Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Nano 2014 - Gevonden Voorwerpen

Gestart door Linqy, 11 november 2014, 10:22:46

Vorige topic - Volgende topic

Linqy

Hieronder, zoals beloofd vanaf 10.000 woorden - mijn NANO voor dit jaar.

Het is niet alsof ik de 50.000 ga halen, maar ach, wie weet hoe ver ik kom!

ENJOY!

(Oh, en commentaar altijd zeer welkom!)
((Al hoef je me op spelfouten niet te wijzen, die mogen erin zitten in een nano XD))

Linqy

Hoofdstuk 1 - ??

De wekker was de eerste die er deze ochtend aan moest geloven. Het hysterische gepiep van het ding zorgde ervoor dat mijn geweldige droom abrupt eindigde, en dat kon ik hem natuurlijk nooit vergeven. Geen wonder dus dat het ding na een fikse mep door de kamer zeilde, om midden in de kamer te eindigen. Zuchtend probeer ik mezelf te dwingen terug in slaap te vallen. Zonder succes natuurlijk. "Zie je nu wat je gedaan hebt?" mopperde ik tegen het levenloze object dat nu hulpeloos op het tapijt lag terwijl ik de dekens van me afsloeg. De plotselinge kou deed me onmiddellijk terugkomen op dat besluit, en terwijl ik me opnieuw in mijn dekens wikkelde, greep ik naar mijn telefoon. "Maar dertien gemiste oproepen tante May?" grapte ik tegen niemand in het bijzonder. Blijven liggen was helaas geen optie, dus probeerde ik toch maar om een tweede keer te ontsnappen aan de warmte van mijn bed. Dit keer had ik gelukkig meer succes en eindigde ik zelfs naast het bed. Afgeleid door het schermpje van mijn telefoon had ik echter niet in de gaten dat mijn wekker zijn meesterplan inmiddels tot uitvoer bracht. Gepositioneerd midden op mijn normale looproute, en met mij afgeleid door de telefoon, was het de perfecte boobytrap.

Iets dat ik enkele seconden later ontdekte toen ik erover struikelde, om keihard op mijn kont op de vloer te belanden. Ik kreeg geen tijd om mezelf zielig te vinden of om wraak te nemen op de monsterachtige wekker die me hier had doen belanden, want precies op dat moment werd er op de ruit van mijn slaapkamer getikt. Dat was op zich al vrij vreemd, aangezien mijn slaapkamer zich op de vierde verdieping van een appartementencomplex bevond. Het feit dat het tikken werd gedaan door een pikzwarte raaf maakte het geheel echter nog iets gekker. Het beestje zat met zijn kraaloogjes nieuwsgierig toe te kijken terwijl ik mezelf maar eens opraapte van de grond. Dit keer ontweek ik de wekker terwijl ik naar het raam liep en het voorzichtig opende.

"Hey Figgins. Kun jij tante May niet leren dat geduld een schone zaak is?" zei ik, terwijl ik de raaf mijn arm aanbood. Die wachtte geen seconde en sprong vrolijk op mijn arm, ongegeneerd pikkend naar de druiven die mijn pyjama sierden. "Anders doe je dat eens niet?" mopperde ik, de vogel wegduwend toen een stukje huid tussen de stof en zijn snavel belandde. Figgins liet duidelijk merken dat hij het niet eens was met de behandeling en fladderde luid krassend richting de deur van de slaapkamer, om op een van de keukenstoelen in mijn kleine keukentje te eindigen. Daar bleef hij zitten gedurende mijn hele ochtendritueel van douchen, aankleden en ontbijten. Al zou ik vast op mijn kop krijgen omdat ik het drinken van een snelle kop koffie telde als ontbijten.

Het hele proces duurde ongeveer twintig minuten, en toen ik klaar was om te vertrekken zat Figgins nog steeds te wachten. "Is ze soms bang dat ik niet kom als jij er niet bent om me te stalken ofzo?" vroeg ik aan de raaf, zonder antwoord te verwachten. Het feit dat een tamme raaf me op kwam halen voor mijn werk verbaasde me inmiddels niet meer. Hetzelfde kon niet gezegd worden voor mijn buren, die elke keer weer nieuwsgierig hun gordijnen opzij schoven als ik langsliep met Figgins op mijn schouder. Ergens kon ik het ze niet eens kwalijk nemen. Zou ik zelf ook gedaan hebben als ik mijn buurvrouw was. "Wat is het vandaag met jullie rebelse voorwerpen?" gromde ik terwijl ik probeerde het hek van de fietsenstalling te openen. Het ding gaf geen millimeter mee, hoe hard ik ook trok. "GA. GEWOON. OPEN!" probeerde ik het hek te overtuigen, maar ook met intimidatie had ik geen succes. "Ja hoor, dan ga ik wel gewoon lopen. Toch Figgins?" gaf ik het uiteindelijk op. Ik voegde maar meteen de daad bij het woord en zette er flink de pas in.

Het was gelukkig maar tien minuutjes lopen, zelfs als je rustig aan deed, dus zo erg was een wandeling op de vroege ochtend niet. Tenminste, zo erg zou de wandeling niet zijn geweest, ware het niet voor het feit dat er precies op het moment dat ik buiten kwam begon te stortregenen. "Serieus?" vroeg ik aan de inmiddels donker betrokken lucht boven me. Ik hees mijn jasje boven mijn hoofd, waardoor Figgins gedwongen werd het luchtruim te kiezen, en begon te rennen. Het maakte uiteindelijk weinig uit, want toen ik aankwam bij de boekenwinkel van tante May was ik compleet doorweekt. Straaltjes water denderden via de gevel van de winkel naar beneden om ervoor te zorgen dat ik nog net iets natter over de drempel van 'Gevonden Voorwerpen' stapte.

Ik moest even wachten in de deuropening zodat ook Figgins naar binnen kon vliegen en liet toen de natte buitenwereld weer achter me. "Ik zie dat vrijdag de dertiende je al goed te pakken heeft." klonk een hese stem vanachter een stapel stoffige boeken. "Je bent laat Rissa. Maar dat wist ik al." ging tante May verder terwijl ze een handdoek naar me toegooide. Ik nam niet de moeite om me af te vragen waarom May een handdoek klaar had liggen op een dag waarvoor alleen maar zon was voorspeld en probeerde de handdoek uit de lucht te plukken. Hierdoor stootte ik echter tegen de glazen pot met lolly's die al jaren gigantisch in de weg stond op de balie. Vreemd genoeg bleef het geluid van versplinterend glas uit. Een blik achter de balie maakte duidelijk dat de pot was geland op een stapel kussens die uitgestald lag achter de kassa. Kussens die daar normaal toch echt niet hoorden te liggen. "May?" zei ik vragend, terwijl ik omkeek naar tante May. Die was inmiddels opgestaan en stond naast me te kijken naar de pot die veilig op een van de kussens tot stilstand was gekomen. De inhoud lag verspreid over de andere kussens, dus terwijl May toekeek begon ik de lolly's maar op te rapen en terug in de pot te duwen.

"Rissa, je weet toch wel welke dag het vandaag is? Ik heb je nog proberen te bellen vanochtend." zei May alsof dat alles duidelijk maakte. "Klinkt het alsof ik weet welke dag het is?" reageerde ik enigszins gepikeerd. Zelfs de lolly's werkten tegen, weigerend om terug in de pot te gaan waar ze al die tijd in hadden gezeten. "Het enige dat ik weet is dat er dertien gemiste oproepen op mijn telefoon stonden, en dat de wereld vandaag tegen me lijkt te zijn. ROTLOLLY'S!" Met een klap liet in de weer volle pot terugploffen op zijn vaste plekje op de balie, terwijl ik keek naar May die inmiddels druk bezig was met het inschenken van twee grote koppen stomende thee.

"Natuurlijk is de wereld tegen je vandaag, lieverd. Het is niet voor niets vrijdag de dertiende." reageerde May berispend, terwijl ze wees naar de schaal verse muffins die midden tussen de boeken stond. Die kon ik natuurlijk niet weerstaan want May's muffins konden een slechte dag direct weer goed maken. Behalve deze dag blijkbaar, besefte ik toen ik me direct verslikte in de eerste hap van de overigens overheerlijke muffin. Het duurde even voordat ik weer op adem was maar in de tussentijd had May me haarfijn uitgelegd dat deze vrijdag de dertiende blijkbaar de dag was dat al het ongeluk van de wereld aan mij toebedeeld zou worden. Niet aan zomaar iedereen, maar specifiek aan mij dit jaar. Geweldig.

"En waarom moest ik van jou dan persé komen werken May?" vroeg ik, terwijl ik probeerde een stapel van de stoffige boeken op de grote leestafel midden in de winkel te verplaatsen naar de even stoffige kist waar May ze duidelijk uit had gehaald. "Had ik dan niet veel beter veilig in bed kunnen blijven liggen, met de dekens over mijn hoofd getrokken, tot vandaag weer voorbij is?" May barstte in lachen uit, alsof ik iets had gezegd dat zo dom was dat zelfs zij het haast niet kon geloven. Mijn blik dwaalde af naar de felgekleurde paarse sjawl die ze vandaag had gebruikt om haar even felgekleurde bos rode krullen te bedwingen. Zoals altijd wisten een groot deel van die krullen te ontsnappen, waardoor May rondliep met een ingewikkelde toren stof en haar.

De sjawl vloekte, zoals gewoonlijk, ook gruwelijk met de jurk die ze die ochtend zo te zien haastig had aangetrokken. Een van de bandjes van het mosterdgele geval zat gedraaid, en de onderkant van de rok zat half in de cowboylaarzen die ze eronder aan had. Ik kon het niet laten om te grinniken over de potsierlijke outfit, maar moest toch toegeven dat May er in ieder geval uitzag alsof ze zich op haar gemak voelde in haar kleren. Dat kon inmiddels niet meer over mezelf gezegd worden. Peinzend keek ik naar beneden naar mijn doorweekte blauwe shirtje en net zo doorweekte jeans. Gelukkig lag er in de achterkamer vast een verdwaalde trui die ik zou kunnen aantrekken, dat was het voordeel van de onofficiële gevonden voorwerpen balie zijn van een universitaire campus.

"Welkom bij Gevonden Voorwerpen. Mijn naam is Rissa. Kijk vooral rustig rond, en als je vragen hebt, kom vooral even langs!" begroette ik een klein halfuurtje later een verward uitziende student. Ik nam tenminste voor het gemak maar aan dat het een student was. Aan de laptoptas en universiteitstrui te zien, was dat een veilige gok. De student in kwestie leek verbaasd te zijn een boekenwinkel binnen te zijn gestapt. Geen vreemde reactie, aangezien verreweg het grootste deel van de mensen die 'Gevonden Voorwerpen' binnenstapte, dacht bij de gevonden voorwerpen-balie van de universiteit uit te komen. Stiekem vervloekte ik May en haar vreemde humor.

Het starten van een boekenwinkel aangrenzend aan een universiteitscampus was geen slecht idee. Je winkel 'Gevonden Voorwerpen' noemen terwijl je naast een campus en ziekenhuis lag was echter geen geweldig idee in mijn ogen. Ik werkte hier ondertussen al bijna drie jaar na de dood van mijn ouders. Studeren was geen optie geweest voor mij na hun dood, dus toen May vroeg of ik haar wilde komen helpen in de winkel had ik geen moment getwijfeld om ja te zeggen. Nu moest ik echter wel elke dag de vreemdste voorwerpen aannemen van de studenten en ziekenhuisbezoekers. Het universiteitsbestuur had May na de eerste klachten over de vindbaarheid van hun eigen gevonden voorwerpenbalie gesmeekt om deze taak op zich te nemen. Stiekem dacht ik altijd dat dat ook het doel van May was, want die vond het heerlijk om tussen de gevonden voorwerpen te snuffelen.

Linqy

"Is hier..kan ik hier ook de gevonden voorwerpen vinden?" bevestigde op dat moment de binnenkomer mijn vermoeden. Hij stond een beetje verloren voor de grote leestafel die nog steeds torenhoog volgestapeld lag met de boeken die May op haar laatste kooptocht gescoord had. Glimlachend wees ik naar het bordje 'Heeft u iets gevonden of verloren op de campus of op het ziekenhuisterrein – laat het achter bij de kassa." dat prijkte op de muur. Daarna wees ik naar eenzelfde bordje dat verstopt achter een stapeltje tijdschriften naast de schaal met muffins stond. "Ja hoor, ben je iets verloren of heb je zelf iets gevonden?" vroeg ik hem vriendelijk, terwijl hij zichtbaar opgelucht naar de kassa stapte.

Hij diepte vervolgens uit de laptoptas die hij bij zich had een duur uitziend horloge op. "Het is een Rolex. Denk ik. Ik weet niet of ie echt is. Maar hij lag in collegezaal 14 na mijn college Inleiding in de Psychologie." Mompelde de jongen terwijl hij het ding op de balie liet vallen. Hij leek nogal opgelucht te zijn toen ik hem vertelde dat hij geen formulieren of iets dergelijks hoefde in te vullen. "Dus ik kan hem hier gewoon laten? Ik bedoel, ik heb niet zo'n zin om er mee naar het politiebureau te moeten ofzo." Ergens verbaasde het me wel, iemand die al de moeite nam om iets dat ze hadden gevonden af te komen geven was meestal erg trots op zichzelf. Zeker als het iets was dat potentieel meer waard was dan de meeste dingen hier in de winkel. "In principe komt het gewoon tussen de rest van de gevonden voorwerpen." Legde ik uit, terwijl ik met een zwaaiende arm gebaarde naar de rommelkamer achter de kassa. Die lag inmiddels volgestouwd met kartonnen dozen.

Dozen gevuld met gevonden sjaals, wanten en mutsen. Dozen gevuld met laptophoezen, telefoonbeschermers en lege tassen. En dan waren er nog de planken aan de muur waarop we de duurdere vondsten bewaarden. Mensen vergaten werkelijk alles, dus de planken lagen vol met iPads, mp3-spelers en andere muziekgadgets. Er stond een gigantische bak vol paraplus en verschillende mandjes vol met sleutels. Horloges hadden we ook te over, iets dat mij persoonlijk altijd verbaasde, want zoiets zit toch vast om je pols? "En als je wilt kun je over drie maanden nog even langskomen, want als ie dan niet opgehaald is mag je het als vinder houden. Misschien iets voor jou?" vroeg ik de jongen, die duidelijk veel liever gewoon weer weg wilde. Die knikte heftig van nee, en verdween na een korte groet weer door de deur naar buiten.

Inmiddels was de lucht buiten compleet opgeklaard en was de campus zonovergoten. Zoals het weerbericht ook had beloofd. Verlangend keek ik naar de zonnestralen die door de ruit van de winkel naar binnen vielen. Helaas deden die me er aan denken dat er nog veel moest gebeuren in de zaak, voordat het tijd zou zijn voor mijn eerste pauze. May was natuurlijk nergens meer te bekennen dus zette ik me zuchtend aan het werk. Eerst sleepte ik de drie tafeltjes met verschillende stoelen naar buiten. Dan konden lezers en klanten gezellig voor de winkel zitten terwijl May probeerde hun theekopjes te stelen om de bladeren te lezen. Iets dat ik meestal gelukkig op tijd wist te voorkomen. Daarna haalde ik de grote tafel leeg van de nieuwe aanwinsten, en zorgde ik ervoor dat de kist met stoffige boeken voor het moment even naar de achterkamer verplaatst werd.

Nieuwe boeken kwamen om de haverklap binnen, soms omdat ik (of May) ze besteld had, maar meestal wanneer May een weekend compleet los was gegaan op de een of andere obscure markt ergens in een dorpje dat niet eens op de meeste kaarten vermeld zou staan. De boekenwinkel was van May zelf, dus erg strict werden de zaken duidelijk niet gerund. Dat betekende dat de nieuwe boeken vaak gewoon op de planken eindigden, zodat ik noch May nog wisten van hun bestaan. Dan kwamen klanten aanzetten met een juweeltje van een boek waarvan wij niet eens wisten dat we het hadden. Geweldige situaties, die 'Gevonden Voorwerpen' in mijn ogen juist maakten tot het succes dat het was. Want ondanks de georganiseerde chaos, en gekte die tante May altijd omringde, liepen er de hele dag door klanten binnen. Afgewisseld met bezoekers die iets verloren waren, of juist gevonden hadden.

Toen de winkel er eindelijk weer een beetje toonbaar uitzag en ik zonder verdere ongelukken de achterkamer had opgeruimd, kon ik eindelijk tijd maken voor een nieuwe kop thee en nog een van de overheerlijke muffins. Die waren overigens stukken lekkerder wanneer je niet bijna stikte in je eerste hap. Pas nadat ik me had geïnstalleerd aan een van de tafeltjes voor de winkel, aangezien er toch geen klanten waren op dat moment, kwam May weer tevoorschijn.

"Rissa. Lieve, lieve Rissa." Begon ze met het honingzoete stemmetje dat ik inmiddels angstaanjagend goed kende. "Nee. ECHT niet. Niet vandaag May!" prostesteerde ik direct, terwijl ik mijn hand over de kop thee voor me op het tafeltje klemde. "Het maakt me niet uit wat je denkt te hebben gezien, of weten May. Ik wil het niet hebben!" Niet dat het uitmaakte, want zelfs toen ik mijn stoel zo ver mogelijk van May wegschoof bleef ze me aanstaren. "Rissa, het is vrijdag de dertiende. Vandaag is het niet jouw dag. Laat me je kopje zien en dan kan ik je misschien al waarschuwen voor wat er nog moet komen!" kirde May terwijl ze reikte naar het kopje.

Mijn stoel begon al lichtjes te kantelen op twee poten terwijl ik zo goed en zo kwaad als het ging verder bij May weg probeerde te komen. Helaas voor mij was May af en toe net zo doeltreffend als een hittezoekende raket, zeker wanneer ze haar zinnen ergens op gezet had. May las te pas en te onpas kopjes theebladeren. Meestal waren onwetende klanten de slachtoffers, wanneer die hun kopje onbewaakt achterlieten. Erger waren de dagen dat May hun kopjes pas te pakken kreeg na het vertrek van de betreffende klanten. Het was al eerder voorgekomen dat tante May gillend en met schuddende rokken de winkel uit was gerend, om haar voorspelling te doen aan een klant die hier absoluut geen interesse in had. Al kreeg ik, terugkijkend in het verleden, verder nooit klachten nadat May bezig was geweest.

Pas een keer eerder had May mijn theebladeren willen lezen. Dat was in de eerste week na de dood van mijn ouders, en ik was toen een heel stuk minder erg aan haar gewend. Een jong meisje op die manier confronteren met de 'hoogte' van je tantes gekkigheid was niet het beste idee geweest in die tijd. Ik kon me nog herinneren dat ik die week bijna volledig op mijn kamer had doorgebracht, ondanks May's voorspelling dat we in de toekomst "ontzettend veel tijd samen zouden gaan doorbrengen.". Pas nu besefte ik hoe waar die woorden waren geweest, want na drie jaar in 'Gevonden Voorwerpen', zij aan zij met tante May, moest ik toegeven dat de theebladeren toen niet gelogen hadden.

Dat betekende echter niet dat ik wilde dat ze juist nu, op deze dag, me even zou vertellen wat me te wachten stond. "Tante May. Ik zeg nee. Ik moet nee zeggen. Er worden hier vandaag geen theebladeren gelezen!" probeerde ik nogmaals, terwijl ik inmiddels mijn thee probeerde recht te houden terwijl mijn stoel volledig op twee poten balanceerde. May reikte nogmaals naar het theekopje, maar toen ik probeerde net ietsje verder weg te kantelen kwam ik onprettig in aanraking met de werking van de zwaartekracht. Ik voelde wat er ging gebeuren voor het daadwerkelijk gebeurde, maar toen de poten van de stoel volledig onder me vandaag schoten was er toch niets dat ik kon doen. Het enige dat ik nog zag voordat ik onzacht met het trottoir in aanraking kwam was May, die behendig het kopje ving dat ik tijdens mijn val in de lucht had gegooid.

Linqy

Hoofdstuk 2 - ???

"Rissa. Rissa, doe je ogen eens open." Waren de eerste woorden die ik hoorde toen ik langzaam mijn oogleden probeerde van elkaar los te maken. Een onverklaarbare hoofdpijn zorgde dat ik daar eigenlijk weinig zin in had, en ik kon niet laten om met mijn hand richting de plek te gaan waar de pijn zich centreerde. Recht boven mijn wenkbrauw leek een timmerman namelijk los te gaan op mijn voorhoofd. "Oh. Nee. Laten we dat even niet doen mevrouwtje." Onderbrak een diepe stem me, terwijl een warme hand zich om mijn pols sloot. "Ik denk niet dat je daar nu aan wilt zitten." Ging diezelfde stem verder, terwijl ik voorzichtig omhoog werd geholpen. Ergens wilde ik protesteren, maar een golf van duizeligheid voorkwam dat. Rechtop zittend werd de wereld in ieder geval een stuk duidelijker en kon ik bevatten wat er precies was gebeurd. Ik zat op de stoep voor 'Gevonden Voorwerpen', waar een groepje omstanders zich inmiddels gevormd had om te kijken naar...nouja...naar mij. Geweldig.

"Ahh, zie je nou wat je gedaan hebt May? Waarom kun je toch niet gewoon een nee accepteren." Mompelde ik, terwijl ik nogmaals een poging deed om aan mijn gezicht te voelen. Ook nu werd mijn pols weer onderschept. Ditmaal had ik echter de kans om te zien wie me tegenhield, maar op het moment dat ik zoekend naast me keek, wenste ik dat ik dat niet had gedaan. "Ik denk niet dat je in het vervolg moet proberen te vluchten voor je tante terwijl je op een stoel zit. Denk ik. Die komen meestal niet zover." Suggereerde diegene, terwijl ik verwoed probeerde niet te staren. Donkere haren vielen half voor zijn gezicht, maar verborgen niet dat een paar felgroene ogen me onderzoekend aankeek. En de mond die die, overigens erg ware, woorden had gesproken. Volle lippen waarachter een spottend lachje en perfecte tanden schuilgingen.

"Goh, wat een geweldige observatie. Ik zal er de volgende keer aan proberen te denken wanneer ik probeer te ontkomen aan monsterlijke tantes die het woord nee niet kennen." Reageerde ik gepikeerd terwijl ik vastbesloten wegkeek. Gelukkig leken de omstanders en tante May niets gezien te hebben van mijn staarsessie. Nu probeerde ik voorzichtig mezelf omhoog te duwen, want op de grond blijven zitten terwijl iedereen me aanstaarde was ook niet je van het. "Een stoel is overigens niet mijn normale vluchtmiddel naar keuze." Mompelde ik, terwijl ik de betreffende stoel een schop verkocht. Verrader, dacht ik, terwijl ik rondkeek op zoek naar het theekopje waar de hele valpartij mee begonnen was. Mijn hoofd voelde echter nog vreemd aan, en toen ik snel ronddraaide om de kopjesdief te vinden, was mijn hoofd het daar dan ook niet mee eens.

Gelukkig kon ik ditmaal de verraderlijke stoel bereiken, die me redde van een tweede val op de grond. "Oh. Dat ging niet helemaal zoals gepland. Heeft iemand.. heeft iemand van jullie mijn tante gezien?" vroeg ik, terwijl de betweter weer voor me knielde. Voorzichtige vingertoppen voelden boven mijn wenkbrauw en zachtjes aan mijn achterhoofd dat bij nader inzien eigenlijk net zo veel pijn deed. "Rustig aan doen is niet echt je ding, of wel? En al denk ik niet dat je hechtingen nodig hebt, lijkt het me wel verstandig om even te blijven zitten in plaats van een klopjacht voor je tante te beginnen." Zei hij, terwijl ik probeerde om mijn ogen niet over zijn gezicht te laten dwalen als een van die kleffe meisjes in de romantische boeken van het achterste schap. Dat was erg moeilijk, want zijn stem ging goed samen met de beweging van zijn lippen, en het spottende lachje weerspiegelde ook in zijn ogen als hij sprak.

"Tuurlijk. En jij bent vast een dokter, dus kan ik maar beter luisteren als ik niet spontaan dood wil neervallen, of niet?" zei ik mokkend, terwijl ik ongeduldig zijn hand wegsloeg toen ik voor de derde keer wilde ontdekken hoe mijn gezicht eraan toe was. Daar had ik meteen spijt van toen ik mijn vingertoppen, nu onder het bloed, terugtrok van wat een best grote wond boven mijn wenkbrauw bleek te zijn. "Stoelpoten zijn niet erg vriendelijk wanneer je ermee in contact komt. En nee, ik ben geen dokter. Tenminste, nog niet." Hoorde ik terwijl ik druk probeerde mijn hand schoon te vegen. Niet alsof dat een succes was. Geweldig, een dokter in opleiding en een leger aan omstanders die me konden uitlachen terwijl May er met mijn theebladeren vandoor was. Mijn dag kon al niet meer stuk.

"Nou, bijna-dokter. Dan zul je me moeten excuseren, want rust of niet...mijn tante moet er toch echt aan geloven."  Ik haastte me na die uitspraak naar binnen op een tempo dat mijn hoofd acceptabel vond. Pas toen de winkeldeur achter me dichtviel, en de menigte voor de deur in rap tempo oploste, durfde ik diep adem te halen. "Tante May. Ik weet dat je hier bent. En ik hoop dat je een berg excuses klaar hebt nadat je ziet wat je met mijn gezicht hebt gedaan!" riep ik de lege winkel in. May was nergens te bekennen. De mogelijkheden waren op zich vrij beperkt. 'Gevonden Voorwerpen' was geen grote winkel.

Het winkeltje had een open ruimte die je binnenstapte zodra je over de drempel kwam. Een grote leestafel met zes verschillende stoelen stond aan de linkerkant van de ruimte. Momenteel was de tafel nog steeds vrij volgestapeld met allerlei overgebleven boeken van May's kooptocht, maar normaliter stonden er alleen theebenodigdheden en versgebakken muffins of koekjes op. Langs de muur waren verschillende tijdschriftenrekken die meestal vrij leeg waren, of gevuld met tijdschriften over breien en andere hobby's die toch nooit iemand wilde hebben. De rechterkant van de ruimte werd hier ingenomen door de gigantische rustieke kruideniersbalie die bij ons dienst deed als kassa. Het muurmeubel erachter was vol van de typische vakjes die ooit gevuld zouden zijn met kruiden, potten en andere winkelrotzooi. Bij ons stonden hier de speciale boeken in uitgestald die May tegenkwam op haar weekendjes. Eerste edities, gesigneerde boeken. Alles dat normale kopers niet direct interessant vonden. Naast deze kast was de deur naar de kleine rommelkamer die ook dienstdeed als opslagplaats voor de gevonden voorwerpen. Daar was na korte inspectie echter geen May te bekennen.

De rest van de winkel bestond uit grote boekenkasten die van de linkermuur bijna helemaal tot aan de rechtermuur liepen. Genoeg ruimte om comfortabel te lopen neuzen, of om met enige moeite met twee mensen langs elkaar te lopen. De kasten reikten tot het plafond, waardoor wij als beheerders vaak als stalkers onze klanten achterna moesten lopen, want zodra ze achter een van de drie rijen kasten verdwenen, waren ze niet meer te zien. Al hadden we in alle jaren dat ik hier werkte nog nooit een diefstal gehad. Boeken waren blijkbaar niet heel erg gewilde objecten voor dieven. Achter de kasten was de deur naar de achterliggende ruimtes. Ik noemde het altijd de achterkamer, maar dat was niet helemaal correct. Ja, er was een achterkamertje, dat we als keuken gebruikten en waar May haar overheerlijke baksels maakte. Er was echter ook een klein (moes)tuintje, en een trap naar het bovenliggende appartement. Een appartement waarvan May graag wilde dat ik er ging wonen, maar dat op dit moment nog absoluut niet bewoonbaar was. Toen ook het achterkamertje leeg bleek te zijn moest ik echter wel de trap trotseren. Dus hees ik mezelf met tegenzin de gietijzeren wenteltrap op, langzaam, om te voorkomen dat ik weer naar beneden donderde.

Linqy

Eenmaal boven aangekomen zag ik May direct. Ze zat midden op de vloer van wat ooit een woonkamer moet zijn geweest. De benen gekruist, en mijn theekopje stevig in haar handen geklemd terwijl ze geconcentreerd naar de blaadjes op de bodem staarde. Ze had me niet eens boven horen komen, bleek wel toen ze pas opschrok toen ik pal voor haar stond. Ik zag hoe haar ogen van het kopje naar mijn voeten dwaalden, en toen verder omhoog tot aan mijn gehavende gezicht. "Rissa, je gezicht. Ik had niet gezien dat je zo hard viel!" begon May zich direct te verontschuldigen terwijl ze het kopje voorzichtig aan de kant zette. Zo voorzichtig zelfs dat het wel leek alsof het een dierbaar erfstuk was, in plaats van een van de goedkope kopjes die ze ergens bij een rommelmarkt op de kop had getikt. "Maar de thee. Ik moest je kopje lezen, dat moest gewoon!" ging ze direct verder, zonder mij de kans te geven om uit te barsten in een woedende preek die niet echt paste bij een nichtje dat tegen haar tante praatte.

"Ik hoop dat je blij bent. En nee. Ik wil geen woord horen over wat je zogenaamd in dat stomme kopje hebt gezien." Gilde ik toen ik zag dat May wilde gaan uitleggen wat ze had gezien. Terwijl ik furieus gebaarde naar de wond op mijn voorhoofd, voor het gemak maar even vergetend dat ook mijn achterhoofd het zwaar te verduren had gehad, schopte ik zo hard ik kon tegen het theekopje waar dit alles mee was begonnen. Die spatte in een regen van porselein uit elkaar tegen de dichtstbijzijnde muur, waardoor May en ik allebei ons helemaal lam schrokken. "Ok. Dat was niet helemaal de bedoeling." Begon ik, terwijl ik de giechel probeerde te onderdrukken die langzaam opborrelde in mijn borst. Ik had geen enkele kans, want toen ik de komische grijns op het gezicht van tante May zag kon ik me niet langer inhouden. Lachend zakten we tegelijk neer op de vloer van het leegstaande appartement terwijl we keken naar de scherven van het kopje. "Arm arm kopje. Alsof die er iets aan kon doen." Hikte May, terwijl ze een scherf oppakte en rond liet draaien in haar handen. Tranen stroomden over haar wangen, net zoals bij mijzelf. Ik moest inmiddels zo hard lachen dat ik mijn hoofd bijna vergeten was, totdat het moeilijk werd om adem te halen en een straaltje bloed langzaam mijn wenkbrauw indrupte.

"Oh tante, wat doe je me toch altijd aan!" gierde ik, terwijl ik opstond en haar mijn hand bood. May liet zich omhoogtrekken, en samen lieten we de scherven voor wat ze waren. De wenteltrap was naar beneden nog een stuk enger dan omhoog, maar we kwamen veilig beneden ondanks het feit dat het blijkbaar vrijdag de dertiende was. May probeerde niet één keer om te beginnen over wat ze gezien had, dus ik hoopte dat na mijn kleine uitbarsting de kous daarmee af zou zijn. Dat dacht ik tenminste, voordat mijn blik viel op een gestalte die nonchalant zat op een van de stoelen bij de leestafel. Lange benen uitgestrekt voor zich, en verdiept in een tijdschrift over de kunst van het bloemschikken, zat daar mijn mysterieuze redder en bijna-dokter. De kruimels op de tafel verrieden dat ook hij de muffins niet had kunnen weerstaan. Dat kon ik hem niet eens kwalijk nemen.

"Wat doe jij nog hier?" vroeg ik, bijna bot. Dat besefte ik pas toen een van zijn wenkbrauwen zich vragend omhoog krulde. Wie kon er nu tegenwoordig nog een wenkbrauw op zo'n manier optrekken vroeg ik me bijna hardop af. Ik kon zelf niet eens verklaren waarom ik het zo  ongeduldig zei, en toen May bijna tegen me opbotste om te kunnen zien tegen wie ik het had, stapte ik gewillig opzij.
"Nou. Ten eerste wilde ik graag zien of je je tante niet daadwerkelijk zou vermoorden nadat je zo plotseling wegstormde. En ten tweede...voordat ik jou moest redden van de aanval van die verschrikkelijke stoel buiten, was ik eigenlijk op weg hiernaartoe." zei bijna-dokter, terwijl hij langzaam opstond. "Ik ben namelijk iets verloren. En ik hoorde dat gevonden voorwerpen hier vaak terecht kwamen?" zijn vragende blik maakte duidelijk dat hij weinig hoop had op een bevestigend antwoord.

Mijn lippen functioneerden echter plotseling niet meer naar wens, waardoor ik hem niet het antwoord kon geven dat ik wilde, en in plaats daarvan iets stamelde dat alleen maar verstaan kon worden als "ja, voorwerpen..hier..gebracht...door mensen" Gelukkig was tante May nog wel in staat om normaal te communiceren. "Oh, tuurlijk, volg mij maar even meneer..." "Noem me maar Finn." "Oh, Finn, prachtige naam. Nou ik ben Mayflower – maar jij mag wel May zeggen. Volg mij maar. En dan kun je me precies vertellen wat het is dat je verloren bent." Tetterde May terwijl ze Finn bij de arm greep en meetroonde naar de rommelkamer achter de toonbank. Zuchtend liet ik me ondertussen neervallen aan de leestafel, niet wetend hoe het kwam dat mijn mond plotseling een eigen wil leek te hebben. Ik schoof het maar direct af op het feit dat ik dubbel hoofdletsel had opgelopen in het afgelopen uur, niet op het feit dat deze Finn me compleet uit mijn normale doen haalde.

"jij mag wel May zeggen." Mompelde ik meesmuilend, terwijl ik nors een van de boeken oppakte die nog op de tafel lag. Toen dat echter een goedkoop romannetje bleek te zijn, wist ik mezelf bij elkaar te rapen. "May. Ik ga naar huis als je het niet erg vindt. Mijn hoofd voelt aan alsof het kan ontploffen, en je kunt de winkel vandaag vast alleen aan." Riep ik in de richting van het achterkamertje. Ik boog over de kassa om mijn tas te pakken, en vluchtte zonder te wachten op antwoord de winkel uit. Pas toen ik op veilige afstand van de winkel was besefte ik dat mijn fiets nog thuis stond, en dat ik het eind dus zou moeten lopen. "Geen probleem Rissa. Je bent vanochtend ook lopend gekomen. En je hebt vast al je pech voor deze vrijdag wel gehad." Zei ik streng tegen mezelf terwijl ik de wandeltocht naar huis begon. Ik wist dit keer mijn appartementje te bereiken voordat ik onder een vallende piano belandde, en ditmaal kwam ik zelfs droog aan. Geen vreemde stortbuien die een anders prachtige dag opeens onderbraken. En belangrijker nog, geen Figgins op mijn schouder...en geen Finn.

Linqy

Hoofdstuk 3 -??

Een kort tochtje naar de badkamer vertelde me dat ik eruitzag alsof een slager zich had uitgeleefd op mijn gezicht. Mijn haren waren aan de rechterkant van mijn gezicht samengekoekt in een warrig soort vogelnest, op de plaats waar het bloed uit mijn voorhoofd mijn haar in was gelopen. Ook mijn achterhoofd had gebloed, merkte ik toen ik ook daar een aangekoekte klomp haar tegen kwam. En dan had ik het nog niet eens gehad over het bloed dat nog op mijn gezicht zat. Ik zag eruit als een of andere zombie uit een slechte B-film, met een wit weggetrokken gezicht en bloedresten overal. Een zucht van frustratie ontsnapte me, terwijl ik de twee kranen van mijn bad opendraaide.

Dit bad was de reden dat ik dit verschrikkelijke studioappartementje überhaupt had aangenomen vorig jaar. Een badkuip in plaats van de miezerige douche die andere studio-appartementjes vaak hadden. Samenwonen met May was verschrikkelijk geweest, zeker voor een zestienjarige die net haar ouders was verloren. Niet alleen zaten we elkaar dan ook na het werk nog elke minuut van de dag op de lip, ook liet het mens alles overal slingeren. En dan had ik het niet over normale voorwerpen, maar over dingen als tarotkaarten, materialen voor dromenvangers en andere rotzooi. Daarbij maakte tante er ook nog eens een gewoonte van om zich met alles dat ik deed te bemoeien. Dus was ik zo snel mogelijk nadat ik 18 was geworden op zoek gegaan naar een eigen plekje. Zo kon ik het tenminste gooien op volwassen worden, en mijn eigen weg willen zoeken, in plaats van vluchten voor mijn tante.

Terwijl het bad volliep, plunderde ik de keukenkastjes. Een zak chips en een fles cola waren de gelukkigen en werden meegesleept de badkamer in. Ik zou in bad gaan, met een slecht boek en nog slechter voedsel, en al dat bloed wegspoelen. May snapte niet dat ik kon eten in bad, maar ik vond zelf niks zo heerlijk als een uur of twee weken in prikkend heet water, met een boek dat je normaliter nooit zou lezen. De keuze voor een boek was ook snel gemaakt. Vandaag was echt een dag voor licht vermaak, dus dook ik in bad met mijn favoriete slechte romannetje. 'Als een roos in de storm.'

Het water was precies zoals ik het lekker vond, gloeiend heet en heerlijk geurend naar de kokos olie die ik erin gegooid had. De bubbels kwamen zo hoog dat ik mezelf helemaal kwijt zou kunnen raken als ik niet uitkeek. Centimeter voor centimeter liet ik me langzaam in het bad zakken. Pas toen het water steeds meer van mijn lichaam te pakken kreeg besefte ik op hoeveel plaatsen ik bont en blauw was door de val eerder die dag. Niet alleen hadden mijn billen het al zwaar te verduren gehad na de aanval van de wekker, ook bij de latere val waren ze er niet helemaal onbeschadigd uitgekomen. Ook op mijn enkels had ik flinke schaafwonden, net als op mijn handpalmen. En dan was er natuurlijk nog mijn gezicht en achterhoofd. Die durfde ik echter niet zomaar onder water te laten zakken.

Ik koos ervoor om met een zacht washandje het grootste deel van het bloed weg te poetsen terwijl ik de rest van mij in het heerlijke water liet zakken. Het duurde een tijdje voordat mijn lichaam genoeg gewend was om echt te kunnen genieten van mijn bad, en al die tijd raakte ik mijn meegesleepte voorraden niet aan. Toen ik bijna in begon te slapen hees ik mezelf rechtop en begon ik aan de zak chips terwijl ik de fles cola aan mijn lippen zette. *BONKBONK* weerklonk keihard gebons net toen ik een slok wilde nemen. Proestend liet ik van schrik de cola vallen, waardoor de fles open in mijn bad belandde. Natuurlijk kreeg ik de direct glibberig geworden fles niet direct te pakken waardoor mijn hele bad plotseling naar cola rook. Ook plakte ik opeens overal, terwijl een nieuwe rits bonken ervoor zorgde dat ik zo goed en zo kwaad als ik kon uit het bad klauterde.

"RISSA! Open deze deur onmiddellijk!" hoorde ik de kenmerkende stem van May. Zo praatte ze alleen als ze heel erg boos, of heel erg in paniek was. Wanneer May zo klonk was er geen enkele mogelijkheid om haar te negeren. Ze zou daar op die deur staan rammen totdat ik hem openmaakte, al moest ze hem uit zijn voegen slaan. Ik vervloekte May grondig terwijl ik een van mijn badhanddoeken om me heen wikkelde. Gelukkig was mijn haar nog droog, op de aangekoekte resten bloed na. Ik liet een spoor van natte voetstappen achter terwijl ik me naar de deur haastte die nog een reeks onsubtiele rammen moest doorstaan. "IK KOM AL!" riep ik, hopend dat niet de hele verdieping inmiddels was uitgelopen om te kijken wat er aan de hand was. Nieuwsgierige buren had ik niet echt, maar met zo'n lawaai zou elk normaal mens wel even een kijkje komen nemen vermoed ik.

Ik trok de deur open en kon nog net zien hoe May haar handen liet vallen die al geheven waren om een volgende salvo los te laten op de deur. Ze was echter niet alleen gekomen, bleek wel weer toen mijn ogen op juist degene vielen voor wie ik de winkel was ontvlucht. Finn. Ik kreeg echter niet de kans om iets te zeggen voordat ik besefte dat ik gehuld in slechts een handdoek in de deuropening stond. Finns ogen dwaalden als vanzelf over mijn lichaam en een spottend lachje trok zijn lippen lichtjes omhoog terwijl hij waarderend toekeek.

Stamelend maakte ik me uit de voeten, terug mijn appartement in. "WAT DE...MAY...WAT IN GODSNAAM!" gilde ik terwijl ik de badkamer wist te bereiken. Ik knalde de deur harder dicht dan nodig, en deed er voor de zekerheid zelfs het slot op dat ik nog nooit eerder had hoeven gebruiken. Een blik in de spiegel liet zien aan welke gruwelijke nachtmerrie ik nu bezig was. Ja hoor, mijn haar zat zo mogelijk nog verschrikkelijker dan voordat ik bad was gestapt. Mijn gezicht, al was het nu schoner, was inmiddels compleet rood aangelopen van schaamte. De handdoek bedekte verder alleen maar de delen die echt bedekt moesten worden, mijn benen en schouders waren gruwelijk onbedekt geweest voor de blikken van May en Finn. "Fuck fuck fuck." Gromde ik terwijl ik me furieus probeerde af te drogen.

Mijn hele lichaam voelde echter plakkerig aan door het colawater, en ik durfde te zweren dat ik zelfs naar cola rook. May had mijn aftocht echter niet zomaar op zich laten zitten en bonkte nu net zo hard op mijn badkamerdeur als dat ze net op de voordeur had staan slaan. "Echt he Rissa, waarom moet je je nu zo aanstellen? Het is niet alsof je iets hebt dat we nog nooit hebben gezien. Toch Finn?" hoorde ik May zeggen, gevolgd door een typisch giecheltje dat ze normaal alleen gebruikte wanneer er mannelijke klanten in de winkel waren. Wacht eens even. Tante May? Was ze nou aan het flirten met die Finn? Wat gebeurde er hier? Wat deed hij hier überhaupt. Half afgedroogd trok ik de schone kleren aan die ik had klaargelegd toen ik in bad ging.

Linqy

"Wat is er mis met jou May, je kunt hier niet zomaar binnen onaangekondigd binnen komen stormen. En wie let er nu op de winkel? Je kunt de winkel toch niet zomaar achterlaten?" gilde ik, bijna hysterisch, door de badkamerdeur naar mijn tante die er nog steeds voor op wacht stond. Ik probeerde me te herinneren in wat voor een staat mijn appartement was terwijl ik zo goed en zo kwaad als het ging mijn haar uit de war probeerde te trekken. Dat mislukte natuurlijk gruwelijk, en ik bezorgde mezelf alleen maar een nog pijnlijker hoofd toen ik de aangekoekte knoop haar op mijn achterhoofd probeerde te ontwarren.

Toen mijn badkamerdeur weer trilde in zijn voegen gaf ik het maar gewoon op, en deed ik langzaam de badkamerdeur open. Ik keek recht in het gezicht van May, maar Finn was nergens te bekennen. Een snelle blik rond het appartement plaatste hem op de bank in mijn woonkamertje, waar hij zich had geïnstalleerd alsof hij dagelijks daar zat. "We moesten wel komen Rissa. Je was opeens verdwenen, en met jouw toestand...""Mijn TOESTAND? Waar heb je het nou weer over tante May?" onderbrak ik haar ongeduldig terwijl ik gebaarde naar Finn. "En waarom...als ik vragen mag...neem je HEM dan mee?" vroeg ik op een toon alsof ik sprak over een zak vuilnis. Geen idee waarom ik zoveel boosheid in dat ene zinnetje goot, maar alle frustratie moest opeens geuit worden leek het wel. "Finn hier bood heel galant aan me hierheen te rijden toen we erachter kwamen dat je zomaar was vertrokken. Iemand met hoofdletsel moet niet zomaar alleen blijven. Wat nou als je bewusteloos was geraakt en was verdronken in bad?" legde tante May uit, terwijl Finn me aankeek alsof ik van een andere planeet kwam.

"Oh natuurlijk. Logisch. En heeft Finn dan niets beters te doen? Als bijna-dokter moet je vast ergens zijn vandaag." Vroeg ik poeslief aan Finn. Die stond langzaam op van de bank. "Eigenlijk was ik toevallig net klaar voor vandaag. Nachtdienst gehad in het ziekenhuis, en toen was ik mijn horloge kwijt. Vandaar dat ik langs de winkel kwam. Precies op tijd om jou te redden.." "Redden.. pfah." Brieste ik, terwijl mijn hand onbewust naar het gat op mijn voorhoofd ging. "Geweldige redding. En gewoonweg top dat jullie me zomaar even overvallen terwijl ik thuis ben. Geweldig gewoon. Ik voel me zo veilig opeens." Ging ik verder.

Tante May stond me inmiddels aan te staren. Normaal was ik nooit zo gepikeerd en ik zou al helemaal nooit zo tegen haar uitvaren in het bijzijn van andere mensen. Maar vandaag was blijkbaar geen gewone dag, getuige alle gebeurtenissen tot nu toe. "Sorry. Mijn hoofd doet pijn, en ik had even tijd voor mezelf nodig. Dan staan jullie opeens als een SWAT-Team op de deur te rammen, moet ik uit mijn cola-bad vluchten...en ik wil gewoon graag alleen zijn." Legde ik mezelf uit terwijl ik tante May richting de deur begon te duwen.

"Cola-bad, Rissa liefje, weet je zeker dat alles goed is?" stamelde die, maar ze protesteerde verder niet toen ik haar de drempel over werkte. Toen ik me omdraaide stond Finn plotseling pal achter me, waardoor ik direct tegen zijn borst aanbotste. Die niet meegaf. Bijna viel ik weer achterover, maar dit keer hielden sterke handen me tegen. "Interessante keuze. Je ruikt inderdaad wel naar cola." Fluisterde Finn in mijn oor. Hij was snel voorovergebogen terwijl hij me rechtop hielp, en tante May hoorde geloof ik niet wat hij zei. Ik wist zelf niet eens zeker of ik het wel goed gehoord had, want de volgende second was hij langs me gestapt en waren zowel hij als tante May weer op de gang. "Rissa. Bel me vanavond. Nee, bel me straks. Anders sta ik hier straks weer op de stoep hoor." Zei tante May op de toon die geen tegenspraak duldde.

Ik probeerde Finn's blik te vermijden terwijl ik blozend beloofde een aantal keer te bellen vandaag. May liep richting het trappenhuis, waardoor ik alleen met Finn achterbleef. "Weet je. Normaal zou het wel zo aardig zijn om even dankjewel te zeggen voor de hulp." Zei die grijnzend. "Ja..nou...het is blijkbaar vrijdag de dertiende. Normale regels tellen niet." Reageerde ik, terwijl ik de deur tussen ons dicht liet vallen. Ik kon mijn lachje niet tegenhouden terwijl ik tegen de deur leunde. Een veilige barrière tussen mij en de twee idioten die net mijn bad hadden verpest. En eigenlijk had ik nog niet echt een idee waarom, want tante May had helemaal niet zo bezorgd geleken over mijn welzijn.

Linqy

Hoofdstuk 4 - ???

De bomen aan de zijkant van de weg flitsen voorbij. Ergens verbaast het me zelfs dat ik ze kan onderscheiden als bomen aangezien het verder pikkedonker is. Blijkbaar zijn de witte boomstammen voldoende, zelfs midden in de nacht. Ik laat me terugzakken tegen de achterbank en wil mijn ogen net sluiten wanneer ik besef dat de auto waar ik in zit net zo donker is als de rest van de wereld buiten het raampje. Ik kan de stoel voor me amper zien, laat staan dat ik weet wie er aan het rijden is. Mijn hart schiet in mijn keel precies op het moment dat de banden van de weg afschieten.

Een gil blijft steken terwijl de neus van de auto met een klap iets raakt. Ik hoef niet te zien wat we hebben geraakt om te weten wat er gebeurd. Ik voel mezelf stilvallen terwijl de eerste golf met water over mijn voeten rolt. Ademhalen is niet langer mogelijk wanneer ook mijn zijraampje het begeeft en een ijselijk gegil de tot dan toe vreemde stilte verbreekt. Mijn hart breekt opnieuw wanneer ik de stem herken als die van mijn moeder, gevolgd door de diepe bas vol pijn van mijn vader. Ik kan pas weer bewegen wanneer het water al tot aan mijn kin staat, al weet ik dat het dan veel te laat is. Wanhopig probeer ik mezelf uit het zijraampje te wringen, wetend dat een grote glasscherf zich op dat moment in mijn heup zal boren. Ik voel de pijn zelfs bijna niet eens dit keer, terwijl ik panisch probeer los te komen.

Mijn longen lijken elke seconde te kunnen barsten, maar nog steeds zit mijn onderlichaam gevangen in een steeds dieper zinkende auto. Ik draai me zo goed en zo kwaad als het kan om, hopend mezelf op die manier te kunnen bevrijden. Het enige dat ik echter bereik is dat ik zo de lijkwitte hand van mijn moeder zie, gedrukt tegen het raampje aan de passagierskant. Sterke armen sluiten zich op dat moment om mijn bovenlichaam en trekken. Het scheurende geluid dat ik hoor zal vast mijn eigen vlees zijn, en volledig ingebeeld. Ik word weggetrokken met mijn ogen nog steeds op het raampje dat langzaam uit mijn zicht verdwijnt. Pas wanneer ik volledig boven water word getrokken herinner ik me dat ik hoor te ademen.

Proestend schiet ik omhoog, vechtend om terug het water in te komen. Dezelfde armen die me gered hebben houden me nu tegen. Gillend en schreeuwend schop ik om me heen, maar ontsnappen kan ik niet. Hardhandig, maar zonder dat het pijn doet, word ik teruggeduwd op de grond. Eindelijk kan ik zien welk monster voorkomt dat ik in het water duik. Felgroene ogen kijken me aan vol verdriet.
Finn. De naam kolkte rond in mijn hoofd terwijl ik rechtop schoot in mijn bed. Mijn handen gingen automatisch naar mijn voorhoofd toe, waar ik direct pijnlijk werd herinnerd aan wat er eerder die dag was gebeurd.

"Lang geleden, Rissa." zei ik tegen mezelf terwijl ik probeerde de slaap uit mijn ogen te wrijven. Mijn hele lichaam was nog steeds gespannen als in de nachtmerrie. Ik kon mezelf niet zomaar dwingen niet meer te denken aan de beelden die nog op mijn netvlies gebrand stonden. Toch was de nachtmerrie dit keer niet als andere keren geweest. Ik droomde de eerste maanden na het ongeluk bijna elke nacht dezelfde nachtmerrie. Maar nooit, kwam de nachtmerrie verder dan het punt waar ik vast kwam te zitten in het raampje waar ik uit probeerde te ontsnappen. Ik kreeg destijds keer op keer te horen dat dit het punt was geweest waarop ik het bewustzijn had verloren. Dat dit het punt was geweest waarop de nachtmerrie voor mij voorbij was geweest omdat een dappere omstander het water in was gedoken. Het punt waarop de auto met mijn ouders inmiddels zo ver onder water was dat niemand hen meer kon bereiken – behalve de duikers die uiteindelijk hun lichamen moesten bergen.

Ergens geloofde ik de woorden nooit, want een deel van mij kon zich nog flarden herinneren van de pijn die ik voelde toen ik de eerste teug lucht binnenkreeg aan het oppervlak. Ik herinnerde me het schuren van het zand en de paniek die ik voelde toen ik werd tegengehouden. Dezelfde paniek die ik dit keer wel had mogen voelen. De nachtmerrie was terug. Het was al zeker een jaar geleden dat ik zo wakker was geworden. Langzaam zakte ik weer terug op mijn kussen, om er direct weer aan herinnerd te worden dat ook mijn achterhoofd nog heel erg gevoelig was. Een enkele traan ontsnapte aan mijn ooghoek en rolde langzaam langs mijn wang naar beneden terwijl ik een snik probeerde te onderdrukken. De wekker op het nachtkastje vertelde me dat ik in ieder geval vrijdag de dertiende waarschijnlijk wel zou overleven.

De 11:58 knipperde me felgroen tegemoet, en versprong al snel naar de 11:59 toe. "Een nachtmerrie, twee hoofdwonden en meer ongemakkelijke momenten dan menselijk mogelijk." Telde ik op terwijl ik terugdacht aan de afgelopen dag. "Laat vrijdag de dertiende maar lang wegblijven dit keer." Verzuchtte ik terwijl ik mijn benen uit bed slingerde. Een golf duizeligheid overviel me toen ik direct erna mezelf omhoogduwde, waardoor ik terug op bed belandde. Toen ik de tweede keer op probeerde te staan deed ik het rustiger, en wist ik de keuken veilig te bereiken. Ik wist pas waarom ik in de keuken eindigde toen ik besefte dat ik nog niks te eten had gehad die dag. Nadat ik ruw onderbroken was tijdens mijn badmomentje had  ik alleen nog even kort gedouched om van de cola-geur af te komen die om me heen hing. De chips had ik niet meer aangeraakt, en na twee telefoontjes om May te verzekeren dat ik nog leefde was ik al om acht uur in bed gedoken. Al na een paar pagina's lezen was ik in slaap gevallen, en de nachtmerrie was waarschijnlijk de enige reden dat ik niet door had geslapen tot aan de ochtend. Nu had ik echter ontzettende honger, en stond ik strak van de adrenaline.

De televisie protesteerde met het kenmerkende grijze beeld toen hij werd gedwongen om op te starten. "Je weet dat ik je ga vervangen he, rotding." Verwenste ik het oude geval, terwijl ik er een folder van de een of andere mediagigant naartoe gooide. Alsof een nieuwe televisie in het budget paste op dit moment. Een baantje in de boekenwinkel van je tante zorgde nu niet direct voor kapitaal op je bankrekening, was ik de laatste jaren achter gekomen. Toch zou ik niet snel iets anders gaan zoeken, besefte ik elke keer wanneer ik ontevreden was over mijn dagindeling. 'Gevonden Voorwerpen' was een thuis voor me geworden in de afgelopen jaren. Ik kende de winkel van binnen en buiten, door en door. Al zou ik vast niet alle nieuwe aanwinsten van May kunnen noemen wanneer het erop aankwam.

Zelf besefte ik ook wel dat ik, nadat ik de middelbare school maar amper had afgemaakt, weinig andere keus had. De dood van mijn ouders had ervoor gezorgd dat ik het laatste jaar maar amper door was gekomen. Een verdere studie leek alleen bestemd voor mensen van een andere planeet op het moment dat ik mijn diploma overhandigd kreeg. En toen tante May aanbood om me aan te nemen voor de winkel wilde ik niets liever dan ja zeggen en de verantwoordelijkheden van een leven als student ontduiken. Het eerste jaar was moeilijk geweest, maar zelfs ademen was in dat jaar al teveel gevraagd geweest. Het duurde echter niet lang voordat ik groeide in mijn rol als boekverkoper en winkelmedewerker. May was blij met het gezelschap en mij als trouwe afnemer van haar baksels. De klanten ook, want veel van de baksels mislukten gruwelijk, en met mij in de winkel was er ook iemand aanwezig die niet hun theekopjes op een onbewaakt moment probeerde te stelen.

Steeds vaker stond ik alleen in de zaak terwijl May boekenmarkten (en als je het mij vroeg: rommelmarkten) afstruinde op zoek naar nieuwe inventaris. Ze geloofde niet in het bestellen van boeken die mensen ook daadwerkelijk zouden willen kopen, dus liet ze dat deel van de winkel graag aan mij over terwijl zij zocht naar obscure titels waar niemand ooit van gehoord had. Ik zat zo na te denken over mijn dagelijkse bestaan in de winkel dat ik helemaal was vergeten om de lasagne uit de magnetron te halen. Iets waar ik door het schelle gepiep pas aan herinnerd werd toen het eigenlijk al te laat was. "Lekker. Lasagne alla schoenzool." Berispte ik mezelf terwijl ik het bord uit de magnetron haalde. Inmiddels was de tv in zoverre aangegaan dat ik een nutteloze documentaire kon aanzetten terwijl ik met tegenzin de lasagne opat. Langzaam maar zeker ontspande mijn lichaam zich weer, en voelde mijn nek niet langer alsof iemand me langzaam van achteren wurgde. Toch was het al twee uur toen ik het weer aandurfde om naar bed te gaan. Al die tijd had ik vermeden om te denken aan het vernieuwde deel van mijn nachtmerrie. Totdat ik mijn kussen raakte en felgroene ogen zich in de mijne boorden zodra ik mijn ogen sloot.