd op komen zoeken. Ik zal je missen meisje!" Ze liet los, glimlachte nogmaals naar Nena, en knikte kort naar Magdalena. Zonder Desmond te groeten liep ze de ziekenzaal uit.

Hoofdstuk 6      Stad
Haar heupen zwieren van links naar rechts en ze lijkt moeiteloos te balanceren op de torenhoge hakken. Ademloos kijk ik haar aan. Ga ik echt bij haar wonen? En bij Desmond, die knorrig kijkt en niet blij lijkt te zijn met het gezelschap van zo'n natuurwonder van een vrouw. Ik kijk nog een laatste keer naar de grote hallen van het hospitaal en zet dan mijn eerste stap in de zonovergoten wereld.

Nena's ogen vergrootten zich toen ze de velden die voor haar uitgestrekt lagen zag. Magdalena en Desmond stonden even stil zodat Nena tussen hen in kwam te staan. Ze leken de schoonheid niet meer op te merken, maar Nena registreerde het zorgvuldig, allemaal. Elke vlinder, elke bloem, elk druppeltje water in het zilverachtige beekje dat door de groenen velden stroomde. In de verte, aan de voet van de heuvel, zag ze een aantal gebouwen liggen. Vanuit het dal kringelden verschillende paden weer omhoog, de heuvel op, naar kleine verzamelingen van stipjes die ook gebouwen moeten zijn. "Wauw, wat is het hier mooi..." Verzuchtte Nena. Magdalena legde een van haar sierlijke handen op haar schouder en knikte langzaam. "Ja, dat is het zeker. Dit is ook je nieuwe thuis, dus ik ben blij dat je het leuk vindt. Zullen we?" Vroeg ze toen, waarna ze naar een koets met een prachtig bruin paard ervoor gebaarde. Nena volgde Desmond en Magdalena naar de koets. Desmond stapte onmiddellijk in, maar Magdalena hield even stil bij het paard. "Ik wil graag dat je Pratap leert kennen. Pratap, dit is Nena," zegt Magdalena, waarna het paard kort brieste. Niet begrijpend keek Nena naar het paard. "Ehm, hoi..." Zei ze uiteindelijk, waarna ze Magdalena volgde, de wagen in.
"Je denkt vast dat ik een beetje gek ben, Nena, maar er zijn nog veel dingen waaraan je moet wennen in deze wereld," zei Magdalena, met een kleine glimlach om haar lippen die haar gezicht liet stralen. "Je moet begrijpen dat alle zielen in deze wereld terechtkomen wanneer ze sterven. Alle zielen, van alle religies op de wereld. En zij moeten zich allemaal thuis voelen. Daarom moet deze wereld aan veel verwachtingen voldoen. De verwachtingen van mensen die hier eeuwen geleden gekomen zijn, de verwachtingen van mensen die geloven in reïncarnatie, de verwachtingen van mensen die wel of niet in een God geloven. Er is een kern in deze wereld die dat mogelijk maakt, de kern van creatie. Pratap bijvoorbeeld was een goedgelovige, hardwerkende Indische man, die geloofde in het Boeddhisme en bij zijn dood dacht dat hij nog een wedergeboorte te gaan had. Hij is echter hier terecht gekomen maar kon niet leven als een ziel in mensengedaante, hij was verward en dacht dat zijn God hem gestraft had en naar de Hel gestuurd had. Daarom heeft de kern hem de vorm van een paard aan laten nemen. Nu is hij gelukkig en we verzorgen hem goed." Nena keek eventjes naar de grote kont van Pratap, die rustig heen en weer zwierde en zijn zwarte staart die af en toe een vliegje wegsloeg. Ze vond het maar raar te geloven dat het een mensenziel was die verkoos een dierengedaante aan te nemen, maar het verhaal van Magdalena klonk logisch.
"Verbaas je overigens niet als je straks een fiets of auto zult zien. Ik heb de overstap gemaakt in de vijftiende eeuw en mijn gedaante en omgeving heeft zich hiernaar gevormd. Desmond is niet veel later hier gekomen. We voelen ons het beste op ons gemak in een omgeving die lijkt op waar onze zielen gewend zijn, maar we zijn natuurlijk niet immuun voor nieuwkomers in deze wereld. Je zult ontdekken dat deze wereld een vreemde mengeling is van verschillende tijdperken uit verschillende delen van de wereld. Maar dat maakt het misschien wel net zo leuk." Nena keek Magdalena onderzoekend aan. Zij was gestorven in 2011, maar Magdalena blijkbaar al veel eerder. Het was net een eeuwig leven en Nena wist niet hoe ze zich daarover moest voelen. "Maar, betekent dat dan niet dat u hier al meer dan 500 jaar woont?" Magdalena glimlachte even naar Nena. "Ja, dat is zo. Maar maak je geen zorgen, kind. Tijd heeft hier een ander begrip dan op aarde." Nena keek even niet begrijpend naar Magdalena maar besloot toen dat de mysteries van deze wereld blijkbaar groot waren, en dat ze er misschien vanzelf wel achter zou komen.
De wagen had inmiddels het begin van wat een stad leek te zijn bereikt. "Dit is Portus, de havenstad van de Hemel. Het is de plaats waar de meeste zielen binnengebracht worden en waar dus ook de meeste Halers werken. Je zult hier ook een Centrum vinden." Nena keek eventjes rond en zag in de verte een hoge toren opdoemen die er op zijn minst merkwaardig uit zag. Het was een mengelmoes van verschillende bouwstijlen. De stenen waren gewone bakstenen, maar de ramen waren omgeven met marmeren vensters die de mooiste versieringen droegen. Het dak had iets weg van een Chinese tempel. Vol bewondering keek Nena naar het gebouw. "Dat is het Centrum. Het is een belangrijke plaats waar de bewoners veel respect voor hebben." Magdalena had Nena's blik gevolgd en keek ook naar het Centrum. "Wat gebeurt er dan?" Nieuwsgierig keek Nena Magdalena aan. "Enkelen van de belangrijkste mensen, die hier al het langst verblijven, werken in het Centrum. Ze coördineren alles wat hier gebeurt en zorgen dat er niets mis gaat. Desmond bijvoorbeeld werkt er ook," zei Magdalena, waarna ze eventjes een hand op Desmonds arm plaatste. Hij reageerde er nauwelijks op. "Onder andere door het werk wat het Centrum verricht wist Desmond op tijd in te grijpen toen Anton je Haling in gevaar bracht." Nena keek naar Desmond en herinnerde zich hoe hij precies op tijd was geweest, toen ze angstig in de zwarte wereld verdwenen was. Ze dacht even terug aan Anton, aan de spot in zijn ogen en zijn krans van zwarte haren. "Waar is Anton eigenlijk?" Vroeg ze aan Desmond. Die reageerde weer niet, maar had blijkbaar haar vraag wel gehoord. "Anton zal voorlopig niemand meer Halen," antwoordde hij met een lichte brom in zijn stem.
"Oh, kijk!" Magdalena pakte het gesprek naadloos op en zwierde het een andere richting uit, door Nena's aandacht naar een groot plein te richten. "Dit is het marktplein van Portus. Hier zul je allerlei producten vinden waar je ziel aan gewend is. Iedere keer als Portus een nieuwe inwoner krijgt verandert er weer een klein beetje, dus de mensen zullen wel nieuwsgierig zijn naar je." Nena keek het marktplein op en zag inderdaad hoe zich een groepje mensen verzameld had die vanuit de verte aandachtig naar de koets keken, en probeerden te zien wie erin zat. Nena voelde hoe ze begon te blozen, en als een klaterend beekje klonk een giechel van Magdalena door de wagen. "Ach, kind, er staat je nog wat te wachten als je aandachtsschuw bent! De mensen zijn altijd erg geïnteresseerd in nieuwkomers. Maar dat is iets voor later. We gaan eerst naar huis."

Dixie

#2
Hoofdstuk 7      Prinses
Ik kan mijn ogen niet geloven. Rijden we niet de verkeerde kant uit? De pracht doet bijna pijn aan mijn ogen en ik kan me niet voorstellen dat ik hier wonen zal. Ik ben onder de indruk van de mengelmoes aan verschillende tijden en culturen. Hoe zouden de mensen zijn die hier wonen? Ik kan bijna niet wachten om deze nieuwe wereld te ontdekken.

Een enorm chinees huis met een geweldig dak en originele schuifdeuren, met prachtige bloesems aan de bomen die in de omringende tuin stonden. Een villa die Afrikaans aandeed, door het witte materiaal waarvan het gemaakt was, en door de tropische planten in de tuin. Een modernistisch huis dat alleen van planken en glas gemaakt leek te zijn, met een strakgetrokken tuin die zo van blokjes geweest zou kunnen zijn. Nena keek haar ogen uit. Zo veel grote en mooie huizen had ze nog nooit gezien. "Deze wijk is de wijk van de mensen die in het Centrum werken. Vind je de huizen mooi?" Magdalena keek vol verwachting naar Nena, die enthousiast knikte. "Ja, ze zijn prachtig!" "Zie je dat huis daar?" Magdalena wees naar een huis dat langzaam beter in zicht kwam. Het was een groot landhuis van donkere steen. De tuinen die het omringden waren strak groen en mooi bijgehouden, en in het midden van de tuin stond een grote fontein. De wagen kwam steeds dichterbij en Nena kreeg een goed uitzicht op de villa in al zijn glorie. De vormen waren klassiek en het geheel deed erg luxe aan. De voordeur stond aan top van een trap en aan beide zijden stonden twee marmeren pilaren die een balkon aan een raam op de eerste verdieping ondersteunden. De ramen waren groot en omlijnd door witte vensters en aan de binnenkant waren nog net de omtrekken van chique gordijnen te zien. Zon viel door een boom die naast het landhuis staat en maakt mooie, schitterende vormpjes op het huis en de tuin. "Wauw," fluisterde Nena. Net op dat moment sloeg Patrap rechtsaf, door twee poorten de grote oprijlaan op. Een beetje onbegrijpend keek Nena Magdalena aan. Een vleugje van hoop schitterde in haar ogen. Met een mooie glimlach om haar lippen knikte Magdalena naar haar. Nena wist het nu: dit was het prachtige huis waar ze haar tijd hier door zou brengen.
De wagen hobbelde over de oprijlaan en stopte voor het grote huis. Meteen kwam een jongen aangerend. Hij was nauwelijks veertien jaar, had vlasblond haar en grijze ogen en zag er een beetje schriel uit. Hij klapte een trapje aan de zijkant van de koets uit en stapte toen opzij, zodat Desmond de koets uit kon stappen. Hij liep meteen naar het huis en ging naar binnen, zonder op Magdalena of Nena te wachten. De jongen hield een hand op voor Magdalena, die hem aanpakte en zonder moeite op haar hogen hakken van het trapje afstapte. "Bedankt, Timothy. Dit is Nena," zei ze toen, waarna Timothy zijn hoofd boog voor Nena en haar ook een hand aanbood. Nena pakte hem dankbaar aan. "Bedankt, Timothy," zei ze, waarna Timothy's hoofd zo rood als een tomaat werd en hij haastig het trapje weer inklapte en Patrap bij zijn teugels pakte. "Oh, Timothy?" Zei Magdalena vragend, voordat Timothy weg kon lopen. "Breng je zodadelijk de bagage naar Nena's kamer?" Timothy knikte. "Ja mevrouw," zei hij zachtjes, waarna hij Patrap en de koets naar de zijkant van het landhuis bracht. "Wie was dat?" Vroeg Nena nieuwsgierig. "Oh, dat was Timothy. Een jongen die we opgenomen hebben omdat hij niet op zijn plek was in zijn nieuwe thuis." "Hoezo niet?" Magdalena leek niet gewend te zijn aan zoveel vragen, zag Nena aan de lichte trek in haar mondhoek. Maar toch gaf ze antwoord, met een even warme en vriendelijke stem als altijd. "Timothy is een Engelse jongen die leefde tijdens de Industriële Revolutie in Engeland. Hij was de zevende zoon uit een grote familie en heeft van jongs af aan keihard moeten werken. Hij voelde zich niet op zijn plek in een huis zonder iets om handen." Nena knikte en herinnerde zich hoe razendsnel en zonder te spreken Timothy te werk was gegaan. "Maar, Magdalena? We wisten toch niets meer over onze achtergrond? Hoe weet je dan waar Timothy vandaan komt?" Weer die trek in de mondhoek, en weer de serene rust in het antwoord. "Dat is een goede vraag, Nena. Maar daar zul je later nog wel achter komen. Meer kan ik je nu niet vertellen," zei ze, waarna ze een arm over Nena's schouder legde en haar mee richting de voordeur nam. Met ingehouden adem stond Nena voor de twee grote, houten deuren. Op de achtergrond floot een vogeltje en de zon wierp mooie vormpjes  op het hout. "Welkom in je nieuwe huis," zei Magdalena opgewekt, waarna ze de deur opende.
Een enorme hal verscheen achter de deur. Door de ramen viel een grote hoeveelheid zonlicht, waardoor de mooie stenen vloer en trappen die aan weerszijden van de hal omhoog liepen een extra schittering kregen. De hal was stijlvol gedecoreerd met een aantal beelden en veel groene planten, die zo te zien uitstekend verzorgd werden. Aan de bovenkant van de trappen zag Nena een aantal deuren die vast naar nog grotere kamers leidden dan deze hal. Ze hoorde haastige voetstappen en zag hoe Timothy aangerend kwam. Hij stak zijn handen uit en boog zijn hoofd. Magdalena trok haar jas uit en legde hem op Timothy's armen. Zonder iets te zeggen rende de jongen weer weg, een zijdeur van de hal in. "Goed, zullen we? Ik kan niet wachten je rond te leiden in je nieuwe huis." Magdalena had de aanwezigheid van Timothy volledig aan zich voorbij laten gaan. Nena keek naar de deur waar hij door verdwenen was, maar hoorde de vraag van Magdalena en besefte zich hoeveel zin ze had om dit enorme huis te ontdekken. Ze knikte en vol verwachting volgde ze Magdalena.
"Dit is de eetkamer," zei die, nadat ze een van de zijdeuren van de hal binnen waren gegaan. "Wauw," zuchtte Nena, onder de indruk van de enorme kamer waar ze zich in bevonden. Het had een hoog plafond en in de linkermuur zaten twee grote ramen, waardoor de kamer in een zee van licht baadde. In het midden stond een enorme eettafel met slechts acht stoelen eraan: drie aan iedere zijde en twee aan de koppen. Aan de muur tegenover hen hing een groot schilderij, met Desmond erop afgebeeld, en daaronder bevond zich een open haard die nu niet brandde maar ongetwijfeld op winteravonden een aangename warmte verspreiden kon. De muren waren stijlvol gedecoreerd met schilderingen en Nena kon niet wachten totdat ze hier haar eerste maaltijd in dit huis zou hebben. "Vind je het mooi?" Nena knikte uitgelaten als antwoord en volgde Magdalena naar een volgende kamer. "Dit is de salon," zei ze, toen ze binnengekomen waren, en weer kon Nena niets anders doen dan ademloos toekijken hoe al het pracht en praal schitterde in de zon. De salon was iets kleiner maar was toch behoorlijk goed gevuld met mooi meubilair en verschillende soorten decoratie. Er stonden een aantal grote, comfortabele stoelen en in de hoek stond een piano. "Meestal zitten we na het dineren als een gezin bij elkaar in deze ruimte en kan iedereen even iets voor zichzelf doen. Je zult het vast gezellig vinden," zei Magdalena met een kleine glimlach op haar gezicht. "Laten we verder gaan," zei ze toen.
Nena liep met haar nieuwe moeder van de ene naar de andere kamer en ontdekte al snel dat er geen top zat aan de luxe van dit huis. Elke kamer was mooier dan de vorige en voor ze het wist stond ze met klamme handen voor een mooi versierde houten deur op de eerste verdieping. "Dit is jouw kamer, Nena!" Zei Magdalena opgewekt, duidelijk met hoge verwachtingen van haar reactie. "Ben je er klaar voor?"

Hoofdstuk 8      Suikerspin
Ik knik opgewonden en zie hoe de siervolle hand van Magdalena de met goud versierde deurklink vastpakt. De deur gaat krakend open en ik moet mijn ogen even sluiten voor wat ik in de kamer vind. Het lijkt net een enorme suikerspin, uitgespreid over een kamer. Alles is roze en zoet. Ik tover een klein glimlachje op mijn gezicht en stap de kamer binnen. Mijn kamer is een suikerspin.

Nena keek ongelovig rond. In het midden van de kamer, tegen de muur tegenover haar, stond een hemelbed dat er zo zacht uitzag als de wolken waarin ze eerder door Desmond gevangen was. Vanaf het dak van het hemelbed krulden roze gordijntjes die een waas over het bed spanden. De dekens zagen er donzig uit en waren felroze, net als de kussens en twee knuffels die op het bed stonden.
Naast het bed staan twee nachtkastjes die wit zijn en met gekruld hout gedecoreerd zijn. Op de kastjes staan kleine lampjes met roze lampenkappen en zo te zien lopen ze op elektriciteit, wat Nena in het hele huis nog niet tegengekomen is. De muren zijn behangen met roze papier met een zilveren lijn in het midden en tegen de muur aan haar rechterhand staat een roze dressoir met een zilveren spiegel erboven en een zilveren stoel ervoor. Ze loopt iets verder de kamer in en ziet dan dat tegen de muur waar de deur in zit een enorme kledingkast staat. "Oh, wauw...." Mompelt Nena. Zoveel roze had ze in haar leven nog niet gezien. "Vind je het mooi?" Vroeg Magdalena met een vleug van hoop in haar stem. Nena twijfelde even. Ze vond het niet bepaald mooi, ze was zo meisjesachtig helemaal niet. Het was hetzelfde gevoel als toen ze in de spiegel in het hospitaal gekeken had: de manier waarop haar iets opgedrongen werd voelde verkeerd. Ze wist dat het haar niet was. Maar Magdalena had overduidelijk haar best gedaan het een eenentwintigste eeuwse kamer te laten lijken, geschikt voor een meisje, dus knikte Nena met een grote glimlach op haar gezicht. "Ik vind het prachtig!" Zei ze, waarna ze voorzichtig op het bed ging zitten. Ze keek om zich heen en frunnikte even ongemakkelijk aan de witte ziekenhuisjurk die ze nog steeds aan had. Op dat moment hoorde ze haastige voetstappen op de trap. Timothy kwam de kamer binnen met een knalrood hoofd en haastige ademhaling. Hij had overduidelijk hard gerend met de zware tassen die hij vast had. Hij zette ze in het midden van de kamer neer, knikte kort en rende toen de kamer weer uit. Nena keek hem verbaasd na, maar Magdalena negeerde zijn aanwezigheid weer en liep opgewonden naar de zakken. "Oh, je kleding! Ik ben benieuwd wat de Kern voor je uitgezocht heeft!" "De kern?" Vroeg Nena met een vlaag van twijfel in haar stem. De naam kwam haar bekend voor maar ze wist niet meer waar ze hem eerder gehoord had. "Ja, de kern van creatie, de bron achter deze wereld. Hij zal vast prachtige jurken voor je gemaakt hebben, schattige schoenen, en mooie linten voor in je haar..." Magdalena droomde overduidelijk weg bij het bedenken van de mooiste jurkjes en hoe langer ze door bleef gaan, hoe groter de knoop in Nena's maag werd. Ze hield niet van jurkjes, ze hield niet van roze en al helemaal niet van poppedijnige schoenen, dat was iets wat ze zeker wist.
Toen echter Magdalena de tassen opende maakte Nena's hart een sprongetje. Uit de tas haalde Magdalena een spijkerbroek. "Oh, wauw!" Zei Nena, blij met de kleuren die ze zag. Magdalena's mond vertrok tot een streep, ze keek Nena even met een leegheid in haar ogen aan, stond op, en wandelde de kamer uit. "Ik zie je om zeven uur bij het diner. Ik zal... geschiktere kleding voor je laten halen," zei ze, voordat ze zich omdraaide en wegbeende. Nena keek haar niet begrijpend na. Wat was er verkeerd gegaan? Ze hurkte bij de tassen en pakte de spijkerbroek die Magdalena had laten vallen. Het was een prachtige diepe kleur stof, stevig en bij de zakken en rits afgezet met zilveren knopen. Opgewonden stond Nena op om hem aan te trekken. Eventjes was ze bang dat hij niet zou passen, maar hij zat als gegoten en blij keek ze naar zichzelf in de enorme spiegel op de deur van de kast. Ze grabbelde weer in de tas en haalde er toen een blouse uit, van rood en grijs blokjesstof dat zo zacht was alsof hij van watten en veren gemaakt was. Ze streek het stof eventjes tegen haar wang, trok toen snel de ziekenhuisjurk uit, en knoopte de blouse om haar bovenlichaam. Tevreden keek ze naar zichzelf. Veel beter. Nu het belachelijke haar nog. Het omgaf haar gezicht zodat het haar alleen nog maar meer op een poppetje liet lijken. Ze ging aan het dressoir zitten en pakte de zilveren borstel die daar op lag. Met langzame halen ging ze door haar haren heen, af en toe de borstel eventjes heen en weer bewegend zodat er langzaam maar zeker wat volume en zelfs een paar krullen in haar haren ontstonden.
Na een tijdje keek ze met een glimlach in de spiegel. Haar haren waren wat grover en sprongen alle kanten op, zodat haar gezicht in plaats van een poppedijnig nu een speels uiterlijk had. Ze stond op en liep op haar blote voeten terug naar de tas om te zien wat voor schoenen erin zaten. Ze vond al snel drie paar schoenen: een paar zwarte sneakers, een paar wat nettere witte schoenen, en een paar grijze instappers. Tevreden keek ze naar de tas. Ze was blij dat de Kern tenminste wel begreep wat ze wilde, in tegenstelling tot Magdalena die blijkbaar een andere Nena verwacht had dan ze gekregen had. Eventjes was ze bang dat dat haar toekomst in dit gezin in gevaar zou brengen. Wat nou als Magdalena en Desmond haar niet meer wilden? Waar zou ze dan moeten slapen en eten? Maar toen besloot ze dat, nu ze hier toch voor een eeuwigheid zat, ze maar beter zichzelf kon zijn. Ze kon immers niet de rest van haar leven als iemand anders leven.
Ze was bezig met de inhoud van de tas in de kast te hangen toen ze een licht gekraak bij de deur hoorde. Ze draaide zich geschrokken naar de deur en zag een kleine hand die de deurpost omklemde. "Wie is daar?" Vroeg ze scherp. De hand trok zich terug en ze hoorde zachte voetstappen snel wegrennen. Ze liep zo snel ze kon naar de deur en gooide die open. In de verte zag ze een klein, blond hoofdje net een deur in verdwijnen. Nieuwsgierig stapte ze naar buiten. Ze keek even of ze Desmond of Magdalena nergens zag en liep toen richting de deur waar ze het blonde hoofdje had zien verdwijnen. Het was hetzelfde soort deur als de hare, maar deze klink had zilveren versieringen om hem heen. Nieuwsgierig trok ze de deur open en ze zag een klein, blond jongetje in het midden van de kamer zitten, met speelsoldaatjes voor zich. "Pieuw! Pieuw!" Klonk een dun stemmetje. Nena glimlachte even. Het was dus een klein nieuwsgierig jongetje geweest die haar had begluurd! Ze klopte eventjes op de deur en het jongetje keek geschrokken en betrapt toen hij haar zag. "Sorry, ik wilde je niet begluren, echt niet!" Zijn twee grote blauwe ogen keken haar angstig aan en het huilen leek hem nader te staan dan het lachen. "Oh, geen zorgen!" Zei Nena, die onmiddellijk medelijden had met het jongetje. "Mag ik binnen komen?" Het jongetje knikte en Nena liep zijn kamer binnen. Tegenover hem, naast zijn tinnen soldaatjes, ging ze op de grond zitten. "Wat was je aan het spelen?" "Oorlogje!" De ogen van het jongetje werden groot en hij begon enthousiast over zijn soldaatjes te vertellen. "Deze hier zijn de slechterikken, ze willen het land stelen van mijn soldaatjes, de goederikken. Maar die zijn heel sterk, en ze hebben heel veel geoefend, dus dat gaat ze niet lukken!" Met een twinkeling in zijn ogen wees het jongetje elk soldaatje aan, allemaal hadden ze een naam en een geschiedenis. Vrolijk keek Nena naar het jongetje dat zo op aan het gaan was in zijn verhaal dat hij bijna haar aanwezigheid niet meer door had, totdat ze hem onderbrak. "Hoe heet jij eigenlijk?" "Ik ben Zachary," zei hij, waarna hij haar vragend aan keek. "Jij bent Nena hè? Mama heeft me al over je verteld. Ik vind het heel leuk om een grote zus te hebben!" Hij kroop naar haar toe en voor ze het in de gaten had, had Nena twee kleine armpjes om haar heen en een blond hoofdje tegen haar borst. Vertererd keek ze omlaag. Een klein broertje, dat was een leuke verrassing! Ze legde haar kin op zijn hoofd en zuchtte kort. Er stonden haar hier waarschijnlijk nog veel meer verrassingen te wachten.



Dixie

Hoofdstuk 9      Grote zus, kleine zus
Met een geamuseerd gevoel luister ik naar de kleine Zachary, die me door zijn hele speelgoedcollectie meeneemt. Ik heb zijn speelgoedgeweertjes, zijn tinnen soldaatjes, zijn knuffels, zijn houten autootje en zijn stokpaardje gezien. Nu zit hij tegenover me en kletst hij me de oren van het hoofd over zijn vriendjes en de juf op school.

".... En ik kan ook mijn eigen naam al schrijven!" "Oh, echt waar?" Vroeg Nena, geacteerd verbaasd. Zachary knikte en liep naar een hoekje van zijn kamer waar hij even wat in een kast rommelde. Nena keek zijn kamer rond. Het was duidelijk veel soberder dan haar flamboyant roze kamer. In de hoek van de kamer stond een klein bed met klassieke lakens met een blauwe krijtstreep erop. De muren waren egaal wit en alle meubels van hetzelfde donkerbruine hout. Aan het plafond bungelde een houten vogeltje dat af en toe bewoog. Zachary kwam teruggelopen met een krijtbord en een krijtje in zijn handen. Hij kalkte er opgewonden op los en toen Nena het bordje in haar handen gedrukt kreeg zag ze met scheve krulletters "Zachary" staan. "Heel goed!" Zei ze met een verbaasde uitdrukking op haar gezicht. "Wat knap!" Ze gaf hem het krijtbordje terug en keek tevreden naar de stralende lach op zijn gezicht. "Ik ben de beste van mijn klas!" Schepte hij op. Nena knikte en aaide hem over zijn hoofd. Dat geloof ik graag." "Ah, daar ben je, Nena!" Een zachte stem klonk achter haar en geschrokken draaide ze zich om. Magdalena stond in de deuropening, maar tot Nena's verbazing was er geen sprankje boosheid in haar hele gedaante te bekennen. Wel had ze iets van een helderblauwe stof in haar handen. Nena stond op en liep naar Magdalena toe. "Het spijt me dat ik niet in mijn kamer was, Magdalena," zei ze beteuterd. Magdalena lachte kort. "Ben je gek, meisje. Ik vind het juist erg leuk dat jullie twee het zo goed lijken te vinden. Zachary heeft een speelkameraadje nodig, is het niet, mijn jongen?" "Ja, mama!" Riep Zachary uitgelaten, waarna hij naar Magdalena toe rende en zijn armpjes om haar been sloeg. "In ieder geval, Nena, ik heb hier een nieuwe jurk voor je. Trek je deze aan voor het diner, en vergezel je ons dan in de eetkamer? Ik heb je laten zien waar die is. Oh, en kam je haren ook even, wil je?" Vroeg ze met een lieve glimlach op haar gezicht, waarna ze Zachary bij zijn hand pakte en hem terug mee zijn kamer in nam. "Zo, dan zullen wij ons ook maar eens klaar gaan maken voor het diner," zei ze tegen hem, Nena negerend. Nena besefte zich dat ze verwacht werd naar haar kamer te gaan en zich om te kleden, dus draaide ze zich om en liep ze in de richting van haar kamer. Daar pakte ze de jurk op en bekeek hem eens goed. Het was een helderblauwe stof, met zilveren stiksels die het geheel iets elegants gaven. Nena zuchtte. Dit was totaal niet zoals zij, niet zoals de blouses en spijkerbroeken die de Kern haar gestuurd had. Maar ze wilde niet buiten de boot vallen en bovenal niet het risico lopen dat Magdalena haar niet meer zou willen en af zou stoten. Daarom trok ze haar spijkerbroek, gympen en blouse weer uit en de blauwe jurk aan. Ze besloot dat de enige schoenen die ze had die goed bij deze jurk zou passen de grijze instappers waren. Ze gleed erin en liep naar de spiegel. Eventjes stond ze stil. De blauwe jurk viel mooi op haar getinte huid en haar groene ogen schitterden door de combinatie van kleuren. Ze zuchtte eventjes kort, maar besefte zich wel dat Magdalena een uitstekende kledingsmaak had: of ze nou wilde of niet, deze jurk zou haar prachtig passen. Ze pakte de borstel op en begon vanuit de binnenkant van haar haren te kammen, zodat de springerige krullen weer glad zouden worden. Het lukte haar niet helemaal, maar na een tijdje waren haar haren glad genoeg om Magdalena tevreden te stellen. Althans, dat hoopte Nena. Toen klonk er geklop op haar deur. Ze stond op en liep erheen om open te doen. Het bleek Timothy te zijn. Het jongetje keek naar de grond en fluisterde zo zacht dat Nena het bijna niet kon horen. "Het diner is opgediend. U wordt beneden verwacht." Nena wilde Timothy bedanken, maar voor ze daar de kans toe had was hij alweer weggerend.
Ze liep naar de richting van de trappen en probeerde te zien waar Timothy heen gerend was. Helaas was hij daar iets te snel voor. Toen hoorde ze wat gerommel uit één van de kamers die ze passeerde. Ze stopte voor de deur van de kamer waar het vandaan leek te komen en keek naar de klink. Weer dezelfde zilveren versieringen. Ze leunde iets voorover en luisterde aandachtig. Het gerommel stopte en Nena hield haar adem in toen de deur plots open ging. Ze voelde dat ze een beetje rood aanliep toen ze in twee helderblauwe ogen keek. Een pluk zwarte haar bungelde in het gezicht van de jongen en hij zag een beetje bleek. "Wat moet je?!" Nena deed geschrokken een stap terug. "Oh, oh... Sorry, ik wilde niet..." "Je wilde niet wat? Je stond hier toch voor mijn deur met je oor tegen het hout, of niet?" Nena schudde haar hoofd. "Nee, nee, ik wilde net naar mijn kamer gaan en ik hoorde wat gerommel, en ik wilde kijken of... Of alles wel goed was," loog ze er aan vast. De jongen keek haar even met vernauwde ogen aan. Nena keek hem angstig aan en durfde niet te bewegen. Zijn gezicht was mooi gevormd en de combinatie van zijn zwarte haren, bleke huid en helderblauwe ogen gaven hem iets klassieks. Het was echter duidelijk dat hij zich niet naar dit beeld schikte. Zijn haren waren warrig en iets te lang en er bungelde constant een pluk haar in zijn gezicht. Hij zag er niet bleek uit op een manier die kon wijzen op een geërfde bleke huidskleur, maar eerder op een manier die wees op een gebrek aan zonlicht en buitenlucht. Zijn kleren waren slordig en hij had duidelijk weinig moeite gedaan het pak dat hij droeg te dragen op een manier waarvoor het bedoeld was. Zijn blouse bungelde slordig uit zijn broek en zijn jas was gekreukt. Hij had zijn stropdas niet om en zijn broek was te lang zodat de achterkant van de pijp steeds onder de hak van zijn ongepoetste schoen kwam.
"Hmpf," zei de jongen afkeurend. "Als je mij nu wilt excuseren, ik moet naar het diner beneden," zei hij op een overdreven chique toon, waarna hij de deur achter zich dicht trok, nog één keer een boze blik op Nena wierp en toen naar de trappen liep. "Ik moet daar ook heen," zei Nena nog, maar de jongen leek het of niet te horen, of niet te willen horen, waardoor Nena uiteindelijk in haar eentje ook de trappen af liep.
Ze volgde de jongen naar de eetkamer die Magdalena haar eerder had laten zien. De jongen opende de deur maar deed niet de moeite hem voor Nena open te houden, waardoor hij voor haar gezicht weer dichtsloeg. Verontwaardigd trok ze een paar seconden na hem de deur open, met de intentie om hem eens te vertellen hoe onbeleefd hij wel niet was, maar toen ze de eetzaal zag verdwenen die gedachten als sneeuw voor de zon.


Hoofdstuk 10      Avond
De geur die wordt verspreid door de verschillende prachtige bloemen en planten die overal in de kamer staan is overweldigend. Ik word er bijna ziek van, alhoewel ik daar helemaal geen tijd voor heb met alle andere indrukken die op me afkomen. De geur van de bloemen, de warmte van het haardvuur en Magdalena's glimlach, het geschitter van alle gouden en zilveren bestek... Mijn hart slaat bijna een slag over als ik probeer te bedenken hoe goed het eten dan wel niet moet zijn!

Nena liep de kamer een beetje gehaast binnen door haar gedachtes over het op zijn plaats zetten van de jongen, maar stond abrupt stil bij de aanblik van al het moois in de eetkamer. Ze zag de enorme eettafel met Desmond en Magdalena aan de hoofden, en Zachary, die vrolijk naar haar zwaaide, en de jongen aan de andere kant van de tafel, naast elkaar maar alsnog met de lengte van twee volwassen mannen ertussen. Aan de kant waar ze zonet binnen gekomen was stond nog één lege stoel, die duidelijk voor haar bedoeld was. "Welkom, Nena. Wat zie je er beeldig uit!" Zei Magdalena, waarna ze met een sierlijk handgebaar naar de lege stoel gebaarde. Nena knikte als bedankje en haastte zich naar de stoel. "Heb je Fabian al gesproken? Hij is je oudere broer en ik weet zeker dat jullie het prima zullen kunnen vinden, net als jij het goed met Zachary lijkt te kunnen vinden," zei Magdalena, met een serene glimlach op haar gezicht. Nena keek even naar Fabian, die haar een felle blik teruggaf. Daarom keek ze maar naar het bord voor haar neus. Onder de indruk keek ze naar haar bestek. De lepels, vorken en messen waren van zilver en haar bord was versierd met de mooiste versieringen in ofwel goud, ofwel zilver. Haar beker was prachtig sierlijk gebouwd en zo te zien van echt goud. Ze moest moeite doen haar mond dicht te houden voordat hij in een verbazende 'o' zou vallen. Ze keek naar de overkant van de tafel. Haar ogen ontmoetten die van Fabian, die haar met een lichte spot in haar ogen aankeek. Ze keek snel weg naar Zachary, die haar met een brede lach op zijn gezicht aankeek. "Hoi, Zachary!" Zei ze vrolijk, waarna de lach als sneeuw voor de zon verdween. Onmiddellijk legde Zachary zijn vinger op zijn lippen met een angstige uitdrukking in zijn gezicht. "Hm-hm." Desmond kuchte en Nena keek  hem geschrokken aan. Wat had ze gedaan? "Juist, ja. Je weet overduidelijk niet veel van deze levensstijl, Nena, maar het is hier niet gebruikelijk onder het diner te praten." Nena keek hem even verbaasd aan, maar toen zijn boze blik de hare vast bleef houden, keek ze beteuterd naar haar bord. Niet alleen had hij haar berispt om het praten, hij had haar overduidelijk ook op een denigrerende manier op haar plaats gezet. Veel wist ze niet van haar achtergrond, maar Desmond moest meer weten omdat hij haar Haler was geweest. En blijkbaar kwam ze niet van een welvarende familie als deze. "Nu, laten we aan het diner beginnen!" Zei Magdalena vrolijk, zoals altijd feilloos Desmond's gedrag negerend.
Onmiddellijk kwam Timothy binnen, met een zilveren rolkarretje waarop allerlei schalen stonden. Als een razende begon hij de schalen op tafel te zetten en de kap eraf te halen, al was hij een echte butler. Zowel Desmond als Zachary hadden Timothy genegeerd, maar toen die bij Fabian aankwam gebeurde er iets vreemds. Timothy zette de schaal neer, waarna Fabian hem bij zijn pols pakte voordat hij weg kon rennen. "Bedankt, Timothy," zei hij, waarna hij de pols weer los liet en met een rebelse blik in zijn ogen naar Desmond keek, die duidelijk met moeite zijn woede in kon houden. Verbaasd keek Nena naar Fabian. Hij had de bediende bedankt, wat hier duidelijk geen norm was, en hij had gesproken onder het diner, waarvoor zij juist nog berispt was! Ze keek naar Magdalena, die ook dichtbij een instorting stond aan haar samentrekkende spiertje bij haar rechteroog te zien. Nena voelde hoe de spanning over de tafel gierde en moest moeite doen niet uit frustratie te gaan schreeuwen. Wat was dit voor een vreemd gezin?
Ondertussen was Timothy verder gegaan met het uitdelen van de schalen en hij had er ook eentje voor haar neus neer gezet. Ze wist niet wat ze moest doen, maar besloot haar kansen maar niet meteen te verspillen, dus negeerde ze met pijn in haar hart de arme jongen die zo te zien harder werkte dan hij eigenlijk aan kon. Haar gedachten werden echter snel van de jongen afgeleid door het lekkers wat ze op haar bord zag liggen, en met een knorrende maag die tot dat moment alleen op yoghurt met vruchtjes had gelopen wachtte ze op het moment dat Desmond zijn bestek oppakte en begon te eten.
Het eten was werkelijk hemels en in een keer maakte Nena het niets meer uit dat ze niet mochten spreken onder het diner. Gang na gang werd opgediend en iedere keer als Nena een hapje van het eten nam wilde ze in tevreden gekreun uitbarsten. Eendenborst, aardappeltjes, bonen, tropische vruchtjes, gerecht na gerecht leek op haar tong te smelten en haar keel te liefkozen, een warm dekentje om haar slokdarm te leggen en haar maag te baden in hemelse sappen. Ook de drank bleef maar vloeien en hoewel Nena niet precies wist wat het was dat ze dronk, vond ze het heerlijk. Ze keek af en toe naar Magdalena, die tevreden toekeek hoe ze genoot van het eten, naar Desmond, die met dezelfde stuurse blik die hij de hele dag gedragen had gestaag zijn eten naar binnenwerkte, Zachary, die vrolijk in zijn eten zat te prikken en duidelijk bezig was met een oorlogje tussen aardappels en eendenborst, en Fabian, die het eten niet leek te lusten en stuurs met een vork stukjes eten van de ene kant naar de andere kant van het bord schoof.
De laatste gang werd opgediend en hoewel Nena nauwelijks nog een plekje kon vinden voor het toetje lepelde ze het toch uitgelaten naar binnen, omdat het nog een keer de hemelse smaak had van al het voorgaande eten. Tevreden zakte ze toen terug in haar stoel. Toen echter stond iedereen op en ging door de deur die naar de salon leidde. Verbaasd bleef ze zitten. Waarom liep iedereen nu weg? Toen zag ze echter de kleine Zachary, die eventjes stil was blijven staan en haar haastig wenkte. Meteen stond ook Nena op en snel volgde ze haar nieuwe familie de salon in. Zachary zat op de grond met een stuk speelgoed, tenmidden van Magdalena die op een ligbank lag met een boek in haar handen, en Desmond die in een grote fauteuil een sigaar rookte. Ze zag dat Fabian voor het raam zat en naar buiten staarde en ging voorzichtig op een poef zitten. "Je hebt genoten van het diner hoop ik, Nena?" Vroeg Magdalena toen. Nena knikte en keek even angstig naar Desmond. "Oh, je mag best antwoord geven, kind," zei Magdalena met een glimlach op haar gezicht. "Het was heerlijk," gaf Nena toen toe. En dat was het. Al snel nam Nena dezelfde positie als Magdalena aan op een andere ligbank, en onder het haardvuur, warm en knapperend, en met al dat heerlijke eten in haar maag, viel ze snel in slaap.



Dixie

#4
Hoofdstuk 11      Etiquette, etiquette
"Slaapt ze nu?" Door een verontwaardige stem word ik wakker. "Desmond, kijk nu toch... In hemelsnaam, er is geen beginnen aan..." Ik open langzaam mijn ogen en zie dat Magdalena rechtop is gaan zitten. "Laat haar toch," klinkt een chagrijnige stem vanuit de kant van de ramen. Ik gaap even en ga rechtop zitten. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en kijk de kamer rond. Drie ontstelde gezichten kijken me aan.

"Je mag niet slapen, slapen is onbeleefd," zei Zachary met een zachte stem. Nena keek hem verrast aan. Hoezo mocht slapen niet? En wat ving ze net voor een gesprek op? Ze keek naar Magdalena en Desmond en zag twee afkeurende blikken. Misschien was het wel etiquette om na het eten in stilte bij elkaar te zijn, dacht ze angstig. Etiquette was er om niet gebroken te worden en zij was hier voor de neus van haar nieuwe ouders in slaap gevallen. Ze voelde zich niet op haar gemak en voelde hoe ze langzaam rood werd. "Het... Het spijt me," zei ze toen, met een licht vragende toon in haar stem alsof ze niet zeker wist of een excuus wel op zijn plek was.
Magdalena zuchtte en legde haar boek naast zich neer. Elegant stond ze op. "Het geeft niet, kindje. Je hebt immers een drukke dag gehad. Misschien voel je je beter als je wat piano speelt?" Nena keek Magdalena verbaasd aan. Piano spelen? Dat kon ze toch helemaal niet? Ze stond toch maar op omdat ze het idee had dat blijven zitten niet bepaald gepast was als je moeder je wat vroeg. Ze volgde Magdalena naar de vleugel in de kamer en ging ongemakkelijk op de kruk zitten. "Ik weet niet of ik dit wel kan, hoor," zei ze zacht, maar Magdalena keek haar onverstoord aan met de serene glimlach op haar gezicht. "Ik weet zeker dat je het goed zult doen, kindje," zei ze, waarna ze op een poef bij de piano plaatsnam en afwachtend naar Nena keek.
Die schoof even ongemakkelijk heen en weer op haar kruk en strekte haar nek in een poging ervoor te zorgen dat de jurk wat minder strak en adembenemend zat. Ze legde haar vingers op de toetsen en drukte langzaam een van de toetsen in. Een droge 'ping'  kwam tevoorschijn. Inmiddels was ook Zachary bij de piano komen zitten en vol verwachting keken twee grote blauwe ogen haar aan. Een zacht gekraak duidde erop dat Fabian achter haar was komen staan en ze voelde twee spottende ogen in haar rug prikken.
Nena kreeg het een beetje warm. Al deze afwachtende blikken en harten die vol verwachting klopten voor het heerlijkste stukje muziek, en het enige wat zij tot nu toe had kunnen produceren was een droge 'ping'. Ze drukte nog een toets in en weer kwam een droge klank tevoorschijn. Haar vingers lagen verstijfd op de toetsen en ze keek ingespannen naar het wit en zwart. Het was alsof haar hersenen iets probeerden te herinneren wat er niet was en na nog wat vingers omlaag gedrukt te hebben, wat een ongelofelijke herrie opleverde, gaf ze het op. Ze zuchtte diep en legde haar handen in haar schoot. "Het spijt me heel erg, Magdalena. Ik weet niet wat je van me verwacht, maar volgensmij... volgensmij kan ik geen piano spelen," maakte ze de zin met zachte stem af, waarna ze beschaamd naar beneden keek.
Ze keek iets omhoog en zag hoe Magdalena eerst ontsteld naar Desmond keek, zich toen omdraaide en elegant maar vastberaden de kamer uitbeende. Desmond bleef onverstoord in zijn stoel zitten en Zachary leek eventjes vertwijfeld, maar haalde toen zijn schoudertjes op en kroop terug naar zijn speelgoed om verder te spelen. Achter zich hoorde Nena een korte 'hmpf'. Ze keek achterom en keek recht in de heldere ogen van Fabian. Die had een lichte spot in zijn ogen, alhoewel Nena ook een klein sprankje amusement leek te zien. Ze keek hem eventjes intens verdrietig aan, waarna ze opstond en ook de kamer uitliep. Ze keek eventjes om toen ze de deur dichttrok, maar Desmond zat alsof er niets gebeurd was in zijn stoel een sigaar te roken, Zachary zat op de grond met soldaatjes te spelen, en Fabian... Fabian keek haar met dezelfde blik in zijn ogen na.
Ze stormde de trap op en viel op haar bed neer. Voor het eerst in de hele tijd dat ze in deze verwarrende wereld was barstte ze in huilen uit. Haar schouders schokten en ze voelde hoe haar tranen haar armen, waar haar hoofd op rustte, langzaam doorweekten. Met lange uithalen huilend lag ze op haar bed. Alles was rot hier. Ze woonde in een familie die haar niet accepteerde, met een broer die alles aan haar belachelijk leek te vinden, een vader die eerder zo aardig leek te zijn maar haar bestaan nu niet leek te erkennen, en een moeder die wilde dat zij iets anders was dan ze in werkelijkheid was. Zachary, hoe aandoenlijk hij ook was, was veel te jong om echt een gezelschap voor haar te vormen. Een beklemmende eenzaamheid greep haar bij de keel en even leek ze geen adem meer te kunnen halen. Ze was zo verward, de wereld waar ze zich nu in bevond leek haar niet te accepteren maar ze had ook geen wereld om naar terug te verlangen. Snikkend ging ze overeind zitten en langzaam trok ze haar jurk uit, waarna ze hem vol walging op de grond smeet. Dit was zij niet. Daarna liep ze naar haar kast, die ze open smeet en waar ze de blouse die ze eerder gedragen had uit trok. Hij was zacht en hij rook lekker, en bovendien voelde het meer een stukje van haar dan wat dan ook in deze wereld.
Met de blouse aan liep ze naar het raam, waar ze nog steeds nasnikkend voor ging zitten. Haar hoofd rustte op haar ellebogen en ze keek naar buiten, over het landschap dat zich voor haar uitstrekte. Her en der stond een villa of landhuis en ze zag af en toe ook schimmen van mensen bewegen in de schemerige omgeving. Ze vroeg zich af of zij wel gelukkig waren, of het überhaupt echt mogelijk was om geluk te vinden in een wereld als deze.
Uit het duister klonk toen een zacht geluid. Nena spitste haar oren en keek zoekend naar buiten. "Mrreeow," klonk het weer. Nena leunde iets naar buiten en zag toen op het balkon van de kamer naast haar een kat staan. "Hé, wat doe jij nu hier?" Vroeg ze zachtjes. Ze leunde iets verder naar buiten en probeerde te zien waar de deur van het balkon op uit kwam. "Shit," fluisterde ze zachtjes toen ze zag dat het de kamer naast haar was. De kamer van Fabian.
Ze sloop naar buiten en leunde tegen de deur van Fabian aan, bang dat hij weer open zou doen en zou merken dat ze stond te luisteren, en daarnaast zou zien dat ze in enkel een blouse door zo'n chique huis aan het sluipen was. Maar er was niets te horen, dus klopte ze zachtjes, in de startblokken om weg te spurten mocht ze de klink omlaag horen gaan. Toen er een tijdje niets gebeurde deed ze voorzichtig de deur open, op een kiertje, net genoeg voor haar om naar binnen te kijken maar niet genoeg voor hem om eventueel naar buiten te kijken. "Fabian?" Fluisterde ze, maar toen er geen antwoord kwam besloot ze dat het echt veilig was om naar binnen te gaan. Ze duwde de deur een beetje verder open en nog steeds op haar hoede keek ze de kamer rond. Hij was echter leeg. Schoon was hij niet: Nena moest even haar adem inhouden toen ze naar binnen stapte om aan de stank te wennen. Het rook er duf en het leek alsof er al dagen geen frisse lucht binnen gekomen was. De vloer was rommelig en hoewel de kamer klassiek ingericht was deed hij meer denken aan een rommelmarkt met antieke spullen dan een echt antieke kamer: overal stonden kleine hebbedingetjes en er was zo ongeveer geen leeg plekje aan de muur te bekennen. De hele muur was behangen met posters van Elvis en Marilyn Monroe. Ze had niet veel tijd om rond te kijken, daarvoor klopte haar hart veel te hoog in haar keel uit angst om betrapt te worden terwijl ze in een andere kamer rondsloop. Ze haastte zich naar de deur die naar het balkon moest leiden en toen ze die opende schoot er een kat naar binnen. Hij miauwde zacht en zat in het midden van de kamer stil, terwijl hij Nena aandachtig aankeek. Zij keek ook aandachtig naar de kat. Het was een kleine, slanke kater met een witte vacht die versierd werd door rode, grijze en zwarte vlekjes. Om zijn rechteroog zat een rode vlek en zijn staart was gestippeld met een grote grijze vlek en meerdere kleine zwarte vlekjes. "Hier, poes poes poes," zei Nena lokkend. De kater miauwde even en kwam toen langzaam naar haar toelopen. Hij wreef zichzelf langs haar been en zij krabbelde hem achter zijn oor, waarop hij tevreden spinde. "Wat deed jij op het balkon?" Ze tilde hem op, wat hij gewillig toeliet, en verliet snel de kamer. Ze trok de deur zachtjes achter zich dicht en sloop snel maar zachtjes haar kamer in. Daar zette ze de kat weer op de grond. Die bleef haar aandachtig aankijken. Ze ging op haar knieën zitten en krabbelde hem op zijn hoofdje, wat met een tevreden blik en een luid gespin beloond werd. Ze keek naar de halsband om zijn hals. Haar oog viel op een blinkend labeltje in de vorm van een kattepoot. "Mogens", stond erop geschreven. "Mogens, dus?" De kat knipperde een paar keer, miauwde, liep naar haar bed en maakte het zichzelf gemakkelijk aan haar voeteneinde. "Welkom in mijn kamer, Mogens," zei ze, en tevreden met dit nieuwe gezelschap viel ze op haar suikerspinroze bed in slaap.


Hoofdstuk 12      Het nieuwe leven
Ik word wakker van kleine zonnestraaltjes die mijn oogleden klieren. "Hmmrr," grom ik, en ik draai me om. Dan voel ik gekriebel tegen mijn neus. Geschrokken open ik mijn ogen. Maar ik kijk in de ogen van Mogens. Helder en nieuwsgierig staren ze me aan. De herinneringen aan de vorige dag drijven boven. "Goedemorgen," mompel ik, waarna ik me op mijn rug rol en naar het plafond van mijn hemelbed staar.

Mogens liep een beetje ongeduldig naast Nena's hoofd heen en weer, waarna hij zich dan maar opkrulde naast haar kussen. Ze zuchtte bij de herinnering aan de vorige dag. Het was echt een dag van pieken en dalen geweest. Ze was zo blij geweest om haar nieuwe familie en huis te zien, maar was zo geschrokken van het doen en laten hier. Ze keek naar de vloer, waar haar mooie jurk van gisterenavond opgefrommeld lag. Ze zwierde haar benen uit bed en raapte de jurk op. Hoewel ze nog steeds een steek van het niet geaccepteerd worden voelde, kon ze niet zomaar zulke kado's afdanken alsof het niets was. Ze streek hem onhandig een beetje glad en hing hem toen terug in de kast, naast haar spijkerbroeken en blouses. Daarna liep ze terug naar het bed waar ze in kleermakerszit op ging zitten en Mogens achter zijn oor begon te krabbelen. "Oh, Mogens... Hoe lang woon jij hier al? Misschien weet jij wel meer over deze rare familie dan ik..." Zei ze zachtjes tegen de kat, die haar even aankeek maar toen zijn kop weer terug op zijn pootjes liet rusten.
Toen klonk er een kort geklop op haar deur, waarna deze langzaam open ging. Geschrokken bedekte Nena zich met haar lakens. Ze zat tenslotte alleen in een blouse op bed, een aangezicht waarvan ze wel kon bedenken wat Magdalena's reactie daarop zou zijn. Het bleek echter niet Magdalena te zijn, maar Timothy. Met een dienblad in zijn handen kwam hij binnengelopen. Hij stond plots stil en zijn dienblad schokte kort toen hij de kat op Nena's bed zag. Hij trok een beetje bleek weg en Nena keek hem geschrokken aan. "Wat is er, Timothy?" Timothy keek een beetje ongemakkelijk door haar stem die duidelijk tegen hem gericht was, er was immers niemand anders in de kamer, maar begon toen te stamelen. "Het... Ik.... De kat...." "Oh, Mogens bedoel je? Wat is ermee?" Vroeg ze met lichte argwaan in haar stem. Was het dan niet toegestaan een kat te hebben? "U mag geen dieren op Uw kamer hebben, juffrouw Nena. Mevrouw Magdalena zou dat nooit toestaan," zei hij toen zacht, met een vleugje angst in zijn stem alsof hij bang was om zo vrijpostig te zijn. "Oh, nee! Maar Mogens doet toch geen vlieg kwaad?" Ze stond op van haar bed en pakte de kat op in haar armen, alsof ze hem wilde beschermen tegen Timothy, die met zijn armpjes als luciferstokjes toch weinig aan zou kunnen richten. Timothy schudde zijn hoofd. "Nee, nee, geen katten..." Fluisterde hij. Nena's gezicht betrok. Mogens was een klein lichtpuntje geweest in de dag van gisteren, die niet zo soepel verlopen was, en nou zou ze hem af moeten staan. Mogens keek haar aan met twee grote ogen die leken te smeken. Nena zuchtte. "Luister, Timothy... Ik wil je niet tegen Magdalena en Desmond opzetten, maar... Als ik Mogens nu eens goed verborgen voor ze houdt? Ik zou het echt verschrikkelijk vinden hem weg te moeten doen. Ik voel me hier al zo eenzaam," gaf ze voorzichtig toe. Timothy's gezicht betrok even bij die laatste zin, maar hij knikte kort, zette het dienblad neer en spoedde de kamer uit. Toen hij bijna de deur achter zich dichttrok keek hij nog even naar binnen. "Magdalena verwacht u na het ontbijt gekleed beneden, mejuffrouw Nena, voor een korte rondleiding door de stad." "Maar wat moet ik aantrekken?" Vroeg Nena, eventjes denkend aan haar garderobe die alleen bestond uit spijkerbroeken en blouses en één verfrommelde blauwe jurk. Maar Timothy had de deur al dichtgetrokken en gaf geen antwoord meer. Nena kuste Mogens op zijn kop. "Dat is goed nieuws, Mogens! Je mag blijven," zei ze vrolijk, waarna ze de kat op de grond liep en vrolijk op haar bed sprong. Ze pakte het dienblad en opende de zilveren schaaltjes. Vol bewondering keek ze naar het ontbijt. Het zag er heerlijk uit. Jus d'orange, verse melk, croissantjes en de heerlijkste jams die zelfgemaakt leken te zijn. Nena floot even zachtjes en begon toen haar ontbijtje te smeren.
Niet veel later stond ze dubbend voor haar kast. Wat zou ze moeten dragen? Magdalena leek haar het liefste altijd in een jurk te zien, maar die had ze maar een, en ze had niets nieuws ontvangen net als de vorige avond voor het diner. Uiteindelijk besloot ze een lichte spijkerbroek te dragen, met de grijze instappertjes en een lange witte blouse, zodat ze er toch nog heel degelijk uitzag voor een meisje met een broek aan. Ze probeerde kort haar haren in een mooie knot te krijgen en nam genoegen met het in elkaar geflanste dotje op haar hoofd. Daarna wilde ze de kamer verlaten. Ze werd echter teruggeroepen door Mogens, die lang miauwde en voor het raam stond waar hij met zijn pootjes tegen het houtwerk leek te krabben. "Mogens, niet doen!" Zei Nena geschrokken, bang dat er lange klauwsporen in het hout kwamen te staan. Ze liep snel naar het raam en zette het op een kiertje. Dankbaar flitste Mogens naar buiten.
Nena liep de hal in en zag onderaan de trappen Magdalena staan, duidelijk ongeduldig. Snel sloop ze de trappen af, eventjes een blik op Fabian's deur werpend. Die was nog steeds gesloten en Nena vroeg zich af of Mogens misschien zijn kat was geweest, en of hij hem niet zou missen.
Maar Magdalena stond op haar te wachten, dus Nena had geen tijd om het uit te zoeken. Ze liep naar beneden en glimlachte kort naar Magdalena, afwachtend wat haar humeur zou zijn en of ze nog iets zou zeggen over het fiasco van het diner gisteren. Maar zodra Magdalena Nena zag verscheen er een brede glimlach op haar gezicht. "Ah, goedemorgen, kindje! Ik hoop dat je een goede nachtrust gehad hebt," zei ze met haar twinkelende stem en ogen vol warmte en liefde. Even was Nena uit het harnas geslagen. Dit had ze, van alle scenarios die door haar hoofd gespookt hadden, niet verwacht. Magdalena leek compleet te negeren wat er gisteren gebeurd was en had niet eens iets gezegd over haar outfit. "Ehm, ja, ik heb heerlijk geslapen, bedankt," antwoordde ze toen maar.
Magdalena leek genoegen te nemen met dit antwoord en gebaarde Nena haar arm in de hare te haken. Samen liepen ze naar buiten, waar Timothy stond te wachten met Pratap en de wagen. Eventjes keek Nena naar Timothy, die haar blik zorgvuldig ontweek. Een vlaag van schuldgevoel overviel haar even. Had ze de kleine Timothy niet met een te groot geheim opgezadeld? Maar Magdalena gebaarde haar al gauw om in de koets te stappen, en toen die van het landgoed afreed liet Nena ook haar gedachtes over Timothy achter.

Dixie

#5
Hoofdstuk 13      Portus
We zijn weer terug, maar de stad lijkt anders te zijn dan in mijn herinneringen. De straten zijn vol met mensen en ik ben onder de indruk van de verschillen in kledingstijlen en manieren van lopen en praten. De huizen vormen een bonte verzameling en ik vraag me af in welk huis welke persoon woont. Overal klinken stemmen van koopmannen die de heerlijkste waren verkopen. Magdalena kijkt rustig voor zich uit, maar ik kan mijn hoofd bijna niet stil op mijn romp houden.

Het lawaai van Portus was bijna overweldigend. Nena keek haar ogen uit. Jongens in leren jasjes, meisjes in schattige jurkjes, mannen in pinguïn pakken met hoge hoed en vrouwen in felgekleurde rokken met witte blouses en gekleurde sjaaltjes om hun nek. Het leek een scene recht uit een film over een gebroken tijdmachine. Niemand leek het verschil in klederdracht en manier van doen echter op te merken. Ze passeerden winkel na winkel en de variatie in inrichting en koopwaren was bijna bizar. “Wat vind je van de stad?” Vroeg Magdalena na een tijdje. Nena was eventjes verbaasd dat er nog iemand naast haar zat en ging weer recht in de wagen zitten. “Ik vind het geweldig! Ik heb nog nooit zoiets gezien,” zei ze onder de indruk. Magdalena glimlachte even naar haar. “Ja, het is een bizarre wereld. Er is hier voor ieder wat wils te vinden. Ik wil je vandaag de stad laten zien, dan kun je hierna, mocht je dat willen, zelf naar Portus reizen. Ik zal je dan ook de gebieden zien waar je niet mag komen.” “Waarom niet?” Vroeg Nena direct, wat weer een van Magdalena’s trekjes met de mondhoek opleverde. “Omdat er bepaalde gebieden in Portus zijn die niet verstoord mogen worden. Voor het welzijn van de mensen die in die gebieden wonen, en voor het welzijn van je zelf. Bovendien heb je in die delen toch niet veel te zoeken,” voegde Magdalena er aan toe, maar Nena’s nieuwsgierigheid was alleen nog maar meer gewekt. Verboden gebieden in de stad, dat klonk eerder interessant dan gevaarlijk!
De koets stopte midden op het marktplein. Het was een rechthoekig plein dat haar vaag deed denken aan het Forum uit de oude Romeinse tijd. Het werd omringd door grote gebouwen die voor van alles en nog wat leken te dienen. Magdalena stapte moeiteloos uit de koets en Nena volgde haar, alhoewel zij wel eventjes de zijkant goed vast moest klemmen om te zorgen dat ze niet zou vallen. Ze keek naar de rij voortuigen en moest even grinniken. Er stonden auto’s geparkeerd, fietsen in fietsenrekken en scootertjes daarnaast. Ook stonden er meerdere koetsen en af en toe was er ook een gezadeld paard te vinden. Nena vroeg zich af of er dan misschien ook cowboys rondliepen, maar voor zover ze kon zien in de bonte verzameling van mensen was er geen te vinden. Magdalena wees naar een gebouw aan de overkant van het plein. Het was een groot, wit gebouw met een driehoekig dak dat door pilaren, die eindigden aan de bovenkant van een groot aantal trappen, werd ondersteund. Het was een enorm gebouw en het zag er nogal pompeus uit. “Dat is het rechtsgebouw van Portus.” Nena keek naar het gebouw en zag er een vage spreuk op staan. “Errare Humanum Est,” stond in grote letters boven de pilaren gekerfd. “Vergissen is menselijk,” fluisterde Nena. “Ja, goed gezien,” zei Magdalena met een kleine glimlach op haar gezicht. Nena keek even verbaasd naar de spreuk toen ze besefte dat die in een andere taal geschreven was, maar dat ze hem toch kon verstaan. “Magdalena, waarom kan ik dat lezen?” Vroeg ze met een lichte argwaan in haar stem. Magdalena lachte kort. “Oh, meisje. Taal is zoiets aards. In de hemel is het overbodig geworden. We vormen allemaal één volk, mensen van alle volken en van alle tijden. Taal is slechts een barrière die we van je weggenomen hebben.” Nena keek met grote ogen rond. Ze sprak dus alle talen van de wereld, en tegelijkertijd maar één taal? “Welke taal spreek ik dan?” “Dat mag ik je niet vertellen, kindje. Maar nu spreek je onze taal. Dat zou genoeg voor je moeten zijn,” zei ze rustig. Nena zuchtte even kort. Wéér zo’n mysterie over haar achtergrond. Ze begon er langzaam genoeg van te krijgen. Magdalena voelde het feilloos aan en veranderde snel van onderwerp. “Begrijp je waarom het ‘Vergissen is Menselijk’ zegt?” Vroeg ze aan Nena. Die schudde haar hoofd. Nu ze erover nadacht, de spreuk was op zijn minst merkwaardig te noemen voor een rechtsgebouw. “Je weet dat je in de Hemel bent, toch?” Vroeg Magdalena haar. Nena knikte. “Ja, dat is me verteld.” “Goed, dan heb je misschien ook al nagedacht over de tegenhanger van de Hemel zoals die in bijna elke religie beschreven wordt. De plaats waar zielen heengaan als zij zich op hun aardse leven onbehoorlijk gedragen hebben.” “De Hel,” zei Nena, die wel wist hoe die plek heette maar er, moet ze eerlijk toegeven, nog niet over nagedacht had. Magdalena knikte. “Juist. De Hel is de plaats waar alle ongepaste zielen heen vertrekken. Zij komen ook niet in de overgangswereld terecht zoals jij die kende. Je zou het moment van beslissen kunnen zien als het moment waarop de ziel het lichaam verlaat. Slechte zielen dalen, als het ware, en goede zielen zoals die van jou en mij stijgen op. Omdat ze in een andere wereld zijn zul je hier geen slechte zielen vinden. Vandaar dat de spreuk ‘vergissen is menselijk’ is. De rechtspraak beperkt zich hier tot het oplossen van verschillen in mening en het ophelderen van misverstanden.” Nena keek even naar het rechtsgebouw. Het was een enorm gebouw voor enkel het oplossen van kleine akkefietjes, maar ze voelde zich wel veiliger door de wetenschap dat slechte zielen in een andere wereld waren. “Maar, Magdalena?” Vroeg ze. Magdalena keek haar met heldere ogen aan. “Wie maakt dan die beslissing welke ziel waarheen gaat?” “Een goede vraag…” Magdalena dacht even na. “In elke religie zijn er andere normen en waarden over het goed leven van je leven. Elke persoon gelooft weer iets anders. Er is bijna geen persoon op aarde die precies hetzelfde gelooft. Toch is er maar één Hemel, en één Hel. De criteria zijn erg simpel, eigenlijk. Je overgang wordt bepaald door waar jij in gelooft.” Nena keek even bedenkelijk. “Dus, als jij gelooft dat je goed leeft, kom je in de Hemel terecht?” Magdalena schudde haar hoofd. “Oh, nee, zeker niet. Het gaat om je achterliggende geloof, en vooral over je geloof wat er na je dood zal gebeuren. Daarom is deze wereld zo flexibel, om niemand een enorme schok te bezorgen als ze het leven na de dood betreden. Geloof je bijvoorbeeld dat als je een goed leven leidt, dapper bent en in een oorlog deelneemt om je vaderland te beschermen, ook al kost dit de levens van je vijanden, dan zul je in de Hemel belanden. Geloof je echter dat het onbehoorlijk is om te doden, en dat een moord plegen gelijk staat aan een enkeltje hel, dan zul je in hetzelfde scenario als de vorige ziel toch een andere bestemming vinden, de Hel.”
Ze waren inmiddels naar een bankje gelopen op het midden van een plein en gingen zitten. Nena keek aandachtig rond, maar hield haar aandacht bij Magdalena’s verhaal. “Elke religie heeft andere normen en waarden, en elke gelovige binnen die religie ook weer. Zelfs mensen zonder religie hebben hun ideeën over wat er na hun dood gebeurd. Deze wereld is ontworpen voor hen allemaal.” Nena keek Magdalena aan. Het was moeilijk te geloven dat ieder persoon, ongeacht geloof, rust kon vinden in dezelfde wereld. Het was onbevatbaar, maar geweldig. “Wauw,” zei Nena zachtjes. Ze keek naar de mensen die over straat liepen. Het was ongelofelijk dat allen van hen ooit een aards leven hadden gehad en dat ze allemaal hun rust hadden gevonden in dezelfde wereld als zij.
Magdalena wees naar een ander gebouw naast het plein. Nena keek er even naar en zag een vierkant gebouw, dat er niet aantrekkelijk uitzag maar toch een kruis op het midden van het dak had. “Dit is een van de meest speciale gebouwen in Portus. Het is een veranderend gebouw. Mensen die hierheen komen zien wat ze verwachten.” Niet-begrijpend keek Nena Magdalena aan. “Wat bedoel je?” “Oh, het is heel simpel. Stel je voor, een toegewijd Christen komt aan in de Hemel en vindt geen God en geen rust tot je teruggeroepen wordt door de Heer. Dat moet erg verwarrend zijn. Als je verwacht dat je een goed leven als Christen geleid hebt, en je verwacht een warme plek te vinden, dan zul je die ook vinden. Sommigen zien een enorme kerk, versierd met de mooiste versieringen, verwarmt door de best geurende kaarsen en gevuld met het prettigste gezelschap. Anderen vinden enkel het gezelschap van een herder van het geloof die ze zelf gecreëerd hebben, althans, die de Kern voor ze gecreëerd heeft, gebaseerd op hun verwachtingen.” Nena knikte. Ze begreep het, maar vroeg zich af waarom zij een kaal gebouw zag, alleen versierd met een klein kruisje. Ze kon zich niet herinneren wat ze op Aarde geloofd had en dat frustreerde haar enorm. Ze wist enkel dat ze hier zonder enige verwachtingen binnengekomen was, maar wat ze van Magdalena’s verhaal begreep, moest ze toch ergens bij geleefd hebben, anders was ze hier niet terecht gekomen. Ze zuchtte kort en keek om zich heen. Magdalena keek haar bezorgd aan. “Wat is er, meisje?” Nena schudde haar hoofd. “Het is… Het is niets. Ik weet alleen niet waarom ik hier dan ben. Ik verwachtte niets, geloofde ik dan niets op Aarde?” Resoluut schudde Magdalena haar hoofd. “Oh, nee, nee kindje, zeker niet. Dat is niet mogelijk. Zie je, de mensen die niets geloofden staat naar het schijnt zelfs een erger lot te wachten dan zij die in de Hel belandden. Een eeuwige duisternis, slechts gevoed door het gevoel geen leven na de dood te hebben. Mensen die geen wereld na de dood verwachten, krijgen ook geen wereld.” Ze rilde even. “Gelukkig voor de mensheid zijn maar weinigen zo ongeïnspireerd dat ze geen geloof, in wat voor vorm dan ook, in hun leven hebben. Nee, meisje, prijs je gelukkig dat jij dat wel had, en dat jij hier terecht gekomen bent.” Ze legde even een hand op Nena’s rug en keek haar glimlachend aan. Nena glimlachte terug. Hoewel het vervelend was niets te herinneren, had Magdalena vast gelijk. Ze had het erger kunnen treffen.

Hoofdstuk 14      Verboden gebieden
We wandelen langzaam vanaf het centrale plein een grote straat in. Magdalena vertelt me af en toe over de kleine gebouwtjes, welke winkels zijn, welke huizen zijn, welke nieuw zijn, en welke oud zijn. Ik slok elk woord dat uit haar mond komt gretig in me op. Ik wil alles van deze wereld leren. Dan zie ik dat we bijna bij de hoge, vreemde toren zijn die Magdalena de vorige dag het Centrum had genoemd.

Nena keek met opgetrokken wenkbrauwen naar de toren die boven een rij huizen uitstak. Ze had het Centrum gisteren ook al gezien, maar nu ze er dichterbij was zag hij er nog merkwaardiger uit. “Gaan we daar naar binnen?” Vroeg ze gretig aan Magdalena. Die bleef vooruit kijken en liep in een gestaag tempo door. “Oh, nee, Nena. Vandaag niet. Maar we zullen hem even passeren, we moeten toch die richting uit.” Nena knikte en voelde hoe ze een beetje gespannen raakte bij het idee dat ze het Centrum zouden passeren, al wist ze niet waarom: ze was immers nieuw in deze wereld en wist dus niet eens precies wat er zich in die toren afspeelde.
Ze liepen langzaam de bocht om en Nena zag dat aan het einde van de straat, midden op een groot, rond plein, de toren eindigde. Het was een drukte van jewelste op het plein en met een brede glimlach liep Nena aan de arm van Magdalena het Centrum tegemoet.
Plots stopte Magdalena. Een groep jongeren van ongeveer haar leeftijd kwam uit een zijstraat gelopen en iedereen stopte voor hen. Vol bewondering keek Nena naar de jongeren. Ze waren allemaal hetzelfde gekleed, in zilvergrijze broeken of rokken en met een zelfde gekleurde blouse. Een schitterende lichtblauwe mantel bedekte hun schouders. Ze liepen niet met een air van arrogantie over de straten, maar toch werden ze aangekeken door de andere mensen met grote ogen van bewondering en blijdschap. Hier en daar werd ‘hoera!’ geroepen en er klonk een klein applaus op uit de menigte. “Wie zijn dat?” Vroeg Nena zachtjes aan Magdalena. “Dat zijn nou Halers, Nena,” zei Magdalena tegen haar, met een kleine glimlach op haar gezicht. “Het is een van de jongerenteams die net een oorlogsdienst gedraaid hebben. Dat zijn de heftigste diensten, maar ze hebben het zeer succesvol afgerond. Het nieuws heeft zich snel door Portus verspreid, zoals je merkt,” zei ze, waarna ze even glimlachte naar een iets oudere man die voorop de groep liep en haar blik in de zijne gevangen had. De groep liep door en liep richting het Centrum, waar ze niet veel later naar binnen verdwenen.
Nena liep dromend aan de arm van Magdalena. De Halers die ze net gezien hadden zagen er zo zelfverzekerd uit, zo stoer, en ze hoorden echt ergens bij. Zuchtend bedacht ze zich dat zij niets liever wilde dan een plekje in die groep. Iedereen zou haar hier kennen en ze zou zo veel vrienden hebben. Hoewel het leven in het huis van Desmond en Magdalena haar goed beviel vreesde ze dat het wel eens een eenzaam bestaan kon worden, met een weliswaar erg enthousiast maar ook erg jong broertje, en een oudere broer die haar vanaf het begin al niet leek te mogen. Ze was blij met het nieuwe gezelschap van Mogens, maar dat was een kat, geen menselijke vriend waar ze goede gesprekken mee kon voeren.
“Je loopt te dromen, Nena,” zei Magdalena tegen haar, toen ze op het plein van het Centrum gearriveerd waren. “Oh, het spijt me,” antwoordde Nena zachtjes. Ze liep inderdaad te dromen en ze kon zich voorstellen dat ze niet erg prettig gezelschap was voor haar adoptief moeder. “Dit is het Centrum, het ligt in het midden van het hospitaal, waar je binnengebracht bent, en ons huis. Zoals ik al zei, we kunnen er nu niet binnen gaan, maar ik zou goed onthouden hoe we hier gekomen zijn, als ik jou was,” zei Magdalena tegen haar, met een mysterieuze glimlach op haar gezicht.  “Hoezo?” Vroeg Nena onmiddellijk. Wat bedoelde Magdalena daarmee? Wat moest zij in het Centrum? Magdalena keek een andere kant uit. “Dat kan ik je niet vertellen. Maar je zult er binnenkort wel over ingelicht worden.” Nena keek even boos naar de grond. Ze schopte balend tegen een steentje. Stomme mysteries de hele tijd. Ze mocht niets weten over haar verleden, hoewel overduidelijk de mensen hier het wel wisten, en ze mocht niets weten over haar toekomst, die blijkbaar bij anderen ook al bekend was. Maar ze besefte dat ze er weinig tegen kon doen. Magdalena en Desmond leken geen mensen die zomaar om te praten waren, dus vertrouwde ze op hun woorden dat ze het vanzelf wel zou ontdekken.
“Goed, ben je er klaar voor?” Vroeg Magdalena. “Waarvoor?” “Om een korte wandeling te maken langs de gebieden waar je niet heen hoort te gaan.” Nena’s ogen werden groot. Natuurlijk was ze daar klaar voor! Door alle nieuwe indrukken was ze bijna vergeten dat het laten zien van de gebieden waar ze niet heen mocht deels het doel was van dit uitstapje. Ze knikte en volgde Magdalena, die een zijstraat van het Centrumplein in liep.
Het viel Nena op dat er steeds minder gebouwen stonden en dat de sfeer grauwer werd, naarmate ze meer zijstraatjes in sloegen en de toren achter hen steeds kleiner werd. Op een gegeven moment kwamen ze op een grauw uitziend kruispunt terecht. Er waren geen mensen te zien en Magdalena leek niet op haar gemak te zijn. “Goed, Nena. We zijn aangekomen op de grens van waar we heen mogen gaan. Dit kruispunt zal je naar verschillende gebieden brengen die bewust deels van Portus gescheiden zijn. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat een Viking, die verwacht na een dapper leven geleid te hebben in het Valhalla terecht te komen, niet tevreden zal zijn met de wereld die wij net gezien hebben. Daarom heeft de Kern dit gebied gemaakt. Hier vind je de zielen die geen plek in Portus hadden kunnen vinden.” Nena probeerde de straten van het kruispunt in te kijken, maar kreeg rillingen van de kou en de grimmige sfeer die er hing en keek snel een andere kant op. Magdalena wees een straatje in. “En dat daar is de rand van onze wereld. Volg mij,” zei ze, waarna ze de straat naar rechts in sloeg. Onzeker of dit nog steeds wel zo’n goed idee was volgde Nena haar.
Zelfs in de koele en duistere straat waar ze liepen was Magdalena’s verschijning een warme die veiligheid en zorgzaamheid uitstraalde. Nena liep achter haar aan en keek vol bewondering naar de manier waarop Magdalena op haar torenhoge hakken balanceerde. Ze had een mooie, klassieke rode jurk aan en haar prachtige haren waren in een knot bovenop haar hoofd gebonden. Magdalena keek even over haar schouder. “Ah, je bent er nog. Blijf dicht bij me in de buurt,” zei ze, waarna Nena onmiddellijk haar pas versnelde en naast Magdalena ging lopen.
Na een tijdje door deze vreemde omgeving gelopen te hebben kwamen ze op een enorm uitgestrekt wit strand, waar langzaam golven af en aan spoelden. “Wauw,” fluisterde Nena. “Wat zie je?” Vroeg Magdalena. Nena keek haar eventjes verward aan. “Hoe bedoel je? Een strand, toch?” Magdalena glimlachte kort. “Dit is het einde van de wereld die de Kern gemaakt heeft, maar hij is voor iedereen anders. Sommigen zien een eindeloze woestijn, anderen een afgrond. Het ligt er maar net aan wat je van de wereld verwacht en wat je gezien hebt. Mensen die nog nooit een zee gezien hebben kunnen moeilijk hier wel een zee zien, in een wereld die op verwachtingen gebaseerd is.” Nena knikte. Dat klonk logisch. Maar zij was blij met deze zee. Het was rustgevend en mooi. Ze vroeg zich eventjes af wat Magdalena zag, maar het was vast mooi: met een tevreden glimlach op haar gezicht en een dromerige blik in haar ogen staarde ze naar een eindeloos ver punt.

Dixie

#6
Hoofdstuk 15      Verborgen leven
Ik lig op mijn bed en strijk met mijn vingers langzaam over Mogens vacht. Hij ligt tevreden naast me en lijkt te slapen, maar af en toe openen zijn ogen zich en kijkt hij me voorzichtig aan, alsof hij wil zien of ik er nog wel lig. Ik staar naar het plafond van mijn hemelbed en zucht zachtjes. Zoveel te doen, en zo weinig tijd. Maar toch blijf ik liggen.

Nena liep zachtjes over de overloop. Ze zou gaan kijken of Zachary in zijn kamer was, zodat ze samen misschien naar buiten konden gaan of desnoods met zijn tinnen soldaatjes konden spelen. Het was drie dagen na het uitstapje met Magdalena en het leven in het huis was haar iets normaler geworden. Ze begon steeds meer te begrijpen van de etiquette en wat ze wel en niet kon zeggen in het bijzijn van Magdalena en Desmond. Ze was niet meer terug naar Portus geweest, de stad was te groot en ingewikkeld en bovendien voelde ze zich ongemakkelijk bij het idee Timothy te vragen de koets klaar voor haar te maken.
Ze had twee dagen lang niet veel anders gedaan dan in haar kamer liggen, af en toe een wandeling maken door de achtertuin en spelen met de kleine Zachary, die begonnen was met het lezen van boeken in zijn vrije tijd dus steeds vaker binnen wilde blijven met zijn boeken over kleine jongetjes die grote avonturen beleefden.
Ze passeerde Fabian’s deur en vertraagde onbewust haar pas. Toen ving ze twee stemmen op. “…. En ze is nog steeds niet geïntroduceerd aan het Centrum!” “Zou dat komen omdat wij…” Ze wilde verder luisteren, maar de stemmen stopten abrupt en de deur vloog open. Fabian stond recht voor haar neus en ze keek hem geschrokken aan. Vuur brandde in zijn ogen en hij keek haar met een strak gezicht aan. “Wat doe jij hier!” Nena deed een stapje achteruit en voelde hoe ze rood werd. Ze besefte zich hoe dit eruit zag: eerder werd ze ook al betrapt bij het begluren van zijn kamer en nu stond ze opnieuw veel te dicht bij zijn deur. “Ehm, ik woon hier?” Antwoordde ze hem uiteindelijk. Hij vernauwde zijn ogen bij dit gewaagde antwoord en deed een stapje naar voren, zodat zijn gedicht wederom dichtbij het hare was. Ze keek in zijn blauwe ogen, voelde zijn adem op haar gezicht en ademde zijn geur in. Ze werd langzaam zo mogelijk nog roder en keek verlegen naar de grond. Hij leek echter niet te merken hoe ongemakkelijk zij zich voelde. “Luister!” Zei hij zacht, maar resoluut. “Laat me je niet nog een keer betrappen terwijl je me afluistert!” Hij keek haar nog even boos aan, draaide zich toen om en sloeg zijn kamerdeur achter zich dicht.
Verbaasd bleef Nena achter. Waar hadden die twee het over? En waarom was het zo erg geweest dat zij het hoorde? Hij was duidelijk allesbehalve blij dat zij flarden op had gevangen van hun gesprek. Hadden ze het over haar gehad? Ze dacht na over wat Magdalena eerder tegen haar had gezegd, tijdens hun uitstapje naar Portus. Zij had het gehad over een rol die Nena zou spelen in het Centrum. Fabian en de andere stem hadden het over een meisje dat geïntroduceerd zou worden. Was zij dat meisje?
Ze schudde haar hoofd en liep verder naar Zachary’s kamer. Ze werd echter onderbroken door een zachte stem. Magdalena. “Ah, goedemiddag Nena! Wat goed je te zien. Had je al plannen voor deze middag?” Nena keek haar aan, ze kwam langzaam en sierlijk de trap op gelopen. “Goedemiddag! Nee, ik had nog geen plannen. Ik was juist op weg naar Zachary’s kamer, om te zien of hij misschien interesse had in een wandeling of een spel,” zei Nena, zo beleefd mogelijk. Ze had de afgelopen dagen geprobeerd haar enthousiasme af en toe wat in te bakenen, en had gemerkt dat Magdalena daar erg goed op reageerde. Magdalena glimlachte naar haar. “Dat klinkt erg vermakelijk, maar wellicht kun je proberen of Fabian geïnteresseerd is in een korte wandeling! Ik maak me ooit zorgen om hem, hij komt zo weinig buiten.” Nena keek haar even verward aan. “Maar… Maar Fabian heeft al gezelschap, dus ik verwacht niet dat hij nu met mij kan gaan wandelen,” zei ze. Daarnaast klonk het gezelschap van Fabian, die haar zojuist nog bedreigd had, alles behalve aantrekkelijk.
Magdalena’s ogen vergrootten zich even en ze leek wat wit weg te trekken. “Gezelschap?” Vroeg ze met een kleine stem. “Excuseer me, Nena.” Daarna draaide ze zich om en liep heel wat sneller dan galant was naar beneden. Nena keek haar verbaasd na. Had ze iets gezegd wat onbehoorlijk was? Verward liep ze verder naar Zachary’s kamer. Ze vroeg zich even af of ze niet naar Fabian’s kamer moest gaan om te vragen of ze het beter niet had kunnen zeggen, maar besefte zich dat Fabian nu waarschijnlijk niet zat te wachten op een nieuw bezoekje van haar.
Ze klopte op Zachary’s deur, die niet veel later open gedaan werd. “Nena!” Zei de kleine Zachary vrolijk, waarna ze getrakteerd werd op een enthousiaste knuffel. “Ik lees nu in het boek over de Drie Musketiers, wil je het horen?” Zachary had naast zijn liefde voor lezen ook een liefde voor voorlezen ontwikkeld en Nena was zijn meest favoriete publiek. Nena knikte. “Dat klinkt goed zeg! Maar misschien moeten we eerst je kamer eventjes opruimen, ik denk niet dat Magdalena graag deze rommel ziet,” zei ze met een knipoog. Zachary keek even ongelukkig bij de naam ‘Magdalena’ en Nena wilde haar tong er eventjes afbijten. Zachary noemde Desmond en Magdalena ‘vader’ en ‘moeder’, en snapte niet waarom Nena niet hetzelfde deed. Daarom gebruikte ze rond haar kleine broertje altijd dezelfde benamingen.
Ze wilde Zachary’s kamer instappen, maar hoorde toen zware voetstappen op de trap. Geschrokken keek ze om. Ze zag hoe Desmond, met een rood aangelopen hoofd, de trap op gestormd kwam. De deur van Fabian opende zich bliksemsnel en hij kwam meteen naar buiten gelopen. “Goedemiddag, vader, wat een haast toch!’ Zei hij met een ongewoon beleefde stem. Maar Desmond negeerde de jongen compleet en stormde de kamer binnen. “Waar is hij?! Waar is die rat?” Hoorde Nena hem zeggen. Het voelde bijna onrealistisch en ze besefte zich dat in al die tijd dat ze hier was, sinds Desmond haar gehaald had, ze hem niet meer had horen spreken. Bovendien klonk hij boos en geschrokken, anders dan de rustige en vrolijke stem die hij had in de tussenwereld.
Desmond kwam Fabian’s kamer weer uit. Hij zag er boos en gefrustreerd uit en Nena hoorde hem tegen Fabian praten. “…. Maar laat ik niet nog een keer horen dat je gezelschap hier hebt. Ik wens die rat met zijn giftige ideeën niet nog een keer in mijn huis te zien, of je zult het bezuren.” Daarna beende hij boos weg.
Fabian’s ogen vonden die van Nena en hij keek haar met een zure blik in zijn ogen aan. Hij kwam naar haar toegelopen en negeerde Zachary, die angstig naast Nena stond en haar hand met twee van zijn kleine handjes vasthield. “Lekker bezig, zusje,” spuwde hij in zijn gezicht, met een bijtende nadruk op het woord zusje. Nena keek hem onbegrijpend aan, maar hij leek geen woorden meer aan haar vuil te willen maken. Hij draaide zich om, beende naar zijn kamer en trok de deur achter zich dicht.
Nena haalde diep adem en keek naar Zachary, die met een verdrietige blik in zijn ogen terug keek. Ze zette een voorzichtige glimlach op, waarvan ze in elk deeltje van haar lichaam voelde dat die ongemeend was, en aaide hem even over zijn hoofd. “Laten we de Drie Musketiers maar lezen, goed, Zachary?” Vroeg ze zachtjes. Zachary knikte voorzichtig en zwijgend stapten de twee zijn kamer in, om ondergedompeld te worden in een relatie die heel wat betrouwbaarder en avontuurlijker was dan de relaties in het huis waar zij zich bevonden.

Hoofdstuk 16      Doorgang
Ik kan het niet geloven, maar ik weet niet eens meer hoe lang ik hier nu eigenlijk ben. Ik zit op de schommel in de enorme achtertuin en staar uit over de velden die achter de tuin doorlopen en een golvend landschap vormen. Ik neurie rustig een liedje en kijk af en toe achter me of Mogens wel uit het zicht, in de bosjes rond loopt. Ik zie hem niet.

“Mogens…. Mogens!” Riep Nena zachtjes, af en toe angstig om zich heen kijkend of er niemand op haar geroep af kwam lopen. Ze had die morgen zoveel medelijden gehad met de kat, die altijd in haar kamer bleef, dat ze hem naar buiten gesmokkeld had op een onbewaakt moment. Hij was opgewonden de bosjes ingerend en zij was op de schommel gaan zitten. Ze bewoog langzaam heen en weer, zonder echt te schommelen, zodat ze af en toe over haar schouder kon kijken of Mogens er nog wel was. Ze was al zo blij dat Timothy het geheim kon houden, maar als Magdalena of Desmond erachter zouden komen zou het snel over zijn. Bovendien moest ze oppassen voor Fabian. Ze had Mogens immers op zijn balkon gevonden, dus misschien was hij eerst wel van hem geweest en had hij nu een vermoeden dat zij hem had. Daarnaast wist ze zeker dat hij haar haatte en haar terug wilde pakken voor wat zij hem een tijd geleden aangedaan had, toen ze voor zijn deur had staan luisteren en Magdalena verteld had over zijn gezelschap.
Sinds die tijd had ze hem niet meer gezien, behalve tijdens diners, maar dan at hij stil zijn eten en ontweek hij haar blik. Ze vond het verschrikkelijk om in een huis te wonen met iemand die haar aanwezigheid haatte en ze voelde zich al zo eenzaam. Ze wilde het kostte wat het kosten mocht goed maken met hem, zodat ze tenminste iemand had van haar eigen leeftijd om mee te praten en te lachen.
Maar nu was ze dus druk bezig met het vinden van Mogens. Hij was nergens in de bosjes te zien en voorzichtig om haar spijkerbroek niet te scheuren stapte ze over de buxusheg die het plantsoen omringde. Ze zakte op haar knieën en kroop over de kiezels, het zand, en tussen de plantjes rond terwijl ze zachtjes de naam van haar kat riep. De bosjes reikten tot over haar schouders, vandaar dat het pas een tijdje duurde voordat ze hoorde dat er vanaf de rand van de tuin naar haar geroepen werd.
Geschrokken stak Nena haar hoofd omhoog. Ze zag Magdalena staan, in een van haar mooiste jurken, en met een parasol rustend op haar schouder om haar huid tegen de zon te beschermen. Naast haar stond Desmond, en naast hem stond een andere man die ze niet eerder gezien had. Beschaamd keek ze naar het gezelschap. Ze besefte zich hoe het eruit moest zien, een meisje in een blouse en spijkerbroek kruipend door het plantsoen dat zo nauwkeurig bijgehouden werd. Snel krabbelde ze overeind en sprong ze uit het plantsoen, waarbij de veter van haar gymschoen aan een van de prikkers van een plant bleef hangen. Ze wist nog maar net haar evenwicht te bewaren en trok ongeduldig aan de veter, die weliswaar meegaf maar ook een stukje van de ongelukkige plant meetrok.
Mopperend op zichzelf klopte Nena haar kleding af en strikte ze haar schoen, waarbij ze voorzichtig het stuk plant uit haar veter verwijderde. Ze liep op Magdalena, Desmond, en de vreemde man af en zag hoe Magdalena haar met een blik van afkeuring aankeek. Beschaamd keek Nena naar de grond. Ze wist hoeveel waarde haar nieuwe moeder hechtte aan uiterlijk vertoon en in dat plaatje pastte een door het plantsoen kruipende dochter vast niet. Daarom maakte ze een ongelukkige kniebuiging toen ze arriveerde bij de wachtende mensen. “Vader, moeder,” mompelde ze, waarbij ze voorzichtig naar Magdalena en Desmond keek. Ze schrok een beetje door de blik in Desmond’s ogen, die was zelfs nog duisterder dan normaal. Hij begon te spreken en Nena wilde zich schrap zetten voor een donderpreek die vast op aarde ook nog te horen zou zijn, maar in plaats daarvan klonk de zachte, vriendelijke stem die ze sinds ze geHaald was niet meer gehoord had. Verrast keek ze hem aan. “Nena, ik wil je graag voorstellen aan Jarvis Selenius, het hoofd van het Centrum.” Met grote ogen keek Nena naar de vreemde man. Hij had golvend bruin haar dat acherover gekamd was en af en toe een grijs streepje vertoonde. Zijn donkere ogen werden aan de bovenkant omlijnd door dikke, pluizige wenkbrauwen en er stond een klein stoppelbaardje op zijn kaak. Hij keek haar vriendelijk aan, maar Nena kreeg een naar gevoel bij hem. Bovendien had ze ontzag voor hem, want als hij het hoofd van het Centrum was, dan moest hij wel erg belangrijk zijn. Ze keek hem nerveus aan en glimlachte voorzichtig. “Ehm, leuk u te leren kennen, meneer Selenius,” mompelde ze. Hij zette een stralende glimlach op en legde een hand op haar schouder. “Oh, het genoegen is geheel aan mijn kant, Nena,” zei hij. Zijn stem was kleverig en dik als stroop en ze moest moeite doen haar glimlach gemeend te houden, in plaats van haar mond te vertrekken in een streep en te rillen bij zijn stemgeluid. Toen zag ze vanuit haar ooghoek Mogens lopen. Ze keek geschrokken naar de kat en keek naar Magdalena, die vooral bezig was plezierig te lachen om wat Selenius zei en konkelende gebaartjes te maken, en Desmond, die in plaats van normale chagrijnige blik ook bijzonder vriendelijk was tegen het hoofd van het Centrum. Ze keek weer naar Mogens en gebaarde voorzichtig met haar hoofd dat hij snel weg moest wezen. Mogens echter bleef staan en keek donker naar Selenius. Zijn rug kromde zich en de haren gingen recht overeind staan. Hij zette zijn klauwen uit en zijn tanden lieten zich zien. Geschrokken keek Nena naar haar kat. Zo aggressief had ze hem nog nooit gezien! Mogens blies kort en spurtte toen snel weg, via de iets geopende achterdeuren het huis in, voordat Magdalena, die het geblaas gehoord had, kon zien waar het geluid vandaan kwam.
“Laten we naar binnen gaan!” Zei Desmond joviaal, waarna hij met Selenius richting de achterdeuren liep. Magdalena liep een stukje achter hen en gebaarde ongeduldig Nena, die snel achter hen aan liep. Ze betraden de zitkamer en Desmond en Selenius gingen in de twee grote stoelen zitten. Magdalena nam plaats op een bank en zat kaarsrecht overeind. Ze gebaarde onopvallend met haar ogen naar een poef, waarop Nena dan maar plaatsnam.
Timothy kwam binnengelopen met een dienblad waar van alles op stond. Hij schonk de twee heren een glas in van wat waarschijnlijk een dure drank was en bood hen een sigaar aan, terwijl Nena en Magdalena een kopje thee kregen. Nena fluisterde zo zacht ze kon “Mogens?” toen Timothy zich dicht bij haar voorover boog om de thee neer te zetten. Timothy keek haar geschrokken aan, maar knikte toen heel voorzichtig en vertrok snel. Magdalena keek haar even met iets vernauwde ogen aan. Het was natuurlijk niet behoorlijk om tegen de bediende te fluisteren, vooral niet als ze al in haar oude kloffie in het plantsoen betrapt was.
“Goed, Nena,” zei Selenius, Desmond in het midden van zijn zin onderbrekend. Geschrokken keek ze naar Desmond, verwachtend dat die boos zou worden, maar hij gaf geen kik. Ze slikte even. Selenius moest zelfs nog machtiger zijn dan ze gedacht had, als hij zomaar Desmond kon onderbreken alsof hij een of andere minderwaardige aanwezigheid was. Ze keek afwachtend naar Selenius. “Je zult je wel afvragen of je de rest van je bestaan in zo’n saaie omgeving door zal brengen.” Nena’s ogen vergrootten zich. De tweede belediging in korte tijd, en wederom deden zowel Magdalena als Desmond niets. “Maar, geen zorgen, meisje! Ik ben hier om je goed nieuws te brengen. Je hebt het Centrum gezien, neem ik aan?” Nena knikte kort, bang om iets tegen Selenius te zeggen, aangezien ze niet zo’n gevoel voor behoorlijkheid als Magdalena had en daarom nogal snel iets fout kon zeggen. “Ah, wat vond je ervan?” Vroeg Selenius gretig. Nena twijfelde even en koos haar woorden voorzichtig. “Ehm… Het is… erg mooi,” zei ze, bijna vragend. Selenius leek echter genoegen te nemen met dat antwoord, sterker nog, hij leek het bijna niet eens op te merken. “Ja, ja, je hebt helemaal gelijk. In ieder geval, zoals je weet werken daar veel mensen, en we hebben ook een functie voor jou weggelegd. Elk lid van je gezien werkt in het Centrum en zo zal jij daar ook gaan werken.” Nena moest moeite doen niet te fronsen. Elk lid van haar gezin? Ze wist dat Desmond een rol in het bestuur had, dat had Magdalena verteld, en ze wist dat Magdalena zelf een Haler was. Maar Fabian, die zo mysterieus was, en zelfs de kleine Zachary? “Morgen zal je training tot Haler starten, wat zeg je daarvan?” Vroeg Selenius enthousiast. Nena keek hem met grote ogen aan. “Ik, haler?!” Zei ze, zonder na te denken. Het nieuws kwam als een behoorlijke schok aan. Zij moest nieuwe zielen op gaan halen, en gerust stellen over deze wereld waar ze zelf nog zo weinig van wist? “Maar ik weet helemaal niet of ik dat kan!” Floepte ze eruit, wat een afkeurende blik van Magdalena opleverde. Selenius lachte en daarbij probeerde hij met zijn buik te schudden, wat niet echt werkte, omdat hij redelijk slank en goed gespierd en dus de benodigde buik niet had. “Oh, Nena, daar hoef je je geen zorgen over te maken. Ik weet heel zeker dat jij goed geschikt voor deze functie bent,” zei hij, met een geheimzinnige glimlach. Verward keek Nena hem aan. Wat had dat te betekenen? En waarom zoveel nadruk op ‘heel zeker’? Ze zuchtte. Wéér iets wat ze aan haar lijstje met dingen die anderen wel over haar wisten, maar zij niet, toe kon voegen. Het werd ondertussen een lange lijst en Nena kon bijna de drang om mensen door elkaar te schudden om haar meer informatie te geven over haar verleden niet weerstaan. Maar ze besefte zich dat als ze hier ooit gelukkig moest worden, ze misschien de schimmen uit haar verleden maar moest laten rusten.

Dixie

#7
Hoofdstuk 17      Haler
Ik kijk naar de mond van Selenius en hoor de dikke stroop die mijn oren dichtstopt, maar zijn woorden lijken niet tot me door te dringen. Ik ben nog steeds zo verbaasd dat zij willen dat ik Haler word. Ik heb het tot nu toe altijd als een mysterieus, bewonderenswaardig beroep gezien, en nu…. Ik ben helemaal niet mysterieus en bewonderenswaardig en stik bijna van het gevoel dat zij me blijkbaar wel zo zien.

“…. Dus morgen word je op tijd op het Centrum verwacht voor je eerste dienst. Ik weet zeker dat je team je goed op zal vangen, Nena, dus geen zorgen,” zei Selenius met een dikke knipoog op het einde. Nena keek hem een beetje angstig aan en ze moest haar best doen haar handen niet te laten trillen: ze sloeg ze ineen en kneep zo hard dat ze wel stil moesten zijn. Ze knikte eventjes en perste er een benauwde glimlach uit. Daarna leek Selenius’ aandacht van haar te verschuiven naar Desmond en de twee mannen begonnen op lage bromtoon een gesprek te voeren. Angstig keek Nena naar Magdalena. Ze moest naar buiten, maar was bang om de kamer zomaar te verlaten. Magdalena leek haar gedachten te kunnen lezen en glimlachte voorzichtig naar haar. Daarna stond ze op. “Heren, excuseert u ons,” zei ze zachtjes, met een lichte buiging in haar hoofd, tegen Desmond en Selenius. “Natuurlijk, natuurlijk,” zei Selenius joviaal. Nena keek naar Desmond, die wederom gewoon stil bleef, ookal had een andere man zojuist zijn rol in zijn eigen huis en tegenover zijn eigen vrouw overgenomen.
Magdalena liep naar Nena en haakte haar arm in de hare. Samen liepen ze naar buiten. “Wat een groot nieuws, nietwaar, Nena?” Vroeg Magdalena met een opgewonden energie in haar stem. Nena knikte, maar bleef stil. “Wat is er, meisje?” Vroeg Magdalena haar. Nena keek haar aan. “Ik weet niet of ik het wel kan, Magdalena. Ik weet niet zoveel van deze wereld en ik weet niet of ik wel geschikt ben om nieuwe zielen hierheen te halen….” Magdalena lachte kort en zacht. “Oh, Nena. Je voelt je precies hetzelfde als elke ziel in deze wereld die uitverkoren wordt om Haler te worden.” Ze gingen op een bankje in de tuin zitten. Het was een mooie plaats, met een boog die het bankje overkapte, begroeid met rozen. In de verte floot een vogeltje en de tuin zag er rustig en vredig uit. Het leek wel alsof Nena nooit alle planten in het kleine plantsoentje tegenover hen overhoop gehaald had. Magdalena vervolgde haar verhaal. “Ik weet nog goed toen ik hier net kwam. De wereld zag er nog niet zo uit zoals nu, weet je. Ik was zo nerveus toen ik voor het eerst de tussenfase in gestuurd werd, zo nerveus dat het bijna fout ging. Maar op het moment dat ik in de ogen van de nieuwe ziel keek wist ik dat al het vertrouwen, alle hoop in die ziel, op mij gevestigd was. Dat doet zo veel met je, zoals je ongetwijfeld zal merken wanneer jij je eerste ziel Haalt. Nee, er is geen twijfel over mogelijk, Nena. Je zult het vast goed doen. Denk maar zo, jij weet altijd nog meer dan de zielen die je zult Halen.” Nena zuchtte kort. Magdalena had natuurlijk gelijk. Ze wist al zo veel meer over Portus en over de wereld dan toen ze door Anton gevonden werd en niets zag dan witheid, overal. Maar toch knaagde de onzekerheid aan haar. Waarom wist iedereen zo zeker dat ze het goed zou doen? “Bovendien, Nena,” zei Magdalena plots, “kun je misschien eventjes met Fabian praten. Ja, dat lijkt me een goed idee. Fabian is al een hele tijd Haler en hoewel hij soms wat… gesloten lijkt, is hij erg goed in wat hij doet. Hij kan je vast geruststellen,” zei ze met een vriendelijke blik in haar ogen. Nena’s hart nam wat tempo op. Zij, met Fabian praten? Ze dacht niet dat Fabian daar zoveel zin in zou hebben, maar Magdalena had zo te zien geen flauw benul van hun gespannen relatie. Ze was opgestaan en wenkte Nena haar te volgen.
Ongelukkig volgde Nena Magdalena de trap op. Ze dacht razendsnel na over allerlei smoesjes om onder deze afspraak uit te komen, maar voordat ze er eentje kon gebruiken had Magdalena al op Fabian’s kamerdeur geklopt. Die ging langzaam open en Fabian’s gezicht betrok toen hij Nena zag staan. Ze keek ongelukkig naar hem en probeerde hem duidelijk te maken dat dit niet haar idee was, maar Magdalena liet ook dat plannetje niet doorgaan. “Ah, Fabian. Ik ben blij dat je open doet. Nena’s doorgang is zojuist besproken, en ze zal je vanaf morgen vergezellen naar het Centrum!” Magdalena klonk vrolijk, maar Fabian’s gezicht werd zo mogelijk nog donkerder. Nena slikte even. “In ieder geval, het leek haar een uitstekend idee om wat van jouw ervaringen te horen, en ik weet zeker dat jij haar daar graag mee zou helpen, nietwaar?” Voordat Fabian antwoord kon geven had Magdalena zich alweer omgedraaid. Ze glimlachte eventjes naar Nena en liep de trappen af.
Afwachtend keek Nena naar Fabian. Ze wist bijna zeker dat hij de deur in haar gezicht dicht zou slaan, eventueel na een snerende opmerking, maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan duwde hij zijn kamerdeur wat verder open en liep hij naar binnen.
Twijfelend stond Nena voor de deur. Het was donker binnen en ze zag hoe Fabian in een grote stoel zat en naar buiten keek. Moest ze naar binnen komen, of was het de bedoeling dat ze weg zou lopen? Fabian keek haar ongeduldig aan en zei bijna snauwend, “nou?”. Nena stapte snel naar binnen. Goed, het was dus zijn bedoeling dat ze binnen kwam. “Ga zitten,” mompelde Fabian, waarna Nena voorzichtig op zijn bed ging zitten. Hij keek haar even aan. “Dus…” Zei hij. Nena keek ongemakkelijk om zich heen en wist niet wat ze moest zeggen. Toen realiseerde ze zich dat ze voor zover hij wist nog nooit in deze kamer was geweest. “Leuke kamer heb je…” Zei ze voorzichtig, bang om een boze reactie te krijgen. “Leuker dan die van mij, tenminste,” zei ze toen. Ze werd meteen een beetje rood en wilde dat ze haar woorden in kon slikken: misschien was Fabian wel beledigd door deze opmerking, hij woonde hier immers langer dan zij dus kon best de kant van zijn moeder willen kiezen… Maar hij glimlachte kort. Nena keek hem verbaasd aan. Zijn gezicht klaarde op en zag er minder duister uit en zijn ogen leken een kleine twinkeling te krijgen. Zo veel verschil in een gezicht had ze nog nooit gezien, op misschien Desmond na dan.
Geamuseerd keek Fabian naar haar broek, die nog onder een paar strepen modder en vegen gras zat. Ze kuchte ongemakkelijk en klopte even over haar broek om het vuil eraf te krijgen. “Was het leuk om door de tuin te kruipen?” Vroeg hij haar. Ze keek hem even argwanend aan. Hoe wist hij dat? “Heb je me bespied?” Vroeg ze. Hij grijnsde. “Als jij mij mag bespieden mag ik op zijn minst toch wel uit mijn raam kijken als jij door de tuin kruipt.” Ze was stil en keek beschaamd een andere kant uit. Hij had gelijk, zij was wel vaker betrapt bij het luisteren aan zijn deur. “Wat zocht je?” Vroeg hij toen. Ze keek hem weer aan. Haar gedachten draaiden op volle toeren. Wat kon ze hem vertellen? Ze kon het niet over Mogens hebben, dat kon immers zijn kat wel zijn. Ze keek ongemakkelijk een andere kant op en kwam toen met het eerste wat in haar opkwam. “Ehm, ik had een oorbel laten vallen, en ik dacht dat hij misschien in het plantsoen lag…” Ze wilde zichzelf wel voor haar hoofd slaan toen ze zich besefte hoe dom dat klonk. “… Juist,” zei hij, met een stem die doordrenkt was van sarcasme. “Nou, als je niet van plan bent eerlijk tegen me te zijn, zie ik ook niet in waarom ik je moet helpen.” Ze keek hem teleurgesteld aan, maar hij staarde alweer uit het raam. Hij was juist de enige hier waarvan ze gezelschap verlangde, en de enige die haar misschien kon helpen met haar zenuwen voor de volgende dag, en ze had het nu al verpest voordat het eigenlijk beter kon worden. Ze zuchtte en keek hem nog een keer aan, maar hij negeerde haar aanwezigheid volkomen. Daarom stond ze maar op en stilletjes verliet ze de kamer. “Trek je de deur achter je dicht?” Vroeg hij nog. Ze keek even achterom, pakte de klink vast, en trok de deur achter haar dicht. Teleurgesteld liep ze terug naar haar kamer en plofte ze op haar bed neer. Opgelucht keek ze hoe Mogens onder haar kast vandaan kwam en op haar bed sprong. Hij krulde zich op naast haar en zijn warme lichaam drukte tegen haar buik. “Oh, Mogens….” Fluisterde ze. “Ik hoop dat ik het niet al te erg verpest morgen.”

Hoofdstuk 18      Haler Central
Ik kijk nerveus naar buiten. Het landschap van Portus valt me niet eens meer op, alleen de aanwezigheid van Fabian naast me en van het Centrum voor me overheerst. Pratap loopt gestaag door maar ik zou willen dat hij stil zou staan. Ik wil helemaal niet naar binnen!

Ze voelde de ogen van Fabian in haar achterhoofd prikken. Ze zat dan ook wel helemaal met haar rug naar hem toe gedraaid, besefte ze zich. “Ben je zenuwachtig?” Klonk toen Fabian’s stem. Nena draaide zich naar hem om. Waarom kon hem dat iets schelen? Ze knikte toch maar kort. Natuurlijk was ze zenuwachtig. Haar hart bonsde in haar keel en ze dacht alleen maar na om manieren om uit de koets te komen. “Hmm,” humde hij, zonder haar gerust te stellen. Ze keek hem even met vernauwde ogen aan. Hij was helemaal niet geïnteresseerd of bezorgd, hij wilde alleen haar zenuwen maar wat aanwakkeren.
Ze kwamen aan op het plein en Fabian stapte de koets uit zonder achterom te kijken naar haar. Snel stapte ook Nena uit. Ze liep zo snel ze kon achter Fabian aan en bleef een eindje achter hem lopen. Hij keek eventjes achterom, zag dat ze er liep, en keek toen snel weer vooruit. Nena snoof. Hij had vast gehoopt dat ze er niet liep.
De deuren van het Centrum schoven open en Nena volgde Fabian naar binnen. Ze keek bewonderend om zich heen. De grote aankomsthal was overweldigend, met een enorm hoog plafond dat gebogen was en bedekt was met bladgoud dat schitterde in het licht. Allerlei kleurtjes zweefden door de lucht door de reflectie van lampen in de vloer. Aan weerszijden van de ingang waren balies te vinden waarachter snel typende receptionisten zaten. “Wauw,” fluisterde Nena zacht. “Kom je nog?” Klonk een ongeduldige stem. Fabian stond op haar te wachten. Ze keek hem even boos aan en liep met hem mee naar een balie.
Daar zat een meisje met licht bruin haar, een bril, en een gezicht bedekt met sproeten. Twee bruine ogen keken ingespannen naar een stapel papieren terwijl haar vingers daar razend snel doorheen werkten. “Veronica,” zei Fabian met een stem die Nena nog niet gehoord had. Het was bijna vriendelijk te noemen. Ze keek naar het meisje, dat een beetje verward opkeek, en glimlachte toen ze Fabian zag. “Oh, hoi Fabian! Hoe gaat het met je?” Fabian keek eventjes met een schuin oog naar Nena, alsof hij niet al te aardig wilde zijn, en antwoordde toen kort “Goed.” Daarna gebaarde hij losjes naar Nena. “Dit is Nena, ze is nieuw hier.” “Oh, Nena!” Zei Veronica vrolijk. “Wat leuk dat je er eindelijk bent! Ik heb al veel over je gehoord,” zei ze met een klein glimlachje. Nena rolde denkbeeldig met haar ogen. Weer iemand die dingen over haar wist, zonder haar te kennen. Ze kreeg een pakje papieren in haar handen gedrukt en een pasje met haar gezicht erop. Ze leek te slapen. “Waarom slaap ik?” Vroeg ze verbaasd. “Oh, dat komt omdat het een opname is van het moment dat je in het hospitaal lag. Dat is bij iedereen zo, hoor, maak je geen zorgen,” zei Veronica met een vrolijke twinkeling in haar ogen. “Nou, veel succes op je eerste werkdag! En lees het boekje even door als je tijd hebt,” zei ze met een knipoog. Daarna glimlachte ze even naar Fabian, waarna ze weer in de papieren dook.
Nena keek naar het boekje. “Handleiding voor Halers: Wat Te Doen en Wat Niet Te Doen”, stond erop. Ze stopte het in haar zak: ze zou het later wel doorlezen. Ondertussen moest ze haar best doen Fabian te volgen. Hij liep razendsnel door een wirwar van verschillende mensen en door zalen van verschillende bouwstijlen. Ze raakte hem af en toe bijna kwijt, en moest dan haar tempo opvoeren waardoor ze wat minder nauwkeurig werd in het ontwijken van mensen. Veel boze blikken en nog meer boze opmerkingen later stopte Fabian dan eindelijk. Ze stonden voor twee grote deuren. “Dit is de Oostvleugel, waar de Halers werken,” zei hij tegen haar. Ze keek hem even aan. Was hij sarcastisch of meende hij het? Hij rolde met zijn ogen en duwde de deuren open. “Kijk zelf dan,” zei hij.
En dat deed Nena. Voor haar verscheen een enorme kamer die futuristisch ingericht was. De kamer was niet gelijk, maar bestond uit verschillende plateaus. In het midden was het hoogste plateau, met een enorme buis gevuld met water die van het plafond naar het plateau liep. Daar omheen stonden verschillende leunstoelen met tafeltjes ervoor. Er zaten een paar mensen op en met ontzag keek ze naar hen. Ze hadden mantels van verschillende kleuren aan en waren iets ouder dan de andere aanwezigen.
De hele kamer gonsde van de activiteit. Er renden kinderen van alle leeftijden rond en jongeren zaten in groepjes in zitzakken en op banken te kletsen. Nena zag dat achter in de kamer ook wat volwassenen zaten, maar de meeste mensen in de kamer waren ongeveer van haar leeftijd. Haar hart maakte een sprongetje. Er waren dus wel leeftijdsgenoten in deze wereld! Fabian werd enthousiast gegroet door een paar van de mensen in de kamer en hij verdween snel met die mensen naar een van de plateaus met zitzakken erop.
Verloren keek Nena om zich heen. Fabian had haar zomaar achtergelaten en zij stond nu alleen in deze kamer, met wildvreemden, zonder een idee wat ze moest doen of waar ze heen moest. Ze greep naar het boekje in haar zak en ging ergens op een rand van een plateau zitten. Zogenaamd geïnteresseerd begon ze het te lezen, maar haar hart klopte in haar keel en ze keek steeds afwachtend om zich heen. Wat werd er van haar verwacht?
Toen kwam er een man haar richting uitgelopen. “Goedemiddag, jongedame!” Zei hij vrolijk. Ze keek hem aan en krabbelde snel overeind. “Ehm, goedemiddag…” Zei ze verlegen. “Wat is je naam?” “Ik?” Hij keek haar even met opgetrokken wenkbrauw aan. Nena wilde zichzelf wel voor haar hoofd slaan. Ja, natuurlijk bedoelde hij haar! “Oh, ik bedoel, ik heet Nena,” herstelde ze zichzelf. “Ah, Nena, hmm? Je eerste dag dus!” Hij draaide zich om en keek naar het hoge plateau in het midden van de kamer. “Omar! Eentje van jou!” Schreeuwde hij. Nena frommelde het boekje in haar zak en probeerde een comfortabele houding aan te nemen, wat niet echt wilde lukken. Omar, dus? Wie zou dat zijn?
“Aaaaaah, Nena, darling!” Ze keek verbaasd naar een donkere jongen met een grote bos krullen en grote pretoogjes die op haar af kwam lopen. Hij omhelsde haar zo stevig dat ze even naar adem hapte. Was dit dan Omar? “Wat leuk dat je er eindelijk bent, ik en de boys en girls hebben al zo lang naar je uit moeten kijken!” Hij praatte zo snel, met zoveel verschillende toonhoogten en op zo veel verschillende manieren dat Nena even verbaasd knipperde. Ze hervatte zich snel. “Oh, ja, ik vind het ook erg leuk dat ik er ben,” zei ze maar, ook al was het niet helemaal gemeend. “Nou, kom op dan, dan stel ik je voor aan de groep!”


Hoofdstuk 19      Groepsgevoel
We lopen door de grote zaal en ik zie overal groepjes bij elkaar zitten. Ze lachen met elkaar, ze knuffelen elkaar en ze hebben gesprekken. Ik voel een steek in mijn maag als ik denk aan het feit dat ik misschien ook wel in zo’n groep kom, als vreemdeling, als buitenstaander. Ik loop achter Omar aan en haal even diep adem. Daar gaan we dan…

“Jongelui!” Zei Omar met een quasi-officiële stem. “Dit is Nena, ons nieuwe groepslid,” zei hij. Ze waren gestopt bij een verlaging in de vloer. Een trap liep naar beneden en tegen de wanden aan lagen zitzakken in allerlei kleuren. Een aantal jongeren hingen in de zitzakken en stopten abrupt met hun gesprek toen Omar gesproken had. 
Omar wenkte haar even, waarna hij een arm op haar rug legde en haar een beetje naar voren duwde. “Lief zijn!” Omar grijnsde nog even naar hen en liep daarna weer weg. Verontwaardigd keek Nena hem na. De tweede in zo’n korte tijd die haar zo verloren achterliet. Het was stil in de groep en iedereen keek haar aan. Verlegen keek ze terug. Wat werd er nu weer van haar verwacht?
Gelukkig stond er uiteindelijk een meisje op. Met een grote glimlach op haar gezicht kwam ze naar Nena toe gelopen. Het was een lang, dun meisje met blonde krullen die bijna tot op haar billen vielen. Ze had enorme blauwe ogen die haar een erg onschuldige uitdrukking gaven. Haar lippen waren perfect gevormd en haar gezicht had een mooie ronde vorm. Ze leek net een echte engel. “Mijn excuses voor Omar hoor. Dat is onze teamleider, maar hij is af en toe nogal afwezig. Nouja, ik ben Marilyn! Kom bij ons zitten, er is toevallig een zitzak vrij…” Zei ze. Nena keek haar dankbaar aan en schrok toen van de blik die een van de meisjes in de kring haar toe wierp. Het meisje had lange, steile haren die zo zwart waren als de donkerste nachtlucht. Ze had twee grijsblauwe ogen die nogal duister stonden. Snel keek Nena weer weg, om haar blik te ontwijken. Marilyn wees haar een zitzak en plofte naast haar neer. “Oh, ik ben Nena, trouwens,” zei ze, niet in het speciaal tegen Marilyn, maar ook tegen de rest van de jongeren in de kring. Ze werd teruggegroet, door sommigen wat enthousiaster dan door anderen. Marilyn nam het woord weer. “Dat is Saeko,” zei ze, waarna ze naar een Aziatisch uitziend meisje gebaarde. Het meisje had haren tot net onder haar kin die in een kaarsrechte bob geknipt waren. Ze produceerde een klein glimlachje en knikte kort. “Ze is altijd wat stil hoor, maak je geen zorgen,” zei Marilyn tegen Nena. Daarna draaide ze zich naar de andere kant van de kring. Daar zat een wat dikkere jongen op een zitzak. Hij had pluizig donker haar en twee heldere groene ogen. Hij had een shirt aan met een tekst met wat wiskundige tekentjes die ze niet snapte, maar die ongetwijfeld erg grappig was. “Dat is Porter,” zei Marilyn, waarna de jongen opkeek. “Oh, hoi,” zei hij een beetje verward. “Jij bent vast Nena,” vroeg hij aan haar. Ze knikte even twijfelend. Omar had haar toch net voorgesteld? “Tja, Porter is nogal afwezig af en toe, maar daar moet je maar niet al te veel aandacht aan besteden. En naast Porter zit Bree,” zei Marilyn. Het meisje met het donkere haar en de donkere blik in haar ogen keek even op, maar gaf geen vriendelijke reactie zoals de anderen gedaan hadden. “Oh, Bree, kom nou.” Zei Marilyn gefrustreerd. “Wat?!” Vroeg Bree bits terug. Marilyn rolde met haar ogen. “Je kunt toch wel één keer… Je weet wel… Aardig doen?” Bree zuchtte en sloeg haar armen over elkaar. “Okee. Hoi, ik ben Bree,” zei ze tegen Nena, op een alles behalve aardige toon. Nena’s maag kneep zich samen. Ze zag het alweer gebeuren, dat ze na een mislukte eerste dag naar huis moest omdat haar team haar niet mocht. Marilyn echter leek zich ook te storen aan het gedrag van Bree. “Negeer haar maar,” zei ze een beetje bozig. Bree keek even vervelend naar Marilyn en richtte zich toen weer op haar nagels, die blijkbaar erg interessant waren.
“En verder hebben we in ons team nog Leslie. Je zult hem vast heel aardig vinden, hij is heel slim en aardig, en ook erg lief, en…” “En Marilyn vindt hem leuk, als dat nog niet duidelijk was,” mengde Bree zich in het gesprek. Marilyn kneep haar lippen op elkaar, werd een beetje rood, en keek met een blik die kon doden naar Bree. “Bree!” Siste ze. Nena lachte een beetje. “Ja, dat was wel duidelijk,” zei ze zachtjes, bang voor de reactie van Bree. Die reageerde echter niet en grijnsde naar Marilyn. “Nou, in ieder geval, hij zal hier zo wel zijn,” mompelde ze.


Dixie

#8
Daarna werd er een beetje gekletst in de kring en Nena voelde zich beter dan ze zich in tijden gevoeld had. Het was een vreemde groep, maar wel erg gezellig, en ze voelde zich op het vreemde welkom van Bree na sinds lange tijd weer op haar plek.
Na een tijdje kwam er een slungelige jongen aangelopen. Hij had warrig blond haar en een nogal vierkante bril op zijn neus. Maar achter zijn bril was hij best aantrekkelijk, hij had blauwe ogen en een mooie mond die zachtjes glimlachte. "Hoi, jongens," zei hij zachtjes. "Leslie!" Zij Marilyn, bijna extatisch. Ze realiseerde blijkbaar hoe overdreven vrolijk dat had geklonken, want ze voegde er snel een droge 'hoi' aan toe. "Oh, hoi Marilyn," antwoordde de jongen. Hij werd een beetje rood en zijn glimlach werd breder. Hij stommelde van de trappen af en plofte op een zitzak neer. "Oh, jij bent nieuw, toch?" Vroeg hij, toen hij Nena zag. Nena knikte. "Ja, ik ben Nena," zei ze zachtjes. "Oh, Nena. Hmm." Zei hij bedenkelijk. "Wat is er?" Vroeg Nena argwanend. Waarom reageerde hij zo op haar naam? "Oh, niets, niets. Ik vind het enkel een vreemde keuze van het Centrum." "Leslie, ssst!" Siste Marilyn. Leslie keek haar vragend aan en haalde toen zijn schouders op. "Oh, alsjeblieft, vertel me gewoon wat er is!" Zei Nena een beetje geïrriteerd. "Al die tijd dat ik hier ben gooit iedereen me alleen maar geheimen voor de voeten en dingen die blijkbaar iedereen over me weet behalve ik! Ik dacht eerst dat het alleen de volwassenen waren hier, maar blijkbaar zijn jullie net zo erg," zei ze een beetje bozig, waarna ze met tranen in haar ogen naar Marilyn keek. Ze haatte het geheimzinnige gedoe hier, en ze had nog wel gedacht dat Marilyn anders was. Marilyn zuchtte. "Oké, goed. Ik denk dat we allemaal wel weten hoe je je voelt, hoor. Iedereen heeft te maken met al die geheimen als ze hier aankomen, weet je. Maar ik denk dat het gaat over Anton." Nena keek even bedenkelijk. Anton? "Je bedoelt mijn Haler?" Marilyn knikte. "Het is zijn zitzak waar je nu op zit. Maar hij is sinds hij jou geHaald heeft niet meer op komen dagen." Nena keek haar even met grote ogen aan. "Oh nee, echt waar?" Marilyn knikte en haar gezichtsuitdrukking werd een beetje bedroefd. Bree leek ook wat verdrietiger te zijn en Nena besefte zich daar haar vijandigheid misschien wel kwam door het verhaal rondom Anton. Het was misschien wel haar schuld dat hij niet meer op kwam dagen, Desmond was immers best boos op hem geweest, en ze had hem daarna ook niet meer gezien. "Het spijt me echt, ik weet niet wat ik fout gedaan heb," mompelde ze. De sfeer in de groep was afgekoeld maar Leslie keek haar met een troostende blik aan. "Je hoeft je geen zorgen te maken, Nena. Jij was een nieuwe ziel en we hebben al van Omar gehoord dat jij niets te maken had met de reden waarom hij niet meer komt." Ze knikte, maar voelde aan de sfeer in de groep dat het laatste woord daarmee niet gezegd was. Ze zuchtte kort en keek een beetje balend naar haar knieën. Waarom had het Centrum haar juist in deze groep gezet? Het was duidelijk dat het niet de meest geschikte keus was...


Hoofdstuk 20      Tussenfase - opnieuw
Het gesprek is een beetje afgekoeld en ik kan het gevoel maar niet van me afschudden dat sommigen in deze groep Anton's verdwijning op mij afschuiven. Ik ben dan ook blij als Omar met zijn vrolijke gezicht aan komt lopen. Al mijn teamgenoten staan op en volgen Omar naar boven. "Kom je ook?" Vraagt Marilyn met een zachte stem. Ik kijk in haar ogen en zie dat ze vrolijk en aardig staan. Gelukkig, tenminste een persoon die het me niet kwalijk neemt...

De groep liep een wenteltrap op en Nena keek nieuwsgierig om zich heen. Waar zouden ze heen gaan? Ze kwamen in een ruimte waarvan de muren bijna niet meer zichtbaar waren: overal waar Nena keek stonden kluisjes. Haar team liep op een groep kluisjes in de hoek af en Omar wees naar een kluisje naast dat van Saeko.  "Jouw kluisje, Nena! Funky, hmm?" Zei hij, waarna hij eventjes raar met zijn wenkbrauwen wiebelde. Nena moest haar best doen om niet in lachen uit te barsten. Omar zag er dan ook gewoon grappig uit in zijn wollen gele trui, zijn rode broek, bruine schoenen, en met zijn enorme bos haar. Hij leek zo uit een hippie-film weggelopen te zijn.
Ze draaide het slot van haar kluisje open en zag dat er een reling in gemaakt was. Aan de reling hingen kledinghangers: eentje met een zilvergrijze rok, eentje met een zilvergrijze blouse en trui, en eentje met een schitterende groene mantel. Ze herkende de rok, blouse en trui van de Halers die ze toen ze eerder met Magdalena in Portus was gezien had en even maakte haar hart een sprongetje bij het idee dat zij ze nu ook mocht dragen. Ze pakte de mantel eventjes vast en liet het stof door haar vingers glijden. Het was bijzonder zacht en het was net alsof het zo vloeibaar en licht als water was. Op de grond van het kluisje stonden twee nette zilvergrijze schoentjes. "En, wat vind je van je nieuwe outfit?" Vroeg Omar, terwijl hij zijn handen in zijn zij zette en haar afwachtend aankeek? "Leuk," zei Nena met een glimlach. "Het is echt mooi, vooral de mantel."  "Aaah, ja, ik dacht wel dat jij hem leuk zou vinden! Staat mooi bij je ogen, hmm," zei hij met een knipoog. "Nou, ga je omkleden, we moeten aan de slag!" Nena greep de kleren uit het kluisje en merkte dat haar handen trilden. Ze moest dus echt vandaag al aan het werk gaan! Ze voelde het boekje in haar been prikken en even had ze spijt dat ze het niet met meer aandacht gelezen had: nu wist ze helemaal niet waar ze aan zou beginnen.
Ze volgde Omar's aanwijzingen en kwam in een soort kleedkamer terecht. Saeko, Marilyn en Bree waren al bijna klaar met het verwisselen van hun kleding en snel begon ook Nena zich om te kleden. "En, klaar voor je eerste werkdag?" Vroeg Marilyn enthousiast. Nena zuchtte even. "Ik weet het niet hoor, ik ben wel zenuwachtig." Marilyn kwam even naar haar toe gelopen en sloeg troostend een arm om haar heen. "Oh, geen zorgen, dat is iedereen op hun eerste werkdag. Maar je hebt het vast snel door. Ik weet nog hoe zenuwachtig ik op mijn eerste werkdag was... Oei oei!" Zei ze lachend, terwijl ze even dramatisch met haar handen wapperde. Nena lachte als een boer met kiespijn naar haar. Marilyn had het vast niet zo bedoeld, maar haar woorden hadden het nou niet bepaald beter gemaakt. "Ach, stel je niet aan, Marilyn, zo moeilijk is het nou ook weer niet. Nena hoeft zich nergens druk om te maken," zei ze bits. Marilyn keek even boos naar Bree, maar Nena glimlachte dankbaar. Bree's zelfverzekerdheid had haar meer gerustgesteld dan Marilyn's niet rooskleurige verhalen uit het verleden.
Toen Nena klaar was verlieten de meiden de kleedkamer. Leslie, Porter en Omar stonden buiten wat te praten en Omar zuchtte overdreven toen de meiden in het zicht verschenen. "Hè hè, je zou toch zeggen dat jullie na zo veel keren omkleden wel een beetje het tempo op zouden pakken! Laat me raden Nena, je hebt vast uren op de dames moeten wachten," grapte hij. Nena gaf maar geen antwoord, ze nam aan dat Omar wel wist dat zij de langzaamste was.
Met gierende zenuwen volgde ze de groep door een aantal gangen en deuren. Er liepen alleen maar mensen met mantels rond, dus Nena nam aan dat dit een gebied was waar alleen Halers mochten komen. Omar groette af en toe iemand en Nena moest haar lachen inhouden toen ze hoorde hoe hij een oude, norse man met "Hey, dude!" en een soepele handbeweging die wel op een pistool leek begroette.
Niet veel later stonden ze stil voor een grote schuifdeur. "Iedereen klaar?" Vroeg Omar. Nena zag hoe haar teamgenoten knikten en hoorde Marilyn vrolijk "jup" zeggen. Omar keek haar even vragend aan en nerveus knikte ook zij. Hij hield zijn werkenmerspas tegen een rond, blauw panel tegen de deuren, die langzaam open schoven.
Ze zag een bekende omgeving. Ze herinnerde het zich van de dag dat ze in de Hemel aangekomen was. Twee enorme gouden poorten blonken aan de linkerkant van een enorm wolkenveld, en aan de rechterkant was enkel strak blauwe lucht te bekennen. Ze keek even achterom, en schrok een beetje van wat ze zag. De deuren waar ze door gegaan waren, waren verdwenen! Verbaasd keek ze weer om, en Omar had zijn armen gespreid en keek naar een niet-bestaand punt in de lucht."De tussenfase!" Riep hij joviaal. Hij ging weer gewoon staan en wees naar de blauwe lucht die het wolkenveld, op het deel met de gouden poorten na, omringde. "Hier, Nena," zei hij, "komen de nieuwe zielen binnen. Je zal het je vast wel herinneren van je eigen aankomst hier." Nena knikte even. "Het is jouw taak om in deze leegte de nieuwe zielen op te vangen en ze mee naar boven te nemen. Het is je misschien wel uitgelegd toen je hier aankwam, maar de tussenfase is erg instabiel en wordt gevormd door..." Hij tikte even met zijn beide wijsvingers tegen zijn hoofd, "je fantasie. Niet alleen jouw fantasie, maar ook die van de newbies. Je moet met ze samenwerken om een stabiele overgang te maken. Anders...." Zei hij, waarna een zwart gat in de grond naast hem verscheen. Nena schrok en gilde kort. Het was dezelfde leegte als waarin ze bij haar Haling twee keer bijna verdwenen was. De wolken die haar omringden werden ook zwart. "Nena, chill, baby! Er gaat je niets gebeuren hier!" Zei Omar met zijn slome stem tegen haar. Ze werd een beetje rustiger door zijn woorden en haalde even diep adem. "Je moet relaxed zijn, Nena, je doelwilt mag nooit merken dat je zelf zenuwachtig of onzeker bent, snap je?" Ze knikte even en keek beschaamd naar de grond. Ze wist wel dat ze hier niet geschikt voor was. "Kop op, Nena," hoorde ze Marilyn zeggen. "Het is je eerste keer, logisch dat je nerveus bent. Dat waren we allemaal. Zelfs Omar, weet je wat hij tijdens zijn eerste Haling..." "Ooo-keee, Nena baby, ik zal je het Poorters kantoor laten zien!" Omar had het gesprek feilloos een andere richting uit gestuurd en Marilyn giechelde geamuseerd. "Wat is een Poorters kantoor?" Vroeg Nena hem. Omar wees richting de poorten. "De Poorters zijn de mensen die de toegang tot de Hemel toe kunnen staan of kunnen weigeren. Over het algemeen niet de coolste lui, als je begrijpt wat ik bedoel." Nena knikte, ze dacht terug aan de lelijke, chagrijnige vrouw die Desmond geholpen had. "Maar wij hebben Dexter, zij is wel oké, nietwaar?" Hij vroeg het aan de teamleden, die allemaal enthousiast knikten. Nena glimlachte dankbaar. Ze was blij dat hun Poorter blijkbaar wel cool was, van de gedachte aan een reunie met de chagrijnige haakneus werd ze nou niet bepaald vrolijk. "In ieder geval, Poorters worden geselecteerd op eigenschappen zoals striktheid, eerlijkheid, geordendheid en betrouwbaarheid. Zij zijn degenen die moeten beslissen of iemand de Hemel in komt of niet, dus dan is het ook wel nodig om zulke eigenschappen te hebben, snap je?" Nena knikte. "Net als wij Halers geselecteerd worden op creativiteit, zachtaardige uitstraling en meelevendheid." Nena keek Omar even aan. Dat wist ze niet, maar nu ze de groep rond keek snapte ze het wel. Alleen Bree paste niet helemaal in het plaatje, met haar donkere uitstraling kwam ze nou  niet bepaald zachtaardig over.
Omar hield zijn identiteitskaart tegen het slot van de poorten en net als bij Desmond gebeurd was, schoof er nu ook een luik open. "Goedemiddag, en welkom in de Hemel!" Galmde een stem vanuit de Hemel. Nena schrok ervan, zo'n luide stem had ze nog niet eerder gehoord. Toen startte een vrolijk deuntje dat zo uit een pretpark had kunnen komen en begonnen er allerlei gekleurde lichtjes te branden. Nena keek argwanend het luik in, maar zag niemand zitten. "Dexter, baby, je gevoel voor show ben je niet kwijt, weet je," zei Omar, terwijl hij over de toonbank leunde en tegen een punt beneden het bureau praatte.
Een jonge vrouw met haar donkerblonde haren in een strakke knot achterover gebonden kwam tevoorschijn en keek met samengeknepen ogen naar Omar. "Ik weet dat je dienst pas een aantal minuten geleden begonnen is, Omar, dus dat het onmogelijk is dat je nu al een nieuwkomer bij je hebt. Als je mij voor de gek houdt kan ik ook grappig doen," zei ze met op een overdreven gearticuleerde manier. "Ah, baby, kom op, je kan toch wel tegen grapjes? Daarbij, ik hou je niet voor de gek, ik heb een nieuw teamlid dat ik aan je voor wilde stellen, weet je," zei hij, waarna hij naar Nena gebaarde. Nena stapte naar voren en keek Dexter aan. Ze zag er inderdaad uit als een behoorlijk nauwkeurig persoon, en van wat ze daarnet gehoord had was ze ook behoorlijk strikt, maar haar bruine ogen stonden vriendelijk en ze had in ieder geval gevoel voor humor. "Ah, juist ja, Nena..." Dexter's vingers bewogen razendsnel door een stapel papieren, alweer zo snel dat Nena even moest knipperen om iets anders dan een waas van huidskleur te zien. Dexter trok een papiertje tevoorschijn. "Nena, registratienummer 2508XJ78230QVT32..." Ze ging nog een tijdje door met nummertjes noemen en Nena keek even vragend naar Omar, die zijn schouders ophaalde en een slome glimlach opzette. "..82RT, aardse leeftijd 17, Haler Desmond. Leuk je te leren kennen!" Zei ze daarna met een kleine glimlach naar Nena. Nena keek haar even met opgetrokken wenkbrauw aan, Dexter wist wel veel feitjes van haar maar wist toch bijzonder weinig over wie ze was. Ze glimlachte maar terug. "Ja, ook leuk jou te leren kennen, Dexter," zei ze zachtjes. Dexter keek weer naar Omar. "Ik sluit het luik weer, voordat jouw geclown andere Halers in de weg zit, Omar. Ik zie je wel als je een nieuwkomer bij je hebt." "Ja, later, Dexter!" Zei Omar terug op een toon die duidelijk maakte dat hij de bijtende toon van Dexter of niet opgemerkt had, of negeerde.
"Goed, jongelui! De briefing!" Hij haalde vanuit een tas die hij onder zijn mantel had zes bruine mappen vandaan en deelde ze uit aan alle teamgenoten. Ook Nena kreeg een map in haar handen gedrukt. Ze zuchtte diep en sloeg hem open. Daar ging ze dan...

Hoofdstuk 21      Olifant
Ik kijk in de ogen van een jongen van ongeveer 14 jaar oud. Hij heeft een brede glimlach en haar dat mooi over zijn hoofd golft. 'Carl', staat er naast de foto. Ik kijk hem onderzoekend aan. Dit is dus mijn eerste doelwit, mijn eerste Haal-poging. Ik tril, voel ik. Als ik het maar goed doe.

Terwijl de andere Halers hun mantels omknoopten en de map in een schoudertas staken staarde Nena nog steeds naar haar map. Carl. Afkomst: Duitsland. Jaartal: 2014. Bang voor: konijnen en water. Houdt van: racen en Braziliaanse modellen. Een gevoel van machteloosheid overviel haar. Ze wist niet eens wat ze moest doen. Ja, ze moest Carl gaan Halen, maar het hoe of wat was haar nog steeds verre van duidelijk.
Toen voelde ze een hand op haar schouder. Geschrokken keek ze om. Omar keek haar breed glimlachend aan. "Ready to roll?" Vroeg hij met zijn scheve grijns. Nena keek hem even hopeloos aan. "Ik zou niet weten hoe," verzuchtte ze. Omar lachte even kort. "Oh, no worries, meid. Dat wordt je vanzelf wel duidelijk. Nou, volg de anderen maar. We zijn al laat." Nena kreeg een duwtje in haar rug en stommelde op de anderen af. Marilyn, Bree, Saeko, Leslie en Porter stonden aan de rand van het wolkenveld. Nena ging naast hen staan. Marilyn glimlachte even bemoedigend naar haar en kneep haar kort in haar hand. "Succes, Nena," fluisterde ze.
Daarna zag Nena in de verte iets wat op een stofwolk leek. Vol bewondering keek ze naar wat er uit de stofwolk tevoorschijn kwam. Voor Marilyn verscheen er een groot roze wolkje en op het moment dat Marilyn er op stapte veranderde haar uiterlijk. Haar mantel, blouse en rok leken samen te smelten in een grote, witte jurk. Haar haren kregen extra glans en krul en langzaam maar zeker verscheen er een stralende, gouden aureool boven haar hoofd. Ze keek even om en haar grote blauwe ogen keken vrolijk naar Nena, terwijl de wolk wegzweefde.
Voor Saeko verscheen een enorme grote lichthouten trap, versierd met schilderingen die op Japanse lotusbloemen leken. Ook bij Saeko nam een gedaantewisseling plaats. Haar mantel en kleding mengden samen in een lange geishajurk en haar schoentjes veranderden in houten klompsandalen die door geishas gedragen werden. Haar haren krulden omhoog in een grote knot. Sierlijk en zelfverzekerd begon Saeko de trap af te dalen.
Ondertussen waren ook Leslie en Porter begonnen aan hun afdaling. Leslie in een klein rijtuig, gekleed in een net zakenpak met hoge hoed en wandelstok, en porter in een McDonalds t-shirt en USA-pet, op een roltrap.
Al snel waren enkel Bree en Nena nog over aan de rand van het wolkenveld. Bree keek ongeduldig naar Nena. "Nou, waar gaan we heen?" Nena keek haar niet-begrijpend aan. "Hoezo?" "Ik moet..." Omar keek haar even berispend aan en Bree verbrak haar zin. "Ik ga met je mee met je eerste Haling. Maar ik ben bang dat de ziel al gevlogen is als je zo lang wacht." Nena voelde een enorme golf van opluchting door haar heen gaan toen ze te horen kreeg dat ze niet alleen hoefde te gaan, maar werd wel een beetje nerveus van de bijtende toon van Bree. "Sorry, Bree... Maar ik weet echt niet wat ik moet doen..." Bree zuchtte even. "Oké, geef me je map." Nena haalde de map uit haar schoudertas en gaf hem aan Bree. Snel las die de beschrijving van Carl door. "Hmm, ik snap waarom je deze hebt gekregen." Nena keek haar vragend aan. "Waarom dan?" Bree draaide de map naar Nena en hield haar vinger bij "Braziliaans model". "Je zou voor een Braziliaanse door kunnen gaan." Nena knikte. Ze zag er inderdaad uit als een Latijns-Amerikaanse. "Dus je gaat voor Braziliaans model, neem ik aan?" Nena werd een beetje rood. Braziliaans was tot daar aan toe, maar model? "Oh, nu geen tijd om verlegen en bescheiden te gaan doen," sneerde Bree. "Kom, kom." Ze wapperde met haar handen en Nena werd tegen de rand van de wolk geduwd. "Je outfit hebben we. Je beeld je nu een Braziliaans model in, neem ik aan?" Nena knikte. Ze had het niet bewust gedaan, maar door de discussie over Braziliaanse modellen waren haar gedachten redelijk in die richting afgedwaald. "Goed. En het vervoermiddel?" "Uhh..." Stamelde Nena. Bree rolde met haar ogen. "Hij komt uit 2014, dus elk vervoermiddel wat jij je herinnert is prima, eigenlijk." Nena keek naar de stofwolk en haar ogen vergrootten zich toen daar zich plots een schim uit losmaakte. Een gigantische schim, welteverstaan: een olifant met een zitje op zijn rug en bedekt met glitterende versieringen en allerlei gekleurde lappen stof kwam op haar afgelopen.
Bree proestte kort en kon haar gezicht niet meer in de sarcastische plooien die het normaal had houden. "Een olifant?! Serieus?!" Ze hapte even naar adem en herstelde zichzelf. "Erg... Feestelijk, moet ik toegeven. Maar goed, we zullen het ermee moeten doen."
De olifant hield stil voor Nena, die eventjes twijfelend naar het beest keek. Hoe moest ze opstappen? De olifant tilde zijn voorpoot op en Nena zette haar voet er dan maar op. Op het moment dat ze dat deed voelde ze hoe de mantel zich tegen haar huid zoog. Een raar gevoel, alsof er een ei over haar hoofd gegoten werd, overviel haar. Toen het gevoel weg was keek ze bewonderend naar haar lichaam. Ze had een lange, diepblauwe jurk aan die zich perfect om haar lichaam sloot. Het kriebelende haar op haar rug vertelde haar twee dingen: ten eerste, dat haar haren langer geworden waren, en ten tweede, dat de rug blijkbaar een enorme open rug had.
Ze klauterde onhandig op de olifant, iets later gevolgd door Bree. "Zo, laten we gaan." De olifant draaide zich om en waggelde gestaag door de lucht. Nena draaide zich even om en zag dat Omar zwaaide en zijn duim op stak. "Succes, girls!" Riep hij hen na.




Dixie

#9
Nena moest zich vastklampen aan de zijkanten van de stoel waarin ze zat om niet uit de stoel gehobbeld te worden. Bree zat naast haar en keek de verte in. Zo liepen ze een tijdje door een enorme zee van blauw."Bree?" Vroeg Nena voorzichtig. Bree rukte zich los uit haar concentratie en keek Nena vragend aan. "Hoe gaat het normaal? Ik bedoel, een Haling?" "Dat weet je zelf toch ook? Je bent zelf toch ook geHaald?" Nena dacht even terug aan haar Haling. Ze was weliswaar uiteindelijk in de hemel beland, maar ze had niet bepaald het idee dat het gegaan was zoals het hoorde. "Oké, goed, ik begrijp je punt," zei Bree, de stilte doorbrekend. "Nou, we komen straks aan bij de nieuwe ziel, die als het goed is nog niet wakker is. Dat geeft jou de tijd om eventjes een wereld op te zetten." "Een wereld opzetten?" Bree rolde met haar ogen. "Ik weet niet wát Anton met je gedaan heeft, maar..." Ze herstelde zichzelf en ging even wat rechter zetten. "Goed, hij komt uit Duitsland van 2014. Dus als je slim bent neem je iets wat daarop lijkt." "Maar ik zie er toch Braziliaans uit?" "Ja, maar als hij gestorven is in Duitsland en wakker wordt in Brazilië raakt hij waarschijnlijk in paniek, en dat wil je niet. Dan krijg je..." "... Zwarte gaten," maakte Nena Bree's zin af. Ze knikte. "Jup. Dus dat heb je wel meegekregen." Ze pakte de map van Nena. "Wat ik meestal doe is eventjes kijken naar..."
Ze bladerde door de map en vond wat ze zocht. "Hier. De locatie van overgang. Aii," zei ze toen. Nena las de zin. Locatie van Overgang: Rijksdag, Berlijn. Terroristische aanslag. Ze slikte even. Een slachtoffer van een terroristische aanslag? "Oké, kan gebeuren. Viel te verwachten ook, met zo'n jonge ziel." Nena dacht even na over die laatste zin. Bree had gelijk natuurlijk, een jonge ziel sterft niet zomaar. Maar zij was ook een jonge ziel. Hoe was zij dan gestorven? "In ieder geval, wat hier belangrijk is is dat de jongen waarschijnlijk in paniek is gestorven en ook in paniek wakker zal worden. Je moet een locatie vinden die hem gerust kan stellen." "Maar ik weet toch niet waar hij vandaan komt? En wat hem rustig maakt?" "Nee, dat weet je niet, inderdaad. Maar hij wel." Bree sloeg de map weer dicht. "Je moet met je doel samenwerken, Nena." Zei ze op een toon alsof dat het meest duidelijke feit in de wereld was. "Jij vormt het platform. Je weet globaal wat hij leuk vindt en niet leuk vindt. Ga geen park met een vijver en konijntjes maken voor Carl, want hij is bang voor water en konijnen, snap je." Nena knikte, dat leek duidelijk. "Je weet dat hij van racen en Braziliaanse modellen houdt. Het Braziliaanse model hebben we al, de race-auto is helaas een olifant geworden. Maar dat kunnen we oplossen. Je zou kunnen beginnen met een congreshal en een aantal race-auto's, bijvoorbeeld." Nena dacht even na over die laatste zin. Het leek simpel, maar ze had geen verstand van race-auto's. "Maar ik weet niet hoe race-auto's eruit zien, Bree." Bree snoof even. "Natuurlijk niet, dat hoeft toch ook niet." Nena balde haar vuisten even. Ze deed het weer, doen alsof iets heel logisch was terwijl Nena geen flauw idee had waar ze het over had. "Vertel me dan gewoon hoe het wel moet," zei ze een beetje bits. Bree keek haar even met grote ogen aan en gebaarde toen rustgevend met haar handen. "Oké, oké, rustig maar. Wat je doet is een platform creeëren. Je moet proberen niet aan een rode race-auto met zilveren velgen, een spoiler en zwarte ramen te denken, maar beeld je gewoon in dat op een bepaald platformpje een race-auto staat. Dat breng je op die manier over op je doelwit, dat de rest zelf invult. Simpel, eigenlijk." Nena knikte. Het klonk inderdaad simpel, en ze zou het zo uit gaan proberen.
Ze had de map nog een beetje verder doorgebladerd en sloeg hem net dicht toen de olifant stilstond. "Ah, we zijn er," zei Bree opgewekt, waarna ze naar een punt in de verte wees. Nena volgde haar vinger en zag een klein hoopje liggen. "Is dat..?" "Jup," zei Bree. "Dat is je doelwit."


Hoofdstuk 22      Carl
Ik kan het niet goed zien, maar zie dat het inderdaad een blonde jongen is, van dezelfde grote als de jongen op de foto. Bree kijkt me afwachtend aan en ik kijk afwachtend terug. Is dit dan het moment dat ik dingen moet gaan maken?

"Nou, blijven we nog lang wachten of hoe zit het?" Bree tikte ongeduldig met haar nagels op de rand van de stoel en keek naar de omgeving, die spierwit was, net als toen Nena hier zelf wakker werd. "Ehm, oké dan..." Nena sloot haar ogen en dacht met alle macht aan de fabriekshal die ze zichzelf voorstelde. Ondertussen schoten steeds gedachten door haar hoofd. Als het haar maar lukte, als er maar iets gebeurde, als het maar leek op een fabriekshal en niet op een openbaar toilet... "Nena!" De scherpe stem van Bree schoot haar uit haar concentratie en ze keek verbaasd om zich heen. Ze bevonden zich in een hal die weliswaar leek op een fabriekshal zoals ze die zich voorgesteld had, maar dan met gaten in de muren en met vieze toiletten in plaats van plateaus. "Wat doe je?!" Bree vroeg het met een felle stem en Nena kromp een beetje in elkaar. Sip keek ze naar haar creatie. Zie je nou wel dat ze hier niet geschikt voor was. "Zit eens niet zo te mokken en doe wat je moet doen! Concentreer je gewoon, in hemelsnaam." Nena knikte. Bree had gelijk. Ze kon ook niet verwachten dat de hal er vanzelf zou komen, zonder een beetje moeite van haar kant.
Ze sloot haar ogen en zag de fabriekshal voor zich. Een grote, donkere hal die gedecoreerd was met chique schilderijen en tapijten tegen de muur, en verlicht werd door wat wel duizend prachtige lampen leken te zijn. In het midden van de bar stond een luxueuze bar en met rode lopers was een wandelpad door de hal gemaakt, tussen plateaus met race-auto's erop. Nena deed haar best de race-auto's niet helemaal uit te denken en hield het bij vage schimmen van auto's.
Carl legde ze op een grote rode rondte van poefen, zodat het als hij wakker zou worden  zou lijken alsof hij op de bank in slapen gevallen was. Door de hal liet ze enkele schimmige mensen lopen, die ze ook open liet voor Carl om zelf in te vullen: ze had immers geen flauw idee hoe de Duitsers van 2014 eruit zouden zien. De olifant waar zij en Bree op zaten liet ze in het midden van de fabriekshal staan, zodat het zou lijken alsof zij deel waren van de show. Bree gaf ze een prachtige, weinig verhullende groene jurk die haar figuur goed uit liet komen, en twee hoge zilveren schoenen. Haar haren stak ze op in een mooie knot waar krulletjes uit omlaag vielen en haar gezicht kreeg een iets zachtere uitdrukking. Ze zag er werkelijk uit als een van de showmeisjes die op autoshows altijd de duurste auto mochten showen. "Nena!" Hoorde ze Bree's stem weer.
Geschrokken opende ze haar ogen. Had ze het weer verknald? Maar niets bleek minder waar. Het was net alsof er geen verschil was tussen haar met geopende en gesloten ogen. Ze knipperde verbaasd en keek Bree aan. "Wat is er? Heb ik iets fouts gedaan?" "Nee, nee," stamelde Bree. "Ik bedoel... Je hebt... Wauw." Nena keek Bree verbaasd aan. Waarom kwam ze niet uit haar woorden? "Wat is er?" Drong ze aan. "Nena, werkelijk, ik heb nog nooit zoiets gezien. De details zijn echt geweldig. Hoe doe je dat?" Nena keek even met gefronste wenkbrauwen naar Bree. Zei ze dat nou gewoon om haar op haar gemak te stellen, of waarom was ze zo lovend? Ze bedacht zich echter dat Bree waarschijnlijk nooit iets zou zeggen alleen maar om haar op haar gemak te stellen en bloosde even bij het compliment. "Ik, ehm... Ik weet niet, ik deed gewoon wat je zei," gaf ze als antwoord. "Nou, dit had ik echt niet verwacht hoor! Ik bedoel, ik wist dat je speciaal was, maar..." Nena's ogen verwijdden zich. "Hoezo, speciaal?" Bree keek haar geschrokken aan en leek te wensen dat ze haar woorden in kon slikken. "Oh, niets, haha," lachte ze nerveus, en ze wapperde het met een los handje weg. "Oh, kijk, Carl wordt wakker!"
Dat was inderdaad zo. Carl opende langzaam zijn ogen en ging overeind zitten. Op het moment dat hij de zaal rond keek gebeurde er iets wonderbaarlijks. De dingen die Nena opengelaten had werden op een magische wijze ingekleurd. Op de plateaus verschenen race-auto's en over de rode loper liepen chique gekleden mannen met prachtig uitgedoste vrouwen aan hun arm. Achter de bar verscheen een barman, netjes gekleed, die druk bezig was met het poetsen van glazen.
Toen ontmoetten Carl's ogen die van Nena. Een steek gleed door haar lichaam en ze kreunde zachtjes. "Dat is de koppeling, Nena, geen zorgen," fluisterde Bree. "De koppeling?" Vroeg Nena. "Ja, dat is wat gebeurt als een ziel en zijn Haler elkaar ontmoeten. Ze worden als het ware gekoppeld om de wereld te kunnen creeëren. De Haler kan de tussenfase niet verlaten zonder de ziel, en andersom." Nena knikte. "Nou, ga je hem nog verwelkomen, of hoe zit dat?" Fluisterde Bree scherp. "Oh, ja," mompelde Nena, en ze glimlachte en zwaaide onhandig naar Carl. "Je bent een model, weet je nog," zei Bree sarcastisch. Nena wilde zichzelf even tegen het voorhoofd slaan, maar gleed in de plaats daarvan zo sierlijk mogelijk van de olifant. Carl keek paniekerig om zich heen en Nena liep naar hem toe. "Hallo, Carl," zei ze zachtjes. Carl leek te schrikken van haar stem en krabbelde achteruit. "Wie ben jij? En hoe ken je  mijn naam?" Hij leek echter van gedachten te veranderen toen hij Nena's uiterlijk zag en zijn ogen gleden wellustig van haar gezicht naar beneden, en weer terug, waarbij ze op bepaalde punten af en toe bleven hangen. "Ik bedoel, hallo, schoonheid," zei hij toen, met een slijmerige stem. Nena rilde even, maar hervatte zich snel. "Ik ben Nena, en ik weet je naam omdat..." Ze dacht even na over haar woorden. Hoe vertelde je iemand dat hij dood was? "Omdat ik veel goede verhalen over je gehoord heb," maakte ze er toen maar van. "Je schijnt veel van race-auto's te weten. Zin om me rond te leiden?" Vroeg ze. Carl knikte enthousiast en greep haar arm, die ze uitgestoken had, nogal hardhandig.
Ze luisterde naar zijn eindeloze geklets over welk model sneller was en welk model stiller was en waarom de keus voor kleur zo gemaakt was en keek even hulpzoekend naar Bree, die hen op een klein afstandje volgde. Die wapperde ongeduldig met haar handen. "Vertel hem dan wat hij hier doet," playbackte ze. Nena haalde even hulpzoekend haar schouders op en Bree rolde met haar ogen. Zoek het zelf maar uit, leek ze te willen zeggen.
"Carl," onderbrak Nena de jongen. Hij keek haar vragend aan. "Weet je wat je hier doet?" Vroeg ze toen. Carl keek even bedenkelijk en een sprankje angst sprong in zijn ogen toen hij zich besefte dat hij geen idee had wat hij hier deed. "Geen zorgen, geen zorgen," zei Nena haastig. "Dat gebeurt bij iedere nieuwkomer." "Nieuwkomer?" Vroeg Carl argwanend. "Laten we even gaan zitten," zei Nena, met een bonzend hart. Ze zou hem nu toch echt moeten gaan vertellen dat hij dood was.
Ze gingen op een klein bankje zitten en Nena keek Carl aan. "Carl, dat je je niets meer herinnert komt omdat je nieuw bent in deze wereld. De wereld die we de hemel noemen. Je bevindt je nu in de tussenfase, dat is de wereld waar mensen heen gaan wanneer ze hun aardse leven verlaten." Carl keek haar onbegrijpend aan. "Wat bedoel je? Zeg je me nu dat ik dood ben?" Nena keek bezorgd vanuit haar ooghoeken naar de muren, waar langzaam dikke zwarte brei van af droop. Ze zuchtte even. "Ja, Carl. Je bent gestorven op aarde. Maar geen zorgen, je..." Carl sprong op. "Hoezo geen zorgen?! Je bent hartstikke gek jij! Ik ben helemaal niet dood!" De muren waren nu bedekt met zwarte brei en Nena sprong gehaast op. Ze greep Carl bij zijn hand. "Alsjeblieft, Carl, luister naar me." "Niet smeken," fluisterde toen een stem in haar oor. Ze keek even om en zag Bree staan. Ze zag er rustig uit en keek met een serene glimlach naar Nena. Carl keek haar angstig aan. "Carl, je bevindt je niet meer op aarde. Kijk eens goed naar de mensen hier," zei ze. Ze volgde Carl's blik en zag hoe hij persoon na persoon zag verdwijnen voor zijn ogen. Nena concentreerde zich op het weghalen van de gasten en langzaam, één voor één, verdwenen ze, tot de zaal alleen nog maar gevuld was met Bree, Carl, Nena, en de olifant.
Verbaasd knipperend keek Carl naar Nena. "Wat gebeurde er net?" "Je bent nu in de tussenfase, Carl," herhaalde Nena. Ze gingen weer zitten en Carl leek iets gekalmeerd te zijn: de zwarte brei was bijna van de muren verdwenen. "De tussenfase is een wereld tussen de aarde en de hemel waar nieuwe zielen, zoals jij, terecht komen als ze het aardse leven verlaten. De tussenfase wordt gemaakt door de Haler, dat ben ik, en de nieuwe ziel, jij. Als je er klaar voor bent gaan we verder naar je nieuwe thuis, de Hemel." Carl keek haar even aan, zuchtte toen, en zakte voorover totdat hij met zijn hoofd bijna op zijn knieën lag. "Ik kan het niet geloven," fluisterde hij. "Ik kan niet geloven dat ik dood ben." Bewonderend keek Nena naar de jongen. Niet alleen was hij niet in complete paniek geschoten, hij accepteerde het feit dat hij dood was ook nog eens tien keer beter dan zij. "Ben je klaar om verder te gaan?" Vroeg Nena na een tijdje. Carl keek op en knikte langzaam. Ze zag dat hij gehuild had en sloeg even een arm om hem heen. "Het komt zeker goed, Carl. Je went vast snel," zei ze zacht. Daarna stonden ze op en verlieten ze de fabriekshal. Voor de deur stond een glinsterende race-auto te wachten. "Mooie keus," zei Nena met een grijns tegen Carl. Die keek haar even verward aan, maar volgde haar toch de auto in. Bree zat achter het stuur en keek hen met een brede glimlach aan. Ze stak een duim op naar Nena en startte de auto. Met zijn drieën zoefden ze omhoog, op naar de hemelpoorten.


Hoofdstuk 23      Kloppen op de hemelpoort
Ik kijk af en toe eventjes opzij naar Carl, die uit het raam staart en zich lijkt te verwonderen over de omgeving. Af en toe zie ik iets vreemds voorbij zweven, en het doet me denken aan de kabouter met de jetpack: fragmenten van de verbeelding. Ik kijk vooruit en zie lichtjes in de verte.

We zoeven voorbij de neon borden die Nena zelf ook gepasseerd was toen zij de hemel betrad. "Je ID-pas," zei Bree, terwijl ze naar het neon bord dat hen daarop attendeerde wees. "Oh ja," mompelde Nena, waarna ze wat in haar schoudertas rommelde en haar kaart eruit haalde.
De auto parkeerde zichzelf netjes voor de twee grote hemelpoorten en Carl keek met open mond naar het glinsterende goud. "Mooi hè?" Vroeg Nena hem. Carl knikte langzaam en Nena gebaarde hem mee te lopen. Ze klungelde wat met de pas tegen het slot en probeerde te doen wat Desmond ook gedaan had. Uiteindelijk klonk een droge klik en schoof het luik open.
"Welkom in de Hemel, we hopen dat u een prettige Haling gehad hebt. Uw naam graag?" Dexter was vanachter het luik verschenen en had even naar Nena geknipoogd voordat ze haar riedeltje op een droge toon opgedreund had. "Oh, ehm, mijn naam... Carl," mompelde Carl, na een aansporende blik van Nena.
Dexters vingers vlogen weer op de enorme snelheid door de berg papieren totdat ze er een blaadje uittrok. "Hmm hmm, juist ja, juist..." Ze draaide het blaadje om en liet het aan Carl zien. "Je introductiebrief," zei ze. Daarna krabbelde ze wat op het papiertje, vouwde het nauwkeurig dicht, en drukte er een zegel op. "Alsjeblieft, Carl. En welkom in de Hemel, ik weet zeker dat je het prachtig zal vinden," zei ze met een kleine glimlach. Carl pakte de brief aan. "Pas openmaken als je binnen bent," zei Dexter, waarna ze het luik weer sloot en de poorten groot en massief voor hen uittorenden. "Zullen we?" Vroeg Bree aan hen. Carl knikte en Nena keek hem eventjes bewonderend aan. Zij was zo nerveus geweest dat zich grote zwarte gaten geopend hadden, en hij leek het allemaal rustig te ondergaan. Ze schudde haar hoofd even. Wat was ze ook een aanstelster.
Met een luide kraak openden de poorten zich. Nieuwsgierig keek Nena door de steeds groter wordende spleet. Een enorm groot, groen veld opende zich voor hen. Overal stonden bloemen en er kringelde een klein beekje door het landschap. "Wauw," fluisterde Carl. Nena knikte. Het was inderdaad wauw, maar ze had dit landschap eerder gezien. Het was hetzelfde als de tuin rond het hospitaal.
Ze stapten een pad op en de deuren sloten zich achter hen. "Deze kant op," zei Bree, waarna ze het pad volgden en toen rechtsaf sloegen. Ze kwamen op een klein pleintje met verschillende op zichzelf staande deuren. Nena keek onderzoekend naar de deuren. Het was een vreemd gezicht, een plein omringd met deuren die niet in een muur zaten. Ze keek even achter een deur maar zag enkel de achterkant van de deur. "Wat is dit?" "Oh, dit is de doorgang," zei Bree. "De Halers uit Portus Halen ooit zielen wiens bestemming niet Portus is. Die zielen worden hier doorgestuurd. En wij krijgen zielen uit andere steden, natuurlijk," zei ze, waarna ze naar een deur wees waar verschillende mensen omheen stonden die gekleed waren als Isabel. "Zijn dat de mensen die in het hospitaal werken?" "Ja, de Zorgers. Uitgekozen op zachtaardigheid, socialiteit, en zorgzaamheid." Nena knikte. Dat paste inderdaad bij Isabel. "De Zorgers halen hier de nieuwkomers op en brengen ze naar het hospitaal. Dat ligt daar ergens," zei Bree, terwijl ze met haar hand in de richting van een heuvel gebaarde.
Nena keek het plein rond. Het was redelijk druk. Overal werden deuren geopend en liepen Halers rond met mensen die er nogal verward uitzagen. Ze zag Porter lopen, met een dikke man naast zich. Ze liepen op een houten deur af, die Porter voor hem open hield. De man knikte even naar hem, waarschijnlijk naar aanleiding van wat Porter zojuist gezegd had, en scheurde zijn zegel open. Onmiddellijk viel de man om, de deur in. Porter sloot snel de deur weer en klopte zijn handen af. Nena keek verdwaasd naar Bree. "Oh, dat is de doorgang maar, hoor. Je laat je ziel zijn brief openen en hij zal flauwvallen, de deur in. Door de brief wordt hij dan naar zijn eindbestemming gesorteerd." Nena trok even een wenkbrauw op, maar besloot het maar gewoon te accepteren, zoals ze met alles hier gedaan had. Ze was tenslotte zelf ook flauwgevallen op het moment dat haar brief uit haar handen getrokken werd, herinnerde ze zich.
Ze keek naar Carl, hij keek een beetje wazig uit zijn ogen en leek niet helemaal te beseffen wat er aan de hand is. Bree gebaarde met haar hoofd in zijn richting en Nena knikte. Het was inderdaad niet helemaal netjes van haar om zich niet om hem te bekommeren. "Carl?" Vroeg ze toen. Carl keek haar aan. "Ben je er klaar voor?" Carl knikte kort en volgde Nena richting de houten deur die Porter net gebruikt had. "Oké, uhm... Ik open zo de deur, en als hij open is, ga je in de deuropening staan. En dan open je je brief, goed?" Bracht ze er een beetje warrig uit. Bree zuchtte even en Nena kon bijna voelen dat ze met haar ogen rolde, ook al stond ze dan achter haar. "Daar komt het wel op neer ja, Nena, maar je moet echt even aan je verhaaltje werken," fluisterde ze in haar oor. Carl echter had zijn brief in zijn trillende handen en met een gevoel van medelijden keek Nena hem aan. Hij had zich dapper door dit alles geslagen en had zich tig keer zo groot gehouden als zij gedaan had. Ze zou hem gaan missen, bedacht ze zich, wat ze nogal vreemd vond aangezien ze hem pas korte tijd kende. Ze pakte de klink van de deur en opende hem. Carl ging in de deuropening staan en pakte de brief vast. "Bedankt, Nena," zei hij, waarna hij zijn brief openscheurde.



Dixie

#10
Nena zag hoe zijn ogen naar bovenwegrolde, hoe hij wankelde, en toen over de drempel de deur in viel.
Verbaasd keek ze toe wat er gebeurde. Toen ze de deur eerst geopend had was gewoon de andere kant van de deur te zien, het plein, maar toen Carl de brief geopend had was het in een strakblauwe tunnel veranderd. Carl was in de tunnel gevallen, die hem opgenomen had en weer verdwenen was. Nena keek van de deur naar Bree, en weer terug, en liet geschrokken de klink los. "Hmm, ja, zo gaan die dingen," mompelde Bree, die de deur weer dichtdeed. "Nou, Nena, proficiat! Je eerste Haling!" Zei ze toen. Nena keek haar eventjes twijfelend aan, maar toen brak een kleine glimlach door. Bree had gelijk, ze had haar eerste Haling goed volbracht! "Dankje! En dankjewel, Bree," zei ze toen, op een gemeende toon. Bree glimlachte ook een klein beetje en eventjes voelde Nena een klein sprankje van begrip tussen hen.
Ze liepen samen naar een grote, ijzeren deur op het plein en Bree haalde haar ID-pas tevoorschijn. "Dit is de deur naar het Centrum. Die hebben ze een tijd geleden laten maken, toen er teveel klachten kwamen van Halers die na een vermoeiende Haling helemaal terug moesten lopen," zei Bree. Nena knikte. Dat kon ze wel begrijpen, van wat ze zich van de koetsrit tussen het hospitaal en Portus herinnerde was het een heel eind.
Bree haalde haar pas door een soort kaartlezer en de deur schoof open. Bewonderend keek Nena hoe ze de grote zaal van de Halers, waar haar dag begonnen was, zag. Ze stapten door de deur, die zich achter hen sloot en zich mengde met de muur achter hen totdat hij niet meer zichtbaar was. "Wauw," fluisterde Nena zachtjes. Toen klonk er een groot applaus op en toen Nena zich omdraaide zag ze hoe haar hele team, met grote lachen op het gezicht, achter haar stonden en voor haar juichten. Nena glimlachte. Ze was eindelijk deel van een groep.


Hoofdstuk 24      De Gouden Leeuw
We kletsen gezellig na en tot mijn verbazing vertelt Bree met een lichte vlaag van bewondering over mijn Haling. Het wordt steeds rustiger in de ruimte en het wordt buiten steeds donkerder. Ik verwonder me er even over. Ik had er helemaal niet bij stil gestaan dat het hier ook donker kon worden.

Er werd hard gelachen en Nena werd uit haar gedachtenstroom losgerukt. "Ga je nog wat mee drinken, Nena?" Vroeg Marilyn haar toen. Nena keek even twijfelend de kring rond. Ze zou niets liever willen, maar ze was hier gekomen met Fabian en moest vast ook weer met hem terug. Waar was hij eigenlijk? "Ik zou graag willen, maar ik moet met Fabian terug, met de koets, en ik wil niet te laat thuis zijn," gaf ze toe. Bree stootte een hoge en korte lach uit. "Oh, Fabian? Nou, die vind je hier niet meer hoor. Die is vast al in de Gouden Leeuw." "Ja, Nena, kom toch mee!" Drong Leslie aan. Nena zuchtte even en knikte toen. Ze wilde graag iedereen beter leren kennen, en bovendien, als Fabian in de Gouden Leeuw was, had zij weinig keus dan daar ook heen te gaan.
Het was koud buiten en vol bewondering keek Nena naar de nachtlucht. Wel duizenden lichtbolletjes zweefden boven hen, sommigen zo dichtbij dat het net leek alsof je ze aan kon raken, anderen zo ver weg dat ze amper zichtbaar waren. "Mooi hè," zei Porter tegen haar. Hij was langs haar komen lopen en keek ook omhoog. Nena knikte. "Ja, het is prachtig." "Ze zeggen dat het de zielen zijn die verder gegaan zijn." "Verder gegaan?" Vroeg Nena aan hem. "Ja, verder gegaan. Dat is wat gebeurd als je ziel zijn tijd hier gehad heeft. Je gaat naar een fase waar je ziel geen bewustzijn meer heeft. Niemand van ons weet uiteraard hoe het eruit ziet, want een ziel die verder gaat keert niet meer terug." Nena keek hem even bedenkelijk aan. "Dus dit is niet het einde?" Ze had altijd gedacht dat de Hemel de plaats was waar je voor altijd zou blijven, maar blijkbaar was dat dus niet zo. "Oh, nee. Nee, een ziel die verder gaat, gaat naar het einde van de wereld. Ze verdwijnen daar. Niemand weet waar ze heen gaan, maar het gevoel voordat je gaat wordt beschreven als een diepe rust, een gevoel van intense vrede. Daarom nemen we aan dat de mensen die verder gaan in diezelfde staat eeuwige rust vinden. Als een ster, bijvoorbeeld," zei hij, waarna hij even naar boven gebaarde.
Nena staarde naar de nachtlucht terwijl ze verder liepen. Het was een mooi idee, een rustig en vredig bestaan in de Hemel. Misschien zou zij daar ook wel ooit terecht komen. Maar niet nu, net nu ze een nieuw leven op begon te bouwen, met nieuwe vrienden en een nieuwe bezigheid.
Ze stonden op een klein pleintje en Nena zag een café met een klein uithangbordje. "De Gouden Leeuw," stond erop. Marilyn pakte haar hand, glimlachte breed naar haar, en liep naar binnen.
Het was druk en benauwd in de kroeg en Nena keek een beetje ongemakkelijk om zich heen. Ze kende hier niemand en was daar blijkbaar alleen in: Porter en Bree verdwenen al snel in de mensenmassa en groetten enthousiast wat van de jongeren die ze passeerden. Alleen Marilyn en Leslie bleven over, af en toe zwaaiend naar wat mensen die ze in de massa vonden. "Kom, Nena," zei Leslie, waarna ze ook de massa in verdwenen.
Ze werd heen en weer geduwd door dansende en bewegende mensen en probeerde uit alle macht Leslie te volgen. Uiteindelijk bereikte ze het einde van de massa en kwam ze in een klein gebiedje met tafeltjes en bankjes terecht. Ze plofte uitgeput neer en kreeg een mok met een donker gekleurde drank naar zich toegeschoven. "Wat is dat?" Vroeg ze verbaasd. "Mede, natuurlijk," zei Marilyn, waarna ze een slok nam. "De Hemelse drank, vanuit de geschiedenis al," voegde Leslie eraan toe. Nena pakte de mok op en nam voorzichtig een slokje. Het had een heerlijke smaak, het was zacht en zoet maar had toch een kleine vlaag van bitterheid. "Hmm, lekker," zei Nena bewonderend. Toen bedacht ze zich dat ze geen geld bij zich had. "Maar, ehm... Marilyn?" Marilyn keek op en keek haar met kleine glinstertjes in haar ogen vragend aan. "Ik heb geen geld," gaf Nena beschaamd toe. Marilyn lachte even. "Oh, Nena, maar dat heeft niemand hier." "Echt niet?" "Nee joh, ben je gek. Het is de Hemel!" Ze zei het alsof het heel logisch was, maar het was een fijne verrassing voor Nena. Bij nader inzien was het ook wel logisch geweest, ze had nog nooit iemand ergens voor zien betalen hier.
Ze zag hoe Marilyn en Leslie steeds steelse blikken naar elkaar wierpen en glimlachte even kort. Ze was hier duidelijk overbodig. Daarom stond ze op. "Marilyn, Leslie, ik ga even, ehm.. Fabian zoeken." "Oh, ben je gek, die hoef je niet te zoeken. Die zit daar achter in de hoek," zei Marilyn, maar ze keek eventjes dankbaar naar Nena om aan te geven dat ze het gebaar op prijs stelde. Nena knikte en stak een hand op. "Dan ga ik daar maar heen. Bedankt voor de fijne avond, en tot morgen!" Zei ze, waarna ze zich omdraaide en richting de tafel in de hoek liep.
Daar zag ze inderdaad Fabian zitten. Hij zat met drie andere jongens en twee meisjes om een tafel en ze lachten luid om iets wat een van hen juist gezegd had. Ze herkende een van de meisjes als Bree. Ze keek af en toe naar Fabian, leunde wat overdreven naar hem toe en lachte hard om bijna alles wat hij zei. Nena haalde een wenkbrauw op. Vond Bree haar nieuwe broer leuk?
Toen ontmoetten Fabian's ogen die van Nena. Hij viel stil en keek haar even aan met een blik die ze niet helemaal thuis kon brengen. Hij klauterde uit de ronde bank en kwam naar haar toe gelopen. "Wat doe je hier?" Nena keek hem even met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Ook hallo. Ik ben hier omdat ik dacht dat we... Nouja, dat we ook weer samen naar huis zouden moeten." Hij zuchtte even en draaide zich om naar zijn vrienden. Hij kreeg zijn jas aangereikt en Bree wierp hem een waterige glimlach toe. Nena hoorde niet precies wat hij zei, maar ze hoorde iets in de richting van 'mijn kleine zusje naar huis brengen'. Ze voelde een steek in haar maag. Hij zag haar dus als een klein, hopeloos zusje. Ze keek naar de vloer toen Fabian terugkwam en volgde hem zonder iets te zeggen. "Tot morgen, Nena!" Hoorde ze de stem van Porter roepen. Ze draaide zich even om en zwaaide vrolijk naar hem. Gelukkig werd ze door haar nieuwe team wel geaccepteerd als wie ze was. Fabian stond bij de deuropening en hield de deur voor haar open. "Nou, kom dan, dan gaan we naar huis," zei hij een beetje ongeduldig. Nena keek hem even een beetje boos aan en liep toen naar buiten, de koele nachtlucht in. Toen voelde ze eigenlijk pas hoe moe ze was. Het was een lange dag geweest en ze was stiekem toch wel blij dat Fabian zonder tegenstribbelen met haar mee was gegaan.

Hoofdstuk 25      De weg naar huis
Onder een hemel van lichtjes rijden we in de wagen naar huis. Fabian zegt niets en kijkt een beetje dromerig om zich heen. Ik vraag me af of hij aan Bree denkt. Er hangt nog steeds een vervelende spanning tussen ons en ik wil steeds iets zeggen om die te doorbreken, maar de juiste woorden vinden hun weg naar mijn mond niet.

"Sorry," zei Nena en meteen wilde ze de woorden weer inslikken. Ze wist niet eens waar ze haar excuses voor aanbood. Fabian keek haar even onderzoekend aan. "Waarvoor?" Nena draaide haar hoofd weg. "Ehm, nou, gewoon... Dat ik twee keer voor je deur stond en dat je door mij eerder naar huis moest, en zo." Fabian grinnikte even kort. Hij leek haar excuses eerder amuserend te vinden dan dat hij er dankbaar voor was. "Waarom doe je zo?" Floepte Nena er toen uit. Ze werd een beetje rood, maar was zekerder van deze woorden dan van haar excuus. Ze wilde de reden voor Fabian's vervelende gedrag weten.
Met iets vergrootte ogen keek Fabian Nena aan. Dit had hij zo te zien niet verwacht. "Wat bedoel je daar nou weer mee?" Vroeg hij een beetje bozig. Maar Nena hield voet bij stuk. "Je snauwt me altijd af, je kijkt me steeds vervelend aan, je lijkt me nergens bij te willen hebben en volgens mij zou ik als het aan jou lag helemaal nooit in de hemel terecht gekomen zijn," zei ze, in een adem. Met een gevoel alsof er een blok van haar schouders gevallen was zakte ze achterover in de koets. Ze was misschien wat bot geweest, maar het voelde fijn om Fabian eens de waarheid verteld te hebben.
"Oh," zei Fabian, en ook hij zakte achterover. Hij staarde naar de lichtbolletjes die overal om hen heen zweefden. "Nou, het spijt me als ik je beledigd heb," zei hij op een toon die niet bepaald gemeend klonk. "Nee, het spijt je niet, Fabian. Ik weet niet waarom je zo vervelend doet maar als het een reden heeft dan wil ik die graag weten." Fabian bleef stuurs voor zich uitkijken. Toen stopte de koets. Verbaasd keek Nena om zich heen. Ze zag echter alleen Pratap, die achterover keek, recht in de ogen van Fabian, leek het wel, en boos snoof.
"Wat nou weer?" Vroeg Fabian een beetje bozig. Hij stond op en boog zich voorover, zodat hij over de bok heen hing. "Kom op, Pratap, lopen!" Zei hij bazig. Pratap echter zwiepte zijn staart omhoog, die recht in het gezicht van Fabian terecht kwam.
Met een woedende blik op zijn gezicht keek Fabian naar het paard. "Pratap! Verdomme!" Nena kon haar lachen niet meer inhouden en barstte in een onbeheerste giechel uit. Fabian keek boos achterom. "Ik loop wel!" Hij sprong behendig uit de koets en begon te lopen. "Fabian!" Riep Nena. "Fabian, kom nou terug in de koets!" Maar Fabian stopte zijn handen in zijn zakken en liep stuurs verder. Pratap keek weer even om en Nena grinnikte even toen ze een beweging zag die verdacht veel leek op het rollen van zijn ogen.
De koets zette zich langzaam weer in beweging en hield, toen ze naast Fabian reden, hetzelfde tempo als dat van Fabian aan. "Fabian, serieus," zei Nena, lichtelijk geïrriteerd. Ze had eerst gewild dat hij haar aardig en leuk vond, maar hij was te eigenwijs en vervelend voor haar om dat nog langer vol te houden. Fabian keek even opzij, keek haar eventjes aan, en keek toen weer stuurs recht vooruit. "Goed, dan," mompelde hij. "Ten eerste vind ik het verschrikkelijk hoe je zo tuttig bent, met je jurkjes en je haren netjes gekamd en je maniertjes." Nena snoof even. "Denk je dat ik dat wil? Ik doe het alleen maar om me thuis te voelen in jouw familie, hoor. Ik heb geen zin om hier helemaal alleen te zijn, mocht je je dat afvragen. Nee, dan trek ik liever Magdalena's jurken aan en kam ik mijn haren zoals zij dat graag ziet." Ze sloeg haar armen over elkaar en keek geïrriteerd naar Fabian, die rustig doorslofte. Hij was dus nog bevooroordeeld ook. "Nou, goed dan." Gaf hij mokkend toe. Hij liep naar de koets, pakte hem vast (Pratap was blijkbaar niet van plan stil te blijven staan voor Fabian), en klom erin. Hij plofte naast Nena op de bank en zijn gezichtsuitdrukking was van boos naar iets wat wel op droevig leek veranderd. "Wat nog meer, dan?" Vroeg Nena, nog steeds een beetje geïrriteerd maar nu met een zachtere ondertoon. "En omdat ik het maar niet uit mijn hoofd kan krijgen dat jij degene was die Anton het laatst gezien heeft. Nadat hij jou geHaald heeft, heeft niemand hem meer gezien." Nena vergrootte haar ogen en keek hem gekwetst aan. "Maar daar kan ik toch niets aan doen?!"  Riep ze verontwaardigd. Tranen sprongen in haar ogen en ze zakte achterover in de bank. Waarom nam iedereen het haar kwalijk dat Anton na haar Haling niet meer gezien was? Zij had toch niets fout gedaan, of wel? "Dat weet ik," zei Fabian zacht. "Maar het lijkt net alsof ik het niet van me af kan zetten," gaf hij toe. Nena keek hem even aan, met betraande ogen. Fabian's gezicht stond droevig en zijn ogen stonden duister. Het leek net alsof ook hij vocht tegen de tranen en langzaam maar zeker ebde alle woede uit haar weg. Ze zuchtte even en wreef de tranen uit haar ogen. "Was hij belangrijk voor je?" Vroeg ze voorzichtig. Fabian keek op en haalde even luid zijn neus op. Hij staarde voor zich uit. "Hij was mijn beste vriend. Hij ging mee met mijn eerste Haling, hij heeft me alles van deze wereld laten zien. Ik was bang en alleen toen ik hier binnenkwam," hij keek even pijnlijk toen hij dit toe gaf, "maar dankzij Anton duurde het niet lang voordat ik een groep vrienden had waar ik op kon vertrouwen en bij wie ik kon ontsnappen van het benauwende leven in het landhuis." Nena knikte. Ze kon zich goed voorstellen hoe hij zich voelde: het leek bijzonder veel op hoe zij zich voelde. "Wat erg voor je. Het spijt me echt," zei ze, zich op de een of andere manier schuldig voelend over de verdwijning van Anton. "Je hoeft je niet te verontschuldigen, Nena." Zei Fabian. Daarna keek hij haar even aan en verscheen er een kleine glimlach op zijn gezicht. "Ik stel me gewoon aan, dat weet ik ook wel. Maar je moet me gewoon de tijd geven." Nena knikte. Dat had ze in de gaten, en dat zou ze ook doen.
Terwijl ze de oprijlaan van het landhuis opreden voelde Nena zich op een vreemde manier redelijk vrolijk. Ze was blij dat de lucht tussen Fabian en haar een beetje opgeklaard was en dat er niet meer die bijna vertrouwde metersdikke spanning hing op het moment dat ze ook maar oogcontact maakten.
Fabian stapte haar uit de koets en stak tot haar verbazing een hand toe om haar te helpen. Nena keek hem even verrast aan, maar pakte toen zijn hand en stapte zo elegant als ze kon de koets uit. Zijn hand was zacht en warm, en ze vond het moeilijk om hem los te laten op het moment dat haar voeten de grond raakten. Pratap reed weg en Nena's hand lag nog steeds in die van Fabian. Een kort moment, dat wel een eeuwigheid leek te duren, ontmoetten hun ogen elkaar. Een heel ander soort spanning vloog door de lucht en Nena's hart pakte een hoger tempo dan ze gewend was op. Geschrokken trokken ze allebei hun handen terug en in een nieuw soort ongemakkelijke stilte liepen ze naast elkaar het landhuis in. 

Dixie

Hoofdstuk 26      Levensritme
Ik zwaai even naar het meisje dat door de deur verdwijnt en duw dan de deur achter me dicht. Met een tevreden gevoel bedenk ik me dat dit alweer mijn vijftiende succesvolle Haling was. Misschien ben ik hier wel beter in dan ik dacht!

Mogens miauwde even zacht en trippelde voor Nena uit, op weg naar de poort richting het Centrum. Ze keek hem even medelijdend aan en opende haar rugtas. Hij hield zijn kopje scheef en deed even net alsof zijn neus bloedde. "Kom nou, Mogens, je weet dat ze je niet mogen zien." Met 'ze' doelde Nena op Selenius, Desmond en Magdalena. Om de één of andere reden waren ze erg tegen het idee van Nena's nieuwe vriendje. Ze had gelukkig nog verborgen weten te houden dat Mogens ook gewoon in haar kamer sliep, maar had stom genoeg toestemming aan Desmond gevraagd om "een kat" mee te nemen tijdens haar werk. Desmond was even boos geworden en had wat gemopperd over dat het 'geen werk voor dieren' was en dat katten 'verderfelijke wezens waren'. Het was allemaal geëindigd met een dreigement dat als hij haar met een kat zou zien ze haar baan als Haler kwijt zou raken.
Nena vond de reactie nogal overdreven en nadat ze even met Omar overlegd had kreeg ze toestemming om Mogens wel mee te laten gaan op haar Halingen. Haar teamgenoten zworen er niets over los te laten en Omar vond het wel 'chill' dat ze samenwerkte met een kat.
Mogens had zeker zijn nut bewezen. Het was haar tweede dag als Haler geweest dat hij uit haar kamer ontsnapt was en haar gevolgd was naar het Centrum. Ze had hem die dag meegenomen op haar tweede Haling: die moest ze zonder hulp van een teamgenoot doen en ze vond het prettig om wat steun te hebben van iemand die ze vertrouwde. Vreemd genoeg voelde ze zich sterker en zekerder met Mogens aan haar zijde dan ooit tevoren en dat gevoel was heerlijk, bijna verslavend. Dat was ook de reden dat ze het erop gewaagd had om Desmonds toestemming te vragen, en de reden dat ze tegen zijn woorden in toch bij Omar om toestemming gevraagd had.
Ze moest echter voorzichtig zijn, dus elke keer dat ze zich het Centrum begaf, waar ze Magdalena, Desmond of Selenius tegen kon komen, werd de arme Mogens in de kleine schoudertas gestopt.
Ze stapte de deur door en keek tevreden de ruimte rond. Het was redelijk druk en overal klonk vrolijk geklets. Ze liep op de hoek van haar team af en vond er Marilyn en Leslie, redelijk dicht tegen elkaar aan. "Oh, hoi, Nena," zei Marilyn toen ze Nena zag en onmiddellijk schoof ze een eindje op. Nena keek haar even aan met een blik die zei dat ze toch al lang wist wat er tussen hen speelde en plofte tegenover hen op de bank, haar schoudertas voorzichtig neerzetten. Het neusje van Mogens kwam even door de gleuf van de tas naar buiten en Marilyn zette meteen grote ogen op. "Ooeeh katje katje katje!" Zei ze met een stemmetje dat het ongetwijfeld goed zou doen bij jonge kinderen. Ze kroop even over de bank en begon toen onder de kin van Mogens te kriebelen. "Ja, dat vind je lekker hè?" Kirde ze. "Marilyn, ssst!" Siste Leslie haar toe, naar aanleiding van een argwanende blik die ze van een haler van een ander team toegeworpen kreeg. "Oh, ik bedoel, ehm... Mooie tas, Nena!" Zei ze haastig, waarna ze met een beteuterde uitdrukking weer achterover in de bank zakte, naast Leslie.
Toen ook Porter en Bree teruggekeerd waren en Omar hen met een van zijn rare handbewegingen weggestuurd had verliet de groep het Centrum en liet Nena Mogens uit haar schoudertas. Hij rekte zich een paar keer flink uit en mauwde tevreden. "Moet hij nou elke keer in die tas, Nena?" Vroeg Marilyn met een stem doordrenkt van medelijden. "Tenzij je wilt dat ze na vijftien Halingen al van het team gekickt wordt, ja, Marilyn," antwoordde Bree voor Nena. Nena knikte. "Ja, daar was Desmond best duidelijk over. Maar zo lang hij niet met me in het Centrum gezien wordt zie ik niet in waarom iemand een probleem met Mogens zou hebben," zei ze. Marilyn zuchtte. "Nee, dat denk ik ook niet, het is zo'n snoepje! Maar het is gewoon zielig dat hij in zo'n klein tasje moet," zei ze, terwijl ze het straatje insloegen dat hen naar de Golden Lion zou brengen.
Een gedachte aan Fabian flitste door haar hoofd. Nena schudde hem meteen weg. Ze had na het ongemakkelijke moment dat hun handen elkaar gevonden hadden niet echt meer normaal met elkaar gesproken en er hing steeds een ongemakkelijke spanning tussen hen, die vaak slechts onderbroken werd door kuchjes of steelse blikken. Ze deden meestal of er niets gebeurd was, Fabian ontweek haar blikken steeds en zij probeerde af en toe het gesprek op gang te brengen met oppervlakkige vragen en opmerkingen.
Bovendien was daar Bree, die vaak rond hem heen hing en hem alle aandacht van de wereld gaf, en hetzelfde terug eiste. Nena voelde steeds een steek in haar maag als Bree haar arm in de zijne haakte, hem een brede glimlach toewierp of giechelend lachte om zijn grapjes. Ze drong het gevoel dat ze hem leuk vond echter steeds weg. Het mocht niet en het kon niet, hij was haar broer en bovendien dacht hij waarschijnlijk niet zo over haar. Ze wist daarnaast zeker dat de ongemakkelijke spanning er alleen was omdat hij wist van haar gevoelens en niet wist hoe daar mee om te moeten gaan.
Ze waren inmiddels bij de Gouden Leeuw aangekomen. Mogens was zoals gewoonlijk onder het afdakje bij de voordeur, tussen een plantenbak en de muur, opgekruld en had zijn ogen gesloten. Nena streelde hem even over zijn kop en volgde haar team naar binnen. Ze zochten snel een tafeltje achterin het café op. Nena had onmiddellijk Fabian gelokaliseerd, gedeeltelijk omdat hij aan zijn vaste tafel zat en gedeeltelijk omdat Bree als een torpedo op die tafel afstormde. Hij glimlachte even scheef toen zijn ogen die van Nena ontmoetten en voorzichtig glimlachte ze terug, waarna ze zich snel omdraaide en in een stoel neerplofte. "Hihi, Nena, je bloost," giechelde Marilyn vrolijk. Ze werd bijgevallen door Porter, die enthousiast knikte en eraan toevoegde dat ze met een cape van de 70er teams, die herkenbaar waren omdat ze knalrood waren, onzichtbaar zou worden. Nena keek beschaamd naar haar teamgenoten en voelde dat ze nog warmer werd. "Oh, Nena, wie is het?" Vroeg Marilyn nieuwsgierig met een overdreven wiebelende wenkbrauw. Nena's mond vertrok zich tot een strakke streep en betrapt keek ze Marilyn aan. "Niemand, hoezo?" "Oh, doe niet zo flauw, Nena, we willen het weten! Toe! Is het Robbert?" Vroeg ze toen, doelend op een jongen die bij Fabian aan de tafel zat. "Nee, het is niet Robbert. Er is geen 'iemand', okee? Laten we er nu over ophouden." Nena klonk een beetje botter dan ze bedoeld had en Marilyn keek een beetje beteuterd naar de tafel waar Fabian aan zat. Het was duidelijk dat ze nog steeds uit probeerde te vogelen wie Nena zo had laten blozen, maar Nena hoopte dat ze er nooit achter zou komen.
"Wil je dansen?" Vroeg ze, in een toenadering tot Marilyn. Die keek haar met een brede lach aan. "Oh, ja, dansen! Heerlijk! Kom, Leslie, laten we gaan!" Ze greep Leslie bij zijn arm en een beetje ongelukkig kijkend stond hij op om haar te volgen. Nena lachte even om de ongebruikelijke combinatie van Marilyn en Leslie en keek toen Porter aan. "Kom je ook mee, Porter?" Een beetje twijfelend keek die naar zijn drankje. "Ehm, nou, ik ben een beetje moe, ik blijf liever zitten." Nena zuchtte even en zette haar handen in haar zij. "Kom nou, Porter! We hebben net zo hard gewerkt als jij, dus dat is geen smoesje! Dansen, jij!" Zei zo op een vrolijke maar bevelende toon. Porter gooide de rest van zijn drankje in een keer naar binnen, zette zijn beker op de tafel, en keek Nena vastberaden aan. "Oké, dan! Dansen zal het zijn!" Zei hij met een luide stem. Hij stond lomp op, waarbij hij zijn stoel bijna omver schopte, en liep voor Nena uit de dansvloer op. Hoofdschuddend keek ze hem na. Ze was in ieder geval wel blij dat hij zijn afkeer tegen het dansen overwonnen had in hun gezelschap.
Op de dansvloer zocht ze Marilyn, Leslie en Porter op en een beetje twijfelachtig begon ze op de muziek mee te bewegen. Marilyn tolde met haar grote blauwe ogen en zo mogelijk nog bredere glimlach over de dansvloer, Leslie's handen in de hare. Leslie was wat minder soepel dan Marilyn maar keek met een zachte blik in zijn ogen naar haar en volgde elke beweging.
Porter stond op de dansvloer en maakte rare, stotende bewegingen met zijn vuisten. Hij had een bloedserieuze blik op zijn gezicht die Nena bijna aan het lachen maakte. "Wat is er?" Vroeg Porter, zich ondertussen concentrerend op zijn dans. "Oh, niets," zei Nena lachend, en met alle remmen los gooide ze haar armen in de lucht en begon ze te dansen.
Ze had haar ogen veelal gesloten en liet haar lichaam meebewegen op de muziek. Ze had eigenlijk nooit goed geluisterd naar de muziek in de Golden Lion, maar ze hoorde nu dat het langzame dreunen waren, opgekleurd door vrolijke, springerige riedeltjes op een of ander instrument. Het klonk haar raar in de oren, maar tegelijkertijd vertrouwd, alsof de muziek haar lichaam omhulde en knuffelde en optilde, zodat ze zo licht als een veertje over de vloer kon bewegen.
Door een duw die haar uit haar evenwicht bracht werd ze uit haar droom gerukt. Ze keek verbaasd op en zag Bree even achterom kijken, met tranen in haar ogen. Toen duwde ze de deur open en verdween ze naar buiten, de nacht in. "Bree?" Riep Nena haar na, maar ze hoorde het niet door het lawaai in het café. Ze wilde haar volgen, maar haar schouder werd gegrepen door een stevige hand. Ze draaide zich om en keek recht in de ogen van Fabian. Even schrok ze: zo dicht bij elkaar waren ze niet meer geweest sinds de nacht in de koets. "Oh.... Fabian, hoi," stamelde ze onhandig. "Laat haar maar," antwoordde hij, waarna hij haar schouder losliet, Bree achterna liep, en het magische moment verbrak.
Verbaasd bleef Nena achter. Marilyn kwam langs gespind en stond even stil, waardoor Leslie, die door wilde tollen, bijna over zijn eigen voeten struikelde. "Wat was dat, Nena?" Vroeg ze nieuwsgierig. Nena haalde haar schouders op. "Geen idee, maar ik zag Bree met tranen in haar ogen naar buiten lopen, en Fabian volgde haar. Meer weet ik ook niet." Marilyn zuchtte. "Oh, Bree..." "Wat is er dan?" Vroeg Nena, nu de nieuwsgierige. "Nou," zei Marilyn, even voorzichtig om zich heen kijkend alsof ze wat ze ging zeggen beter voor zichzelf kon houden, "Bree kan nogal... Vasthoudend zijn, weet je. Het duurt lang voordat ze iemand accepteert, maar als dat gebeurd, kan ze moeilijk loslaten. Ze vindt Fabian al leuk sinds... weet ik wanneer," zei ze. Ze had even nagedacht over wanneer de fascinatie van Bree voor Fabian begonnen was, maar had het al snel opgegeven. Nena knikte. Ze had al door dat Bree Fabian meer dan gewoon leuk vond en had ook al gemerkt dat Bree niet heel makkelijk vrienden maakte. Ze zuchtte. Arme Bree, dacht ze. Ze zou morgen wel eventjes met haar praten. Stiekem was het een lief meisje en Nena zag niet graag dat ze zoveel verdriet had.

Hoofdstuk 26      Spanning en sensatie
Ongemakkelijk beweeg ik nog even door op de muziek. De droom van eerder is weg en ik kijk constant om me heen. Porter danst gewoon door, en Marilyn en Leslie verdrinken bijna in elkaar. Maar mijn gedachten zijn bij Bree, en belangrijker nog, bij Fabian, die haar gevolgd was. Wat zouden ze nu aan het doen zijn? Ik vraag het me bijna jaloers af.

"Nena!" Iemand riep haar en ze keek achterom. Het was Fabian, en ze keek hem glimlachend aan. Hij wenkte haar, dus draaide ze zich eventjes naar Marilyn, Leslie en Porter, om snel afscheid te nemen, en spoedde ze zich daarna naar de deur. "Wat is er?" Vroeg ze gehaast. "Vind je het erg als we nu naar huis gaan? Mijn avond is eerlijk gezegd wel afgelopen zo," zei hij. Nena was even verbaasd bij het enorme aantal woorden dat in vergelijking met afgelopen weken uit zijn mond was gekomen, maar knikte uiteindelijk. Stiekem waren de terugritjes met Fabian het hoogtepunt geweest, in plaats van het nakletsen met haar teamgenoten.
Ze zaten langs elkaar in de koets en Nena rilde even. Het was koel buiten, vooral in vergelijking met de drukke en daarom warme Gouden Leeuw. "Heb je het koud?" Vroeg Fabian. Nena knikte even en trok haar jas wat dichter om zich heen. Fabian nam zijn sjaal af en legde hem in Nena's schoot. "Hier," zei hij. Nena keek hem even dankbaar aan en grinnikte inwendig: het was niet het gebaar van een gentleman, het afstaan van een jas, en bovendien een beetje knullig gebracht, maar Nena stelde het gebaar desondanks op prijs.
Ze waren eventjes stil terwijl Pratap langzaam naar het landhuis reed. Met een kleine grijns op haar gezicht keek Nena naar het Indische paard. Ze zou zweren dat hij de laatste tijd steeds langzamer was gaan lopen, elke keer als zij met Fabian in een koets zat. Ze vond het erg aardig van hem, het leek net alsof hij wist dat dit de enige momenten waren dat Fabian een beetje normaal tegen haar deed, zonder de druk van hun ouders, vrienden of collega's om hen heen.
"Wat was er nou?" Vroeg ze uiteindelijk, doelend op het gedoe met Bree. Ze wist niet zeker of Fabian er wel over wilde praten, maar haar nieuwsgierigheid won het uiteindelijk van haar inbeelding in de leefwereld van Fabian. "Oh, dat. Daar praat ik liever niet over," zei Fabian, met een zuchtende ondertoon in zijn stem. Nena keek even teleurgesteld een andere kant op. Ze had het wel verwacht, maar vond het toch jammer dat ze zijn kant van het verhaal niet kon horen. "Oh, oké. Ik vond het alleen zo zielig voor Bree. Ik hoop dat er niets ergs gebeurd is, maar ik vraag het haar morgen zelf wel," zei Nena, deels in een poging de stilte te vullen met een opening voor een gesprek. "Nee, doe dat maar niet," zei Fabian toen haastig. Ze keek hem even onderzoekend aan. "Waarom niet?" Fabian keek haar met een verbeten uitdrukking aan. Hij was duidelijk niet gewend zo ondervraagd te worden. "Gewoon niet. Ik denk niet dat ze daarop zit te wachten," zei hij, een beetje bot. Met een gekwetste gezichtsuitdrukking keek Nena van hem weg. Het was niet dat ze het niet verwacht had, Fabian reageerde altijd bot als ze toenadering zocht, maar het deed elke keer weer pijn. "Oké, sorry, Nena," zei hij uiteindelijk. Nena keek hem met een kleine glimlach aan. Hij had nog nooit ingezien hoe bot hij kon zijn, dus ze was blij dat het tot hem doorgedrongen was. "Nou, goed dan. Bree is... Ze vindt me..." "Ze vindt je leuk," hielp Nena hem uit zijn woorden. Fabian knikte. "Meer dan dat. Ze benauwt me. Het lijkt net alsof ze via een onzichtbare lijn aan me vast gebonden zit." Nena knikte. Dat had ze wel in de gaten: iedere keer dat er ook maar een kans was dat Fabian in de buurt was, was Bree daar ook. "Soms wordt ik daar gewoon een beetje vervelend van, snap je. Ik kan nooit doen wat ik leuk vind. Als mijn vrienden praten over een... mooi meisje, moet ik op mijn woorden passen omdat ik Bree anders kwets." Nena keek hem met een medelijdende blik aan. Het was lief van hem om zo aan de gevoelens van een ander te denken ze kon zich nauwelijks voorstellen hoe benauwend het moest zijn. "Dus vanavond lette je even niet op je woorden?" Vroeg ze, gokkend naar wat de oorzaak van Bree's tranen kon zijn. "Nou, nee, niet helemaal. Vanavond keek ik naar een ander meisje," gaf hij schoorvoetend toe. Onmiddellijk maakte Nena's hart een sprongetje. Welk ander meisje zou hij bedoelen? Haar gedachten dwaalden af naar Marilyn, die met haar blonde krullen zwierend en zwaaiend over de dansvloer was gegaan, of Aster, een meisje uit de 50er teams met vuurrood, stijl haar, dat zo mogelijk nog meer glansde dan dat van Magdalena. Zij veroverde elke avond de dansvloer en had al meer dan een jongen versteend met open mond aan de bar gekregen met haar soepele bewegingen. "Nena?" Rukte Fabian's stem haar uit haar gedachtengang. "Oh, ja, ik bedacht me net dat het inderdaad beter was om Bree er niet aan te herinneren. Ik neem aan dat ze zich zo al gekwetst genoeg voelt. Misschien is het beter om te wachten tot ze er zelf over begint," loog ze snel. Fabian knikte, met een glimlach op zijn gezicht die liet zien dat hij blij was dat Nena hem begreep. "Wat is er eigenlijk met Bree gebeurd? Waar is ze heen gegaan?" Fabian's gezichtsuitdrukking betrok onmiddellijk. "Ik weet niet waar ze is. Maar ik heb haar verteld hoe ik me voel wanneer zij zich zo gedraagt. Volgens mij viel dat niet helemaal in goede aarde..." Nena zuchtte en pakte zijn hand eventjes vast. Vonkjes schoten via haar hand omhoog en gaven haar een kleine rilling. "Nee, vast niet. Maar het was wel nodig." Fabian trok zijn hand onmiddellijk terug. Nena keek hem geschrokken aan. Bijtend op haar lip schold ze zichzelf uit. Dom, Nena, dom! Moest dat nou? Fabian ontweek Nena's blik en haalde zijn schouders op. "Misschien. Ik heb het haar al vaker verteld, maar ik hoop dat het deze keer wat beter doordringt. We zullen het zien. Ik hoop in ieder geval dat ze gewoon naar huis gegaan is," zei hij. Nena zuchtte een beetje verdrietig en keek het duistere landschap van de heuvels in. "Ja, dat hoop ik ook." De rest van de koetsrit bleef het stil.

Dixie

Hoofdstuk 28      Achter gesloten deuren
Terwijl Dexter razendsnel door de papieren bladert hoor ik achter me een soort geratel. Ik kijk om, een schuin oog op mijn doelwit houdend, en zie een gedaante in een koets met twee kleinere gedaantes naast hem. Ik herken hem als Hendrik, de teamleider van Fabian's team waar ik niet veel positiefs over gehoord heb. Mogens sist even dreigend en ik haal een wenkbrauw op. Wat is er aan de hand?

Dexter duwde de zegel op de brief en overhandigde hem aan Beatrice, het meisje van Nena's leeftijd met een echt poppengezichtje dat ze zojuist geHaald had. Ze was een beetje bleek weggetrokken en zei maar weinig, ze had duidelijk moeite met het wennen aan het idee dat ze dood was.
Nena leidde haar met een vriendelijke gezichtsuitdrukking naar binnen, op de deuren af. Ze keek nog even achterom en zag dat Hendrik de twee zielen met een hand op hun rug richting de poort duwde, die zich net achter hen sloot. Ze wist niet waarom, maar het had iets vreemds.
Nadat ze Beatrice met een geruststellende knuffel een deur in gestuurd had draaide ze zich om. Het plein was redelijk rustig, en ze zag tot haar verbazing Hendrik nergens, terwijl ze toch wel verwacht had dat die niet veel later dan zij binnengekomen was.
Nieuwsgierig wat er met Hendrik aan de hand was, en waarom hij twee zielen bij zich had in plaats van één, wat gebruikelijk was, liep ze een eindje terug het pad op naar d hemelpoorten. Plots siste Mogens fel en dook hij de bosjes in. "Mogens, kom terug," zei Nena op een dringende maar zachte toon. Ze liep hem achterna, de bosjes in, en zag toen uit haar ooghoek hoe een figuur door de poorten kwam.
Het was Hendrik, met de twee kinderen, die er mager en geschrokken uitzagen. Het waren een jongetje en een meisje en aan de houding en de ogen van het jongetje te zien had hij net gehuild. Mogens keek met een donkere blik naar Hendrik en Nena merkte aan zijn gespannen houding dat er iets goed mis was.
Tot haar verbazing liep Hendrik niet het pad af, richting het plein met de deuren, maar zette hij een aantal stappen op het grasveld. "Huh?" Fluisterde Nena verbaasd tegen Mogens. Die reageerde niet, maar staarde met een bijna enge blik in de richting van Hendrik. Hij liep met de twee kinderen steeds verder over het grasveld, tot hij bijna uit het zicht verdween. Toen schoot Mogens de bosjes uit. Nena probeerde hem te grijpen, maar hij was te snel, zodat ze bijna niet anders kon dan hem te volgen, uit angst dat hij door Hendrik betrapt zou worden en ze hem nooit meer zou zien.
Ze rende een tijdje achter hem aan, steeds op een veilig afstand van Hendrik blijvend. Ondertussen vroeg ze zich steeds af waar in hemelsnaam Hendrik de kinderen heen zou brengen. Misschien zou hij ze rechtstreeks naar het hostel brengen, dacht ze, al had ze het idee dat dat de andere kant op was.
Uiteindelijk stond Hendrik stil. Onmiddellijk bevroor ook Nena. Er was enkel een minuscuul bosje waar ze zich achter kon verschuilen, maar daar moest ze het dan maar mee doen: liever gehurkt achter een bosje ontdekt worden dan zomaar in het midden van een veld, zonder ander doel daar te zijn dan het achtervolgen van een teamleider.
Ze dook achter het bosje en keek door de takken heen wat Hendrik deed. Ze zag dat hij een pas pakte en die tegen de boom waarbij ze gestopt waren duwde. Ze haalde even een wenkbrauw op en vroeg zich af waarom hij dat zou doen, maar haar vraag werd snel beantwoord. Door een flikkering die op de flikkering van bloedhete lucht leek verscheen een grote, ijzeren poort. "Huh?!" Kon Nena niet laten uit te brengen. De deur was werkelijk uit het niets verschenen en ze vroeg zich af wat hij in het midden van een veld deed. Hendrik duwde de kinderen niet bepaald zachtaardig naar binnen en volgde hen daarna. Mogens schoot onmiddellijk uit hun schuilplaats en glipte achter Hendrik de deur binnen. "Mogens, nee!" Riep Nena, waarna ze overeind krabbelde en ook naar de deur rende. Die was verder weg dan ze gedacht had, zodat ze net voordat hij dichtviel nog naar binnen kon glippen.
Ze merkte onmiddellijk een verandering in haar kleding op. Haar mantel, die ze nog steeds aanhad, mengde zich zoals gewoonlijk met haar blouse en rok en kleefde tegen haar huid. Een grote, bruine mantel met hoofdkap, die voor zover ze kon zien iedereen in deze omgeving aanhad, was het resultaat.
Mogens liep voorzichtig voor haar uit en ze probeerde hem met gebogen hoofd, zodat de kap van haar mantel haar gezicht bedekte, te volgen. Af en toe wierp ze een blik op de omgeving en ze snapte niet helemaal wat ze zag. Overal stonden groepjes mensen bij elkaar, af en toe met enkele zielen in witte jurk om hen heen. De witte jurk signaleerde dat de zielen nieuw waren en Nena snapte niet wat de nieuwe zielen hier deden: ze hoorden immers ergens in een hospitaal te liggen, en niet in een vreemde omgeving met mensen in bruine mantels rond te lopen.
Uiteindelijk kwam ze op een groot plein met in het midden een verhoging terecht. Ze verschool zich deels achter een pilaar van een groot gebouw en keek naar het podium. Een man stond in het midden van het podium. Nena kon niet duidelijk zien wie het was, maar het schoot haar direct te binnen toen de man begon te spreken. De dikke stroop van Selenius vulde haar oren.
"Geachte partners, vrienden, broeders! Ik ben verheugd u  mede te kunnen delen dat er vandaag weer een prachtige lading geHaald is door ons vertrouwde team!" Een beschaafd applaus steeg op en aan de rand van de menigte zag Nena enkele figuren in mantels hun handen bedankend opsteken. Ze vroeg zich af over welke lading er gesproken werd. Misschien waren het wel nieuwe producten die de Kern gecreëerd had, hoewel het haar niet helemaal duidelijk was waarom deze producten in een rare omgeving als deze uitgedeeld moesten worden. Selenius vervolgde zijn verhaal. "Een uitgebreide selectie van iedere leeftijdscategorie, bruikbaar voor klusjes in huis en tuin of in wat meer private delen van uw huis." Het laatste zei hij met een vervelende toon een Nena kon bijna voelen hoe hij knipoogde. Een kort gejoel steeg op uit de menigte en een koele rilling ging door haar lichaam. Ze had steeds meer het vermoeden dat hier iets heel erg mis was.
Haar vermoeden werd bevestigd toen twee figuren in duistere mantels met een rij nieuwe zielen op het podium verscheen. De zielen werden hardhandig in de rij geduwd en werden met het gezicht naar de menigte opgesteld. Nena zag dat het inderdaad zielen van verschillende leeftijden waren, en begreep meteen waar Selenius over gesproken had. Dit was geen meubelveiling, maar een zielenveiling. Ze slikte even en tranen sprongen in haar ogen. Het was verschrikkelijk waar ze getuige van was, maar een onweerstaanbare drang dwong haar te blijven kijken hoe de ene na de andere ziel geveild werd.
In plaats van geld werd er met van alles en nog wat geveild. Vol verbazing hoorde Nena hoe een man drie van zijn paarden bood voor de ziel van een klein, mager jongetje dat met grote ogen van angst voor zich uitstaarde. Hij was amper drie jaar. Toen bij de ziel van een oudere vrouw aangekomen werd hoorde Nena een bekende stem en het duurde even voor het tot haar doorgedrongen werd. "Vier van mijn keukenhulpen en een van mijn tuiniers voor deze ziel, Jarvis!" Hoorde ze Desmonds stem zeggen.
Versteend bleef ze staan. Dus ook Desmond deed mee aan deze verachtelijke zielenhandel. Bovendien had hij keukenhulpen en tuiniers genoemd, waarvan Nena niet eens wist dat ze bestonden. Ze had alleen maar Timothy gezien. Een vervelend gevoel bekroop haar. Wat als het rooskleurige verhaaltje van Magdalena over Timothy's achtergrond alleen maar een dekmantel was om Timothy's echte achtergrond te verbergen?
Toen werd er een hand over haar mond geschoven. Geschrokken probeerde ze te gillen. "Ssst," werd er in haar oor gesist en langzaam werd ze achteruit getrokken, een klein steegje in. Angstig probeerde ze zich los te rukken. Als ze hier ontdekt werd was haar leven hier zeker voorbij, ze dacht immers niet dat Selenius haar ontdekkingen openbaar wilde zien. De enige andere optie was dat ze bij deze hele zielenhandel betrokken werd, maar dan zou ze nog liever uit de hemel verbannen worden.
Ze kreeg het eindelijk voor elkaar om zich los te rukken en draaide zich bliksemsnel om. Een gedaante met een kap stond achter haar en Nena keek hem angstig aan. "Ik ben hier per ongeluk, echt waar, het was niet mijn bedoeling naar binnen te sluipen, ik zocht gewoon mijn k... Mijn kaart," ze wist dat het een domme leugen was en dat haar identiteitskaart hier nooit terecht zou kunnen komen, maar besefte zich ook dat ze zichzelf alleen nog maar meer in de problemen zou brengen als ze het woord 'kat' af zou maken. "Ik was hier echt nog niet zo lang, echt niet, ik heb niets gezien," praatte ze door. De figuur schokte even alsof hij lachte. "Liegen is niet je beste kant, Nena." Ze verstijfde even. Ze kende die stem.
De figuur nam zijn kap af en Nena keek recht in de glimmende ogen van Fabian.

Hoofdstuk 29      Zielenhandel
Ik sta even als verstijfd stil en weet niet wat ik moet zeggen. Mijn hoofd tolt. Ik ben compleet in de war. Niet alleen door wat ik zojuist gezien heb, maar ook door wat ik nu zie: Fabian in de wereld van de zielenhandel. Mijn hart breekt bijna bij het idee dat ook hij betrokken is bij deze verderfelijke bezigheid.

"Ik... Ik kan het niet geloven," zei Nena, met moeite haar trillende stem onder bedwang houdend. Fabian, die ze zo bewonderde, deel van de zielenhandel. Ze keek naar zijn bruine mantel en tranen sprongen in haar ogen. Ze had het kunnen weten. Hij was deel van een Halerteam geleid door een zielenhandelaar, en woonde in een gezin vol slaafzielen. Zijn vader was een zielenhandelaar.
"Nena, je denkt toch niet dat... Dat ik..." Fabians mond vertrok zich in een scheve grijns en hij stootte een kort lachje uit. "Over voorbarige conclusies gesproken," mompelde hij. "Maar laten we eerst maken dat we wegkomen. Zet je kap op," zei hij, waarna hij zijn kap weer over zijn hoofd trok en Nena's hand greep, nadat zij ook haar kap over haar hoofd getrokken had. Ze voelde diezelfde vonkjes en wenste dat ze er niet zouden zijn. Hoewel ze zijn reactie wat raar vond was ze nog steeds niet overtuigd van zijn onschuld. Ze had echter niet veel keus en volgde hem dan maar door een wirwar van donkere straatjes en  pleinen waar ze vast niet hoorden te komen.
Uiteindelijk stonden ze stil in een straatje dat zo uit een spookstad zou kunnen komen. Alles was verlaten, uithangborden hingen scheef aan muren en ramen en deuren waren gebroken en vuil. Er klonk nog net geen eenzame krekel.
Fabian gebaarde naar een klein huisje met een groot, gebroken raam. Onhandig duwde hij de vastgeroeste deur open. Hij moest behoorlijk wat kracht zetten om het ding open te krijgen, waardoor hij, toen de deur eindelijk met een enorme kraak opende, naar binnen struikelde. Nena glimlachte even en was blij dat de kap het verborg. Hij hield de deur voor haar open en ze liep als eerste naar binnen.
Het was schemerig in het caféetje, dat gezellig ingericht was. Er stonden ouden banken met een rare kleur stof en de barkrukken aan de bar waren bekleed met rood rubber dat vast ook glinsterend geweest was. In de hoek stond een jukebox, waarboven een poster hing. Nena nam haar kap af en liep naar de poster. "Vrijdagavond: Elvis en Marilyn!" Stond er, in fel gekleurde letters. Daaronder was een tekening gemaakt van een man met een grote kuif en een prachtige blonde vrouw met een zwoele mond en spierwitte jurk, die tegenover elkaar stonden. Ze hadden allebei een microfoon in hun hand en keken elkaar zwoel in de ogen. "Elvis en Marilyn?" Nena keek naar de poster Fabian knikte. "Ja, Elvis en Marilyn. Twee muzikanten met een enorm gevoel voor show. Waren een tijdje erg populair hier, maar nu weet niemand weer waar ze zijn. Desmond was een fijn, destijds," zei Fabian, waarna zijn ogen eventjes op de poster bleven rusten. Daarna draaide hij zich om en liep naar een van de bankjes met tafeltjes. "Zullen we even gaan zitten?" Zei hij. Nena knikte. Dat zou ze fijn vinden, zo kon ze misschien uitleg krijgen over wat hij hier deed. Ze schoof in een van de banken en keek Fabian vragend aan. "Oké, ik weet wat je denkt. Maar ik ben alles behalve betrokken bij deze hele rotzooi," zei hij, met een vlaag van woede in zijn stem. "Wat doe je hier dan?" Vroeg Nena, nog steeds een beetje wantrouwend. Fabian zuchtte. "Goed, je moest er vroeger of later toch achterkomen. Weet je die keer dat je me verlinkte aan Magdalena, toen ik bezoek op mijn kamer had?" Nena slikte even bij zijn woordkeus, maar moest schoorvoetend toegeven dat ze het zich nog herinnerde. "Oké, nou, dat was Killian. Je weet wel, de roodharige jongen die meestal ook in de Gouden Leeuw is." Nena dacht even na maar knikte toen, ze had inderdaad wel eens een roodharige jongen bij Fabian gezien. "Een tijd nadat ik hier aankwam stuitte ik op steeds meer vreemdere dingen. In die tijd hadden Desmond en Magdalena tientallen bedienden die altijd door het huis renden en alles voor ons deden. Ik nam het toen als normaal aan omdat Desmond, Magdalena en Zachary er niet moeilijk over deden. Tot het moment dat ik de keuken in ging, en de leefomgeving van de 'bedienden' zag." Ze zag de emotie in zijn ogen en rilde even. Als ze zag hoe hier met slaafzielen omgegaan werd wilde ze niet weten hoe het was op de plaatsen waar ze tewerkgesteld werden. "Ik durfde er een tijd niet over te praten, maar uiteindelijk kon ik het niet langer voor me houden. Ik confronteerde Magdalena met wat ik gezien had en sindsdien is de relatie tussen haar, Desmond en mij nooit meer hetzelfde geweest." Nena dacht terug aan de spanning die altijd over de eettafel zinderde en kon eindelijk plaatsen waar die vandaan kwam. "Op de een of andere manier kreeg Omar lucht van het voorval en niet veel later werd ik benaderd om bij een 'club' te komen." "Omar, mijn teamleider?" Viel Nena hem in de rede. "En een club? Wat voor club?" "Ja, je teamleider Omar. Hij vroeg me bij een speciale club te komen en ik kwam erachter dat ook hij wist van de slavernij. Via hem kreeg ik ook te horen hoe het er hier," hij gebaarde even om zich heen, "aan toe ging. De club bestond toen nog niet uit heel veel leden. Bree was er ook bij." Nena kromp even ineen bij die naam. Sinds het voorval met Bree hadden zij en Fabian steeds erg voorzichtig contact gehad en Bree leek haar gezelschap te vermijden. "Bree, Omar, Nikolas, Emilie, en ik." Nena kende Nicholas en Emilie niet, maar ze nam aan dat het de twee anderen waren die vaak in de Gouden Leeuw aan de tafel van Fabian zaten. Nikolas was een jongen met lang, krullend bruin haar, en Emilie was een vrolijk ogend meisje met donkerblonde krullen. "Het begon als een ongeordend clubje mensen maar het breidde zich snel uit. We gingen ook steeds professioneler te werk. We begonnen voorzichtig meer mensen te werven en begonnen informatie van het Centrum te winnen. Omar heeft als teamleider toegang tot dingen waar wij niet bij kunnen komen en hoort af en toe wat woorden die tussen Selenius en zijn 'vrienden' vallen. Op een dag wilde ik proberen Killian te overtuigen van ons doel, maar hij wilde me niet geloven. Mijn laatste optie was om hem te laten zien wat mij overtuigd had, de situatie in onze keuken. Mijn tweede bezoekje ging wat minder soepel dan mijn eerste. Magdalena zag me uit de keuken komen, en sinds die dag zijn ze als de dood voor bezoekers." Nena keek hem even met grote ogen aan. "Weten ze dan van je club?" "Het Verzet, 'je club' klinkt minder professioneel dan ik ons graag zie. Maar, nee, ik denk niet dat ze van het Verzet weten. Ze weten alleen dat ik op de hoogte ben van de situatie in ons huis, maar ze tasten nog in het duister over hoe veel ik precies weet. Gelukkig maar, anders zou ik hier niet lang rondlopen." "Waarom vertel je me dit?" Vroeg Nena hem. Fabian glimlachte even kort naar haar. "Het klinkt je misschien raar in de oren, maar op de een of andere manier ben jij erg belangrijk voor het Centrum. We weten niet precies waarom, maar we hoorden van Omar dat het Centrum jouw Haling als hoogste prioriteit gezet had. Dat gebeurt niet vaak, ik geloof zelfs dat het nog nooit eerder gebeurd was. Omar had de klus op zich genomen en had... Had Anton op de taak gezet." Nena keek even ongemakkelijk. "Anton was ook deel van het verzet," vervolgde Fabian, de ongemakkelijke sfeer negerend. "Het was van groot belang dat hij zou zorgen dat je niet in de Hemel terecht zou komen. We zouden het op een fout gooien, op een instabiele ziel, dat gebeurt wel vaker. Maar voordat hij zijn taak volbrengen kon kwam Desmond ertussen." Nena's oren suisden. Had ze dat nou goed gehoord? Het was dus hun bedoeling geweest haar ziel nooit in de Hemel op te nemen? "Maar... Wat wilden jullie dan met me doen? Me in het niets laten?" Ze keek hem gekwetst aan en haar stem trilde van emotie. Schuldig keek Fabian naar het kapotte raam, haar blik ontwijkend. "Ja," zei hij zacht. "Maar ik ben blij dat het anders gelopen is, echt waar," zei hij, en hij keek haar in de ogen met een oprechte blik. Ze wendde haar blik echter af. Ze kon niet geloven dat het verzet een ziel, haar ziel, zomaar ergens zou willen dumpen. "Je moet me geloven, Nena, we deden het enkel omdat we geen andere optie zagen. We wisten niet precies wat het Centrum met je voorhad maar we wisten zeker dat het niet veel goeds was." "En in het proces zijn jullie net zo erg geworden als de zielenhandelaars op het plein," beet ze hem toe. "Jullie behandelen zielen alsof ze wegwerpmaterialen zijn." Fabian keek haar even gekwetst aan en zuchtte toen kort. "Het was zeker geen zuivere oplossing, dat geef ik toe. Maar op dat moment leek het de beste. We konden toen ook niet weten dat het Centrum zoveel moeite moest doen om jou te pakken te krijgen," zei hij met een lichte vlaag van amusement in zijn stem. Nena keek hem een beetje stuurs aan maar moest met moeite toegeven dat ze misschien wel gelijk hadden. Ze kon moeilijk geloven dat zij zo speciaal was, maar op de een of andere manier pasten de puzzelstukjes van alle vraagstukken die ontstaan waren sinds het moment dat ze aangekomen was perfect in het plaatje. "Wat is het doel van het Verzet precies?" Vroeg ze uiteindelijk. "Het ultieme doel is natuurlijk om Selenius te ontmaskeren en hem uit het Centrum te krijgen. Het Halen is niet ontworpen op deze manier. Het is gebaseerd op vertrouwen en op goede wil. Er wordt van nieuwe zielen misbruik gemaakt op een manier die onacceptabel is. Ze zijn nieuw en moeten kunnen vertrouwen op wat hun Haler hen vertelt, en op deze manier..." Hij besefte zich dat hij aan het ratelen was en hield even stil. "In ieder geval, ik zou graag willen dat je naar de volgende bijeenkomst komt. We spreken met codenamen. De belangrijkste die je moet weten zijn Raven, voor Bree. Chimp, voor Omar. Phoenix, voor Killian. Goat, voor Nikolas. Mockingbird, voor Emilie." Somde hij op. Daarna was hij even stil, alsof hij wilde checken of ze het wel bijhield. "En voor jou?" Vroeg Nena direct. "Fox," antwoordde Fabian.
Ze verlieten het kleine cafeetje en opnieuw door een wirwar van straatjes en steegjes wist Fabian een een van de schimmerige hittes te vinden. Ze stopten in een steegje dat uitzicht bood op deze plek. Het steegje was zo smal dat zelfs al stond Nena met haar rug tegen de muur, en Fabian met zijn rug tegen de muur tegenover de hare, hun lichamen bijna niet anders konden dan elkaar te raken. "Nu wachten we tot iemand de deur opent," fluisterde Fabian. Zijn adem streelde haar gezicht en ze voelde hoe haar hart zo snel klopte dat het een beklemmend gevoel op haar borst gaf. Spanning gierde door haar lichaam en spande bijna elk spiertje aan. Ze staarde in zijn ogen, wat het gevoel alleen nog maar versterkte, maar ze kon de spanning niet verbreken door weg te kijken. Het was hypnotiserend en had haar in zijn greep.


Dixie

#13
Bijna tegelijkertijd bewogen hun hoofden zich naar elkaar toe. Haar hand bewoog zich automatisch naar zijn nek, en ze voelde hoe zijn hand op haar rug gleed. Haar lippen streelden de zijne en net op het moment dat ze gevangen zouden worden in een gepassioneerde en vurige kus die eeuwig kon duren verbrak een luide, bulderende lach het moment.
Geschrokken en beschaamd trok Nena haar hoofd terug. Fabian kuchte ongemakkelijk en beiden keken ze een andere kant op, niet zeker wat ze moesten met het bijna magische moment dat zojuist plaatsgevonden had.
Ze keek opzij en zag een dikke man, gehuld in de mantel, met zijn handen op zijn buik nog nalachend richting de poort lopen. Een kleiner persoon liep naast hem en haalde zijn pas over een klein beeld van een naakte vrouw dat een beetje verloren op het midden van een van de duistere pleinen stond. De deur verscheen, en de dikke man verdween er niet veel later door.
“We kunnen maar beter gaan, voordat de deur zich weer sluit,” zei Fabian uiteindelijk. Nena’s maag kneep zich samen, ze wilde liever voor eeuwig in dit steegje blijven. Maar ook zij wist dat zodra de magere vriend van de man die de bulderende lach uitgestoten had de deur achter zich dichttrok ze hier misschien nooit veilig vandaan kwamen. Fabian pakte voorzichtig haar hand en samen liepen ze zo snel en onzichtbaar mogelijk naar de deur, die nog net genoeg geopend was om hen door te laten.


Hoofdstuk 30      Het Verzet
Ik zucht gefrustreerd naar Mogens. “Mogens, wat moet ik nu aan?” Hij zwiert zijn staart langzaam heen en weer en kijkt me verder onbewogen aan. Maar ik ben alles behalve onbewogen. Fabian is non-stop in mijn gedachten geweest en op wat steelse glimlachjes na frustreert het me enorm dat ik bijna niet bij hem in de buurt kan zijn. De ene keer zijn het Desmond en Magdalena, de andere keer is het Bree. Alleen tijdens koetsritjes kunnen we samen zijn. En ik wil er op mijn allerbest uitzien. Voor hem, voor Fabian, voor Fox.

Deels vrolijk, deels gefrustreerd stond Nena voor haar kast. Ze had geen idee wat ze moest dragen. Ze had nog steeds dezelfde kleding als in het begin in haar tas gezeten hadden, op een paar jurken van Magdalena na die ze alleen droeg tijdens het diner. De laatste tijd had ze steeds meer de neiging gehad om net als Fabian niet meer haar best te doen voor een diner dat gekookt werd door slaven en opgediend werd door de arme Timothy, waarvan ze nu ook wist dat hij een slaaf was. Maar Fabian had erop gestaan dat ze niets in haar gedrag zou veranderen. Als Magdalena en Desmond lucht kregen van wat zij wist zou het snel afgelopen zijn met niet alleen haar leven hier, maar ook dat van Fabian.
Een luide miauw klonk van achter haar en Nena wilde zich omdraaien om Mogens te berispen. Hij moest immers zachtjes doen. Haar berisping verdween echter uit haar gedachten als sneeuw voor de zon toen ze de oorzaak van Mogens luide kreet zag. Een stuk stof lag op het bed, een stuk stof dat er niet eerder geweest was. Verbaasd liep Nena naar haar bed. Ze pakte het op en was verrast door de zachtheid van het stof. Ze vouwde het open en een prachtig jurkje kwam tevoorschijn. Het was diep zwart, met afgezette randjes van een prachtige tint groen. “Wauw, Mogens, waar komt dit vandaan?” Vroeg ze haar kat. Hij reageerde natuurlijk niet, maar rekte zich tevreden uit en begon zichzelf te wassen.
Ze nam het jurkje en duwde het tegen haar lichaam aan. Voor de passpiegel zwierde ze rond. Het stof bewoog mee op de wind en blij met deze nieuwe vondst kleedde ze zich snel om. Het paste perfect en Nena keek even verbaasd in de spiegel, blij verrast met dat ze er in een jurkje toch nog leuk uit kon zien.
Ze kamde haar haren voorzichtig over haar schouders zodat het in een grove krul viel. Ze smeerde wat lippenbalsem op haar lippen, die een zachte glans kregen. Haar ogen glansden vanzelf al, door de gedachten aan Fabian die non-stop door haar hoofd raasden.
Ze trok haar fijne schoenen aan en keek even achterom naar Mogens. “Mogens, dankjewel,” zei ze, waarna ze hem even achter zijn oortje kroelde. “Maar je kan nu niet mee,” fluisterde ze. “Hier blijven, okee?” Ze draaide zich om, greep haar jas en sloot snel haar kamerdeur achter zich voordat Mogens haar kon volgen. Hij miauwde luid en Nena stond even gespannen stil. Ze keek de gang rond, maar er was niemand te zien. Alleen Fabian was in de buurt, hij stond onder aan de trap op haar te wachten.
Ze glimlachte breed en daalde zo snel als ze kon de trap af. Het liefste wilde ze hem om zijn nek vliegen en niet meer loslaten, maar ze deelden even een samenzweerderige blik die zei dat ze beiden wisten dat ze dat beter niet konden doen, althans, niet in het grote landhuis waar Desmond en Magdalena ook rond liepen.
Hun handen raakten elkaar kort en zonder iets te zeggen liepen ze naar buiten. “Je ziet er leuk uit,” zei Fabian toen ze de deuren achter hen sloten en Nena glimlachte naar hem. Ze voelde dat ze bloosde. “Dank je,” zei ze, waarna ze voorzichtig zijn hand pakten. Ze hadden afgesproken dat ze de act op zouden houden totdat ze het villagebied verlieten, en hem weer op zouden pakken op het moment dat de koets het centrale gebied van Portus in reed. Dat gaf hen een korte tijd, elke dag, om hun echte gevoelens voor elkaar niet in te hoeven houden.
“Bedankt, Timothy,” zei Nena tegen de jongen die Pratap en de koets voor hen voorgereden had. Timothy glimlachte even kort naar haar en rende toen weer weg. Na wat Nena gezien had in de keukens had ze geen moment voorbij laten gaan om aardig te doen tegen de arme Timothy. De jongen had er even aan moeten wennen maar accepteerde nu dat ze aardig tegen hem deed en voelde zich iets meer op zijn gemak om haar heen.
Fabian hielp haar de koets in en ze ging dichter bij hem zitten dan nodig was, met de ruimte die de bank hen bood. Haar hart bonsde in haar keel. Ze hadden er een spelletje van gemaakt zo ver mogelijk te gaan zonder argwaan te wekken bij de mensen om hen heen en de spanning was bijna verslavend. Haar hand zakte tussen hen in waardoor hij langzaam het been van Fabian streelde. Fabian keek haar geschrokken aan, maar ze zag aan de twinkeling in zijn ogen dat ook hij ervan genoot.
Pratap maakte haast uit het villagebied te komen en Nena was hem er dankbaar voor. Fabians vingers kriebelden voorzichtig over haar hand en ze kon niet wachten om zijn hand vast te grijpen en haar lippen tegen de zijne te duwen.
Toen de laatste villa achter hen verdween voelde ze hoe Fabian’s arm over haar schouders gleed. Ze liet zich tegen hem aan zakken en zijn vingers bewogen zich door haar haren. “Ik weet niet of ik dit nog langer kan,” zuchtte ze. Ze woonde in één huis met de man op wie ze verliefd was, werkte op dezelfde plek, maar moest het voor iedereen verborgen houden. Tegelijkertijd wist ze ook dat het niet anders kon, en dat haar opmerking een loze was.
Fabian bleef stil. Hij pakte haar kin vast, bewoog haar gezicht omhoog en drukte een kus op haar lippen. Ze wilde dat die eeuwig zou duren, maar dat gebeurde natuurlijk niet. Zijn gezicht was slechts een paar millimeter van het hare verwijderd en ze voelde zijn adem haar huid strelen. Ze keek in zijn ogen en wilde er wel in verdrinken. “Ik ook niet,” zei hij toen. Ze zuchtte. Ze wist het, maar het was niet alsof ze er iets aan konden doen.
De rest van de koetsrit praatten ze over dingen die hen bezig hielden. Nena vond het fascinerend om verhalen over Fabian’s verleden hier te horen. Ze wilde alles van hem weten, hoewel ze allebei natuurlijk wel op een duidelijke muur stuitten: het verleden voordat ze naar de Hemel kwamen.
De koets passeerde het kleine huisje met het mooie tuintje dat Nena zo was gaan haten en waar ze zo van was gaan houden: op de heenweg naar het Centrum gaf het aan dat ze weer koel en afstandelijk moesten gaan doen, op de terugweg betekende het dat ze in zijn armen over haar dag kon praten en in zijn ogen kon staren zoveel ze wilde.
Ze drukte een laatste vurige kus op zijn lippen en ging daarna weer rechtop zitten, met een heel stuk bank tussen hen in. Droevig keek ze naar de toren in de verte. Het Centrum kwam snel dichtbij, evenals een nieuwe werkdag.
Ze stapten uit de koets en gingen het Centrum binnen. Onderweg naar de ruimte waar hun teams zich bevonden pakte Fabian Nena’s arm eventjes kort vast. “Ontmoet me hier, vanavond, na je dienst, goed?” Vroeg hij zacht. Ze knikte en hij glimlachte even naar haar. “Je ziet er echt leuk uit, Nena,” fluisterde hij, waarna hij haar arm weer losliet en de deuren naar de Oostvleugel opende.
Ze liep snel naar haar team en zag dat Bree snel een blik van jaloezie weg probeerde te stoppen. Ze wist dat Bree niets liever zou willen dan iedere morgen met Fabian binnen komen, en elke avond met hem te vertrekken. Ze probeerde haar dromerige blik te verbergen en begroette vrolijk haar teamgenoten. Maar ondertussen kon ze niet wachten tot het avond was, en ze een hele avond met Fabian door zou brengen. Zelfs het feit dat Bree er zou zijn en hen met haviksogen in de gaten zou houden kon haar voorpret niet drukken.
“Nena, ga je nog mee naar de Gouden Leeuw? Ze zeggen dat het interieur weer veranderd is, ik kan niet wachten het te zien!” Kwebbelde Marilyn vrolijk. Ze liepen samen door de Oostvleugel op weg naar hun zithoek, om op Leslie en Porter te wachten. Nena keek even ongemakkelijk naar Marilyn. Ze had kunnen weten dat de vraag zou komen, maar had er niet bij stilgestaan en daarom ook nog niet over een antwoord nagedacht. Ze kon Marilyn moeilijk vertellen dat ze naar het Verzet zou gaan… “Nee, ik kan niet,” zei ze uiteindelijk. “Ik heb, ehm.. Ik moet…” Ze stamelde en door haar hoofd raceten verschillende antwoorden. “Nena is uitgenodigd om vanavond bij mijn familie te komen dineren,” viel Bree haar in de rede. Dankbaar keek Nena haar aan. “Oh, oké,” zei Marilyn, duidelijk een beetje teleurgesteld dat zij niet uitgenodigd was voor een activiteit met Bree en Nena. “Nou, klinkt leuk, veel plezier,” hervatte ze zichzelf, en met een kleine glimlach keek ze hen aan.
Nena voelde zich een beetje schuldig, maar had daar niet veel tijd voor: Bree nam haar direct mee zodra Leslie de deur door kwam. “Fabian wacht op ons in de hal,” zei Nena tegen haar. Bree’s gezicht vetrok even en ze antwoordde bits. “Dat weet ik ook wel.” Schuldig keek Nena een andere kant op. Ze deed de laatste tijd veel moeite om het onderwerp Fabian te vermijden, want elke keer als ze erover begon reageerde Bree hetzelfde. 
Na een ongemakkelijke stille tocht door de Oostvleugel kwamen ze door de poorten naar de gang waar Fabian stond te wachten. Hij glimlachte even naar hen en Bree begroette hem met een enthousiaste knuffel. Fabian’s ogen zochten de hare en hij knipoogde even naar haar terwijl zij haar armen om hen heengeslagen had. Ze liet los en keek even afwachtend naar Nena. Die stak een beetje klunzig haar hand op en mompelde “hoi”. Fabian reageerde met een zelfde, onhandige, “hoi”. Daarna begaven ze zich met zijn drieën richting de uitgang.
“Waar gaan we eigenlijk heen?” Vroeg Nena, toen ze buiten stonden. “Dat zie je vanzelf,” reageerde Bree kortaf. Ze nam toen direct het gesprek op, dat wilde zeggen, het gesprek tussen Fabian en zijzelf. Nena werd er niet bij betrokken, maar dat vond ze eigenlijk wel prima. Zo liep ze tenminste geen risico zichzelf te verraden tegenover Bree.
Ze stonden uiteindelijk stil voor de Gouden Leeuw. “Is het hier?” Zei Nena voorzichtig. Fabian knikte. “Ja, een perfecte locatie. Het valt tenminste niet zo op als wij hier naar binnen gaan.” Hij hield de deur voor hen open en Nena liet Bree voorgaan. Ze stapte naar binnen en zag naast de drempel een kattenmandje staan. Ze grinnikte geamuseerd. Dus iemand had Mogens voor de deur zien liggen.
Ze kwamen binnen in de donkere kroeg. Eventjes verbaasde Nena hoe het eruit zag. Niet alleen omdat het leeg was, maar ook omdat het interieur inderdaad veranderd was. Een oudere man die Nena herkende als de barman kwam naar hen toe. “Fox, Raven, welkom!” Zei hij terwijl hij zijn armen joviaal open hield. “En wie mag dit zijn?” Vroeg hij, toen hij zich naar Nena wendde. Fabian gaf antwoord voor haar. “Dat vertellen we je later vast, Jean-Paul. Voor nu, leuke inrichting,” zei hij. De barman, die blijkbaar Jean-Paul heette, knikte tevreden en keek zijn bar even rond. Er stonden banken en de lampen aan het plafond waren van bekapte peertjes veranderd in grote, ronde lampionnen die een gezellig licht uitstraalden. “Ja, ja, hij heeft zijn best weer gedaan, die Kern van ons,” zei Jean-Paul vrolijk. Nena keek onderzoekend de kroeg rond. Dus de Kern had dit gedaan? Het zag er goed uit.
Ze volgde Fabian en Bree naar de achterkant van de kroeg. Jean-Paul liep achter hen aan en grabbelde even in de zak van zijn schort. Een kleine kaart, die misschien wat weg had van haar eigen identiteitskaart, kwam tevoorschijn. Hij drukte hem tegen de mond van het schilderij dat tegen de muur hing en de muur maakte plaats voor een deur. Jean-Paul duwde de deur open en liet hen binnen.
Ze bevonden zich in iets wat veel weg had van een bergruimte. Verward keek Nena rond. Waarom waren ze hier? Bree wrong zich langs haar af en liep op een van de rekken af. Met een enorme duw schoof ze hem aan de kant. Een deur kwam tevoorschijn. Ze klopte op de deur en wat gestommel klonk van de andere kant.
“Ja?” Vroeg een stem vanachter de deur. “Een bestelling voor de heer Ray van Fox,” antwoordde Bree. “Wat is het?” Klonk de stem weer. Bree klopte opnieuw twee keer. “Een krat sinaasappelen en vijf flessen water,” zei ze.
Er klonk wat gerommel en de deur opende zich uiteindelijk. Nena zag Omar staan. Hij begroette haar vrolijk en ze werd direct door hem mee naar binnen genomen. Ze bevonden zich in een duistere kamer en Nena zag een paar mensen rond de tafel zitten. Ze zocht even steun bij Fabian, die bemoedigend naar haar glimlachte en toen plaatsnam naast Bree. “Welkom, Nena!” Zei Omar toen de deur gesloten was. “En Welkom bij het Verzet,” zei hij met een grijns.

Dixie

#14
Hoofdstuk 31      Het plan
Een beetje nerveus ga ik op een bankje tegen de muur zitten. Er komen steeds meer mensen binnen, die naast me gaan zitten. Ze kijken me een beetje vreemd aan, maar groeten me niet. De mensen waarvan Fabian me de namen heeft verteld nemen plaats rond de tafel en op een gegeven moment zijn alle plekken gevuld. Ik kijk gespannen naar Omar, die op staat en zijn keel schraapt. Het gaat beginnen.

“Verzetsleden, goed dat jullie er allemaal zijn,” zei Omar op een toon die Nena nog nooit had gehoord. Ze kende hem als een zweverige prater met een overvloed aan bijnamen en vreemde woorden, maar nu klonk hij serieus en hij zag er niet uit als zijn normale, energieke zelf.
“We hebben vandaag eindelijk een nieuw lid in ons midden, een lid waar we lang op gewacht hebben. Nena,” zei hij, waarna hij eventjes naar haar gebaarde dat ze op moest staan. “Nena, het meisje dat het Centrum kostte wat het kost in hun handen wilde krijgen. Dat is hen gelukkig niet gelukt,” zei hij, waarna hij even bijgevallen werd door de leden aan de tafel. Nena voelde ogen van alle aanwezigen op haar rusten en ging na een tijdje opgelaten weer zitten.
“Nu we er allemaal zijn, inclusief Nena, zou ik graag het startsein willen geven voor het plan dat we de afgelopen tijd besproken hebben. Het is de bedoeling dat we zeer binnenkort van start gaan. Nena,” zei hij. Hij wendde zich tot haar en met hem alle aanwezigen in de kamer. “Je zal zeer binnenkort uitgenodigd worden op het kantoor van Selenius. We weten niet precies waarom, maar het zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat het Centrum je per se wilde hebben. Zijn kantoor is een van de hoogste lagen van het Centrum en jij bent onze sleutel om daarbinnen te komen.” Nena keek hem even vragend aan. Haar gedachten tolden door haar hoofd. Zij moest naar het kantoor van die vervelende Selenius? En waarom? Ze vond het maar een griezelig idee.
“We willen natuurlijk geen enkel risico lopen, vandaar dat we zullen zorgen dat ofwel ik ofwel Fabian met je mee gaat. Wij zijn de twee leden die waarschijnlijk het minst op zullen vallen in je bijzijn, ik als je teamleider en Fabian als je broer.” Het woord ‘broer’ stak het even en ze zag aan Fabian’s gezicht dat ook hij zich er ongemakkelijk bij voelde. “Ze zullen ons waarschijnlijk vragen te wachten buiten zijn kantoor, maar dat geeft ons de kans de deuren te openen voor andere verzetsleden. Raven, Mockingbird en Goat blijven op lagere lagen om toezicht te houden. Phoenix, Fox en ik dringen de toplaag binnen om de aanwezigen daar op afstand te houden. Dit alles natuurlijk met hulp van jullie allemaal, maar je weet nu waar je verwacht wordt,” zei hij toen, gericht tegen de andere aanwezigen. Nena nam aan dat iedere aanwezige een van de leden aan de tafel had om te volgen. Alleen zij niet, en ze keek twijfelend naar Omar. In dit hele scenario was zij nog steeds in het kantoor van Selenius, zonder enig idee van waar het hele plan nu om draaide.
“Nena, jij speelt een sleutelrol in dit plan.” Omar keek haar serieus aan en zij keek geschrokken terug. Een sleutelrol, voor haar? “Jij bent in het kantoor van Selenius, die de hele slavenhandel in de Hemel beheerst. Je begrijpt dat er slechts enkele inwoners bij deze handel betrokken zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat de rest van de inwoners geen idee heeft en tegen de handel zou zijn, als ze zouden weten dat die zou bestaan. Daar kom jij van pas.” Nena ving de blik van Fabian, die haar aanmoedigend aankeek. Twijfelend keek ze weer naar Omar. “We verwachten dat er in Selenius’ kantoor bewijs te vinden is over de slavenhandel. Het is zo ongeveer de meest bewaakte plaats in het hele Centrum, dus er zou geen andere plek beter zijn om het te bewaren. Het is aan jou om die informatie te vinden en mee naar buiten te smokkelen.” Nena moest haar best doen haar mond niet open te laten vallen. “Maar, maar ik… Hoe moet ik dat dan doen?” Herstelde ze zichzelf. Ze hoorde hoe Bree even snerend lachte, maar van haar kwam geen reactie. Omar glimlachte even naar haar. “Ik vertrouw erop dat je op het moment een manier zal vinden. Wij zullen zorgen voor de afleiding buiten zijn kantoor. Misschien verlaat hij zijn kantoor wel, dat zou natuurlijk ideaal zijn. Maar anders… We vertrouwen allemaal op je, Nena.” Nena zuchtte even en knikte. Ze had sinds haar bezoek aan de slavenhandel de beelden van de slaafzielen niet meer uit haar hoofd kunnen krijgen en ook haar bezoek aan haar keuken was haar niet in de koude kleren gaan zitten. Ze zou meewerken om deze slavenhandel te saboteren.
“Op het moment dat we bewijs hebben voor de slavenhandel zullen we het gerechtshof inschakelen, maar bovenal de bevolking inlichten. Selenius moet en zal van de macht verdwijnen, en met hem alle mensen die betrokken zijn. Fabian heeft een aantal keer de slavenmarkt bezocht en al enkele namen weten te verzamelen, maar we hopen dat er in de documenten die jij zal vinden meer te vinden is,” zei Omar. “In ieder geval, Nena, laat het ons weten als je een uitnodiging krijgt. Dan zullen we een nieuwe bijeenkomst plannen en de plannen tot in verdere details bespreken.” Nena knikte en Omar wenkte even naar een jongen in de hoek, die opstond, zijn stoel pakte, en naar de tafel toe liep. Emily en Killian schoven beide opzij, zodat er een plek tussen hen ontstond. De jongen zette de stoel er neer en Omar gebaarde naar de stoel. “Nou, Nena, neem je plaats in de kring, zou ik zeggen.” Nena keek hem verbaasd aan. Mocht ze nu al aan deze tafel plaatsnemen? Verlegen stond ze op en liep ze naar de tafel. Ze passeerde Fabian, die haar met een twinkel van trots in zijn ogen aankeek. Ze nam plaats op de stoel en schoof hem aan. Een beetje ongemakkelijk keek ze de kring rond. De Verzetsleden leken plots zo belangrijk en groot en zij zo klein en nieuw aan deze tafel. Maar Emily legde vrolijk een hand op haar schouder. “Leuk dat je er bent, Nena,” zei ze. Nena glimlachte. “Bedankt, Em…” Bree siste boos. “Eh, Mockingbird, was het toch?” Herstelde Nena zichzelf. Ze voelde dat ze bloosde en beschaamd keek ze naar de tafel. “Jup, dat ben ik,” antwoordde Emily, Nena’s foutje negerend. “En dit is Goat,” zei ze, over de jongen die naast haar zat. Nena glimlachte naar hem en stak eventjes haar hand op. Hij zag er exotisch uit, met een donkere huid, groene ogen en een gehaakte neus. Hij had langere haren en een grote zwarte oorbel in zijn oor. “Leuk je te leren kennen,” zei hij, met een zachte stem. Nena knikte en keek in de ogen van Bree. Het was moeilijk te onderscheiden wat de gezichtsuitdrukking was die ze droeg, maar het leek een mengeling van blijdschap en jaloezie. Nena keek snel weg. In een confrontatie met Bree had ze geen zin.
Plots ging de deur open en iedereen viel stil. Angstig keek iedereen naar de deur. Het was echter Jean-Paul die door de deur verscheen. “Jean-Paul, please gast, we hadden toch afgesproken dat je zou kloppen,” zei Omar, weer een beetje zijn oude zelf. Jean-Paul lachte een beetje schuldig. “Oh, Hemel, vergeten. Maar ik bedacht me zo dat jullie wel dorst zouden hebben,” zei hij, waarna hij een aantal bekers en flessen mede op de tafel zetten. “Thanks, man,” zei Omar vriendelijk, waarna Jean-Paul eventjes de kamer rondkeek en weer verdween.
De bekers mede werden uitgedeeld en al snel was het gesprek niet centraal meer. Overal ontstonden kleinere groepjes en uiteindelijk zat Nena een beetje verloren naast Emily en drie jongeren, die een geamuseerd gesprek voerden. Ze kende niemand en keek over de tafel, naar Fabian, die uiteraard Bree weer naast zich had. Hij vond haar ogen en knipoogde snel. Nena keek geschrokken naar Bree, maar die had niets gezien, aangezien ze druk bezig was een verhaal te vertellen dat zo te zien de aandacht van bijna alle mensen om haar heen getrokken had.
Fabian stond op en Bree keek hem even vragend aan. Hij zei kort iets en liep toen naar de andere kant van de tafel, naar haar. Nena probeerde een brede glimlach te onderdrukken. Hij kwam op haar aflopen en boog naar haar over. “Zullen we naar ‘huis’ gaan?” Fluisterde hij in haar oor. Ze keek hem even vragend aan. Een prettige glinstering schitterde in zijn ogen en uiteindelijk knikte ze, benieuwd om uit te vinden wat hij bedoelde met de toon waarop hij ‘huis’ gezegd had. Hij greep haar jas en zij liep eventjes naar Omar toe. “Omar, ik moet weer gaan. Fabian zegt dat we naar huis moeten,” zei ze verontschuldigend, met een binnenpretje omdat ze deed alsof ze Fabian als een grote broer maar vervelend vond met zijn bevelen. “Ik zie je snel weer, ik laat het je weten als ik bericht krijg van Selenius,” voegde ze eraan toe. Omar knikte en omhelsde haar even. Nena schrok van het gebaar, maar keek hem glimlachend aan. “Ik ben echt blij dat je er bent, meid,” zei Omar op een dankbare toon. Ze knikte en zei, “ik ook”. Ze wist dat ze het meende. Ze was blij deel uit te maken van iets groots en bovendien voor een nobel doel. Maar ze was nog blijer om wat er achter haar stond. Fabian, met twee jassen over zijn arm, te wachten. Op haar.

Hoofdstuk 32      Nacht in de Hemel
Het is druk in de Gouden Leeuw, en ik bedenk me dat het natuurlijk na werktijd is en dat alle Halers hier, zoals gewoonlijk, naar toe gekomen zijn. Ik kijk even zoekend om me heen, of ik Marilyn of Leslie nergens zie. Uiteindelijk spot ik ze, verwikkeld in een lange kus. Porter zit aan de bar en houdt een geamuseerd gesprek met Jean-Paul. We verlaten de Gouden Leeuw snel, Fabian groet slechts kort mensen die hij kent en ik loop braaf achter hem aan.

Fabian sloot de deur achter hen en Nena trok hem aan zijn arm het hoekje om. Ze drukte een lange, kus op zijn lippen en voelde genietend hoe zijn armen zich om haar middel sloten. Ze wist dat het niet eeuwig kon duren en dat er wel betere plekken waren om zo dichtbij hem te zijn, maar liet zich niet tegenhouden door dat gevoel. Uiteindelijk liet Fabian Nena los en glimlachte teder naar haar. “Laten we eerst maar eens in de koets gaan,” zei hij, waarna hij haar hand pakte en met haar naar de koets liep. Ze gingen zitten en Pratap begon langzaam te lopen. Ze keek verbaasd toe hoe hij linksaf sloeg, in de richting van het hospitaal, en niet rechtsaf, in de richting van hun huis. “Waar gaan we heen?” Vroeg ze hem. Hij glimlachte mysterieus. “Dat zie je vanzelf,” zei hij met een knipoog.
Ze keek de hele reis onderzoekend om zich heen of ze niet een punt herkende, maar dat was niet zo. “Zijn we er bijna?” Vroeg ze opgewonden. Fabian grinnikte. “Waarom zo ongeduldig? We hebben de hele avond.” Nena keek hem eventjes vragend aan, maar hij keek slechts mysterieus glimlachend terug, dus zakte ze ontevreden terug in de bank. Ze zocht zijn hand en hun vingers strengelden zich samen. De nachtlucht was prachtig, met de lichtbolletjes die overal zweefden en de mooie gloed die de maan over de velden wierp.
De koets stond stil midden in een veld en Pratap brieste tevreden. Nena keek om zich heen. Ze waren werkelijk nergens. Het enige wat er in de wijde omtrek te bekennen was, was een boompje. Ze hoorde ook kabbelend water en zag toen ze omkeek het beekje dat ze bij het hospitaal ook gezien had. “Wat doen we hier?” Vroeg ze een beetje verrast aan Fabian. “Alleen zijn,” zei hij met een grijns, waarna hij de koets uitstapte en een beetje in de bak achteraan de koets rommelde. Hij kwam tevoorschijn met een dekentje en hielp Nena de koets uit. “Wauw,” fluisterde ze, terwijl ze haar hart in haar keel voelde bonsde. Wat lief en wat romantisch, dacht ze zwijmelend, terwijl ze Fabian volgde naar een plekje op het zachte gras.
Ze trapte haar schoenen uit terwijl Fabian het dekentje neerlegde en uiteindelijk namen ze samen plaats. Ze ging tegen Fabian aanliggen en hij sloeg zijn armen om haar heen. Ze zuchtte zacht. “Ik zou willen dat we dit gewoon altijd konden doen,” zei ze. Ze voelde hoe Fabian knikte. “Ik ook,” mompelde hij, “maar daar hoeven we nu niet over na te denken. Wat nu telt is dit moment.” Hij had gelijk, bedacht Nena zich. Het was gewoon perfect. Ze rolde een beetje opzij en keek in Fabians ogen. Die stonden serieus en bibberden een beetje heen en weer in een poging ook in de hare te kijken. Ze legde een vinger op zijn gezicht en volgde de contouren. Hij glimlachte voorzichtig en rolde weer op zijn rug, zijn rechterarm onder zijn lichaam. Samen staarden ze naar de nachtlucht. “Vind je het nooit raar dat je zo weinig weet over je verleden?” Vroeg ze hem. Ze hadden het vaak over elkaars verleden in de Hemel gehad, maar dat was bij haar nog niet zo lang en bovendien was Fabian bij bijna alles betrokken geweest, en bij hem reikte het ook nog niet zo ver. Hij was in de Hemel terecht gekomen, in het gezin van Magdalena, Desmond en Zachary, was uiteindelijk Haler geworden en was bij het Verzet terecht gekomen. Ze vond het toch plezierig om naar hem te luisteren, maar het knaagde wel aan haar dat hij zo rustig leek te zijn bij het feit dat hij zo weinig over zichzelf wist. Ze wist in ieder geval dat zij anders in elkaar zat. Fabian lachte even. Ze zag hoe zijn gezicht een andere vorm kreeg. Zijn mondhoeken duwden zijn wangen omhoog en zijn gezicht kreeg een zacht uiterlijk. “Nee, Nena. En ik weet dat je het raar vindt klinken,” zei hij, voordat Nena het kon zeggen, “maar je went er echt aan. Bovendien, je hebt hier nu toch ook een goed leven?” Zei hij met een ondertoon die haar vertelde dat hij graag ‘ja’ wilde horen. Nena knikte voorzichtig. Ja, ze had hier een goed leven. Maar het knaagde nog steeds aan haar en dat gevoel kreeg ze maar niet weg. Bovendien was ze door de bijeenkomst van die avond ondergedompeld in iets waarvan ze wist dat het gevaarlijk was, ook al wist ze niet helemaal zeker wat haar voor gevaar te wachten stond. Ze wist niet of ze dood kon gaan in de hemel, wist niet eens of ze pijn zou kunnen voelen. “Over de missie, hè…” Begon ze uiteindelijk. “Hmm?” Antwoordde Fabian vragend, loom door de warmte van hun lichamen en het hypnotiserend mooie uitzicht op de nachtlucht. “Is het gevaarlijk?” De woorden hingen even tussen hen in en Fabian leek eventjes na te denken over deze vraag. Uiteindelijk keek hij opzij. “Ja,” zei hij, terwijl hij recht in haar ogen keek, “maar ik zou alles wat ik ken geven om jou te beschermen,” voegde hij eraan toe. Nena’s hart maakte even een sprongetje en ze drukte een dankbare kus op de lippen van Fabian. Lippen waarvan ze wist dat die de waarheid gesproken hadden. Zijn ogen stonden zo oprecht en ze voelde zich zo met hem verbonden dat ze wist dat hij haar niet wilde verliezen, en dat gaf haar een intens gevoel van veiligheid. “Wat kan er met me gebeuren?” Vroeg ze toch. Fabian haalde zijn schouders op. “Dat weet ik niet. Dat weet niemand. Over het algemeen leven er alleen goede mensen in de Hemel die elkaar niet veel kwaad zullen doen. Al denk ik dat je te wachten staat wat…” Hij keek even moeilijk en ze greep zijn arm vast. Ze wist dat er een moeilijk onderwerp aangebroken zou worden. “… Wat Anton ook te wachten stond. Wat dat dan ook zijn mag.” Nena legde haar hoofd op zijn schouder. “Ik weet zeker dat alles goed met hem gaat,” zei ze zachtjes. Ze wist het niet zeker, maar iedere keer dat het onderwerp Anton aangebroken werd gebeurde er hetzelfde met Fabian en ze wilde de sfeer van de avond niet verpesten.
Ze waren beiden stil en Nena keek bewonderend naar de nachtlucht. De lichtbolletjes bewogen langzaam door de lucht en de maan stond er helder en groot tussen. Ze voelde Fabian’s langzaam bewegende borst naast zich en kroop iets dichter tegen hem aan. Ze wilde dat het moment eeuwig zou duren, maar wist ook dat dat niet zou kunnen.
Langzaam begon Nena weg te suffen in de warmte van Fabians armen. Ze viel in een lichte slaap en werd wakker door een zacht briesje tegen haar gezicht. Ze opende haar ogen en zag dat het Fabian was, die voorzichtig in haar gezicht geblazen had. “Niet in slaap vallen, prinses,” zei hij met een grijns op zijn gezicht. Nena lachte verontschuldigend. Ze had niet in slaap willen vallen tijdens een avond waarop ze Fabian alleen voor zichzelf had, maar alles was zo perfect geweest dat ze het niet had kunnen laten. “We moeten naar huis, denk ik,” zei hij, nadat hij eventjes naar de nachtlucht gestaard had. “Ik wil niet,” zei Nena mopperend. Hij glimlachte en drukte een kus op haar lippen. “Ik ook niet,” zei hij, waarna hij opstond en de warmte naast haar lichaam ineens verdwenen was en vervangen werd door kou. Ze rilde en Fabian hielp haar overeind. Hij raapte het deken op, sloeg een arm om haar heen, drukte een kus op haar haren en liep met haar richting de koets. “Dit was fijn,” zei hij zacht. Nena keek hem glimlachend aan. Hij had gelijk. Het was niet fijn, het was meer dan fijn. Het was perfect.