Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Golo's NaNo

Gestart door Golovior, 1 november 2009, 23:33:23

Vorige topic - Volgende topic

Golovior

Langzaam liep Thomas de trap af. De ontploffing die hij gehoord had moest wel heel wat magie met zich mee hebben gebracht. Heel de gang was donker, op de kleine licht gevende bol na, die boven zijn handpalm zweefde. Er kwam een zacht fluitend geluid vanaf en Thomas wilde niet dat het geluid harder zou worden, zodat hij mogelijke inbrekers nog verrassen met zijn aanwezigheid beneden. Toch was hij doodsbang voor wat hij beneden aan zou treffen, want door de ontploffing wist hij dat de personen die deze veroorzaakt hadden ook magie bezaten. Elke magie maakte geluid, zoals het licht scheen te fluiten en het vernietigen van dingen een ontploffing met zich mee bracht. Snel inspecteerde Thomas alle kamers in het huis, maar deze waren allemaal verlaten en precies zoals hij ze een paar uur eerder achter had gelaten. Toen hij er uiteindelijk zeker van was dat de boerderij volledig verlaten was, maakte hij de bol licht groter en stak daarmee de kaarsen in de kamer en de lantaarn op de veranda aan. Magie die hem op afstand wakker maakte had hij nog maar één keer eerder mee gemaakt en dat was toen er een lichtbol werd gecreëerd om het hele erf mee te verlichten. Het fluitsignaal was zo hard geweest dat hij nog maanden lang een fluitend geluid in zijn oren had gehad. Angst viel over Thomas. De lichtbol was nog redelijk onschuldig geweest ten opzichte van de ontploffing die hij zojuist had gehoord. Met groeiende angst stapte Thomas naar de voordeur en zette deze op een klein kiertje waar hij net doorheen kon kijken. Het zicht van wat hij buiten zag deed het bloed uit zijn gezicht doen trekken. Bijna de gehele veranda was verdwenen en het hele erf wat ervoor lag ook. In plaats daarvan lag er een groot ravijn wat helemaal doorliep tot aan de stad.
Vroeg in de ochtend stonden de oude benen van Thomas alweer langs het bed. Toen hij twee jaar geleden de ontdekking had gedaan dat zijn erf was veranderd in een ravijn had hij een deel van zijn mensen moeten ontslaan, al was dat voor die mensen zelf ook wel beter. Ze waren allemaal wel wat familieleden kwijt geraakt in de creatie van het ravijn, zoals het tegenwoordig werd genoemd. De werknemers hadden even aangedrongen om te mogen blijven werken, maar al snel hadden de mensen zelf ook gemerkt dat ze beter weg konden trekken van deze plek des onheils. Thomas was gebleven en had vanaf dat moment het kleine stukje land dat hij over had gehouden zelf onderhouden. Elk jaar had hij de winter met moeite overleeft met wat hij voor zichzelf achter had kunnen houden, vele boerderijen hadden veel land verloren en daardoor was er al twee jaar een groot te kort aan voedsel in de stad. Vandaag was het weer zover dat Thomas naar de markt ging om wat van het voedsel dat hij verbouwd had te verkopen. Toen hij zich had gewassen en aangekleed liep hij naar beneden. De zon stond nog laag, maar door de ligging van de boerderij was de gang wel redelijk goed verlicht. Beneden stond Thomas een grote verrassing te wachten. Toen hij de eerste deur open trok, de deur van de keuken, zag hij al meteen dat er mensen in het huis waren geweest. Sommige laatjes stonden nog half open en hier en daar was de inhoud van enkele laatjes over de grond uitgegooid, alsof de wezens iets zochten.
"Daar ben je dan eindelijk, oude man," sprak een jonge stem achter Thomas. Geschrokken draaide Thomas zich om en stond meteen al klaar om een lichtflits in het gezicht van zijn ongewenste bezoeker te gooien. Deze had hier echter op gerekend en de lichtflits die op de bezoeker werd afgestuurd kwam bijna dubbel zo hard terug in Thomas' eigen gezicht. Geschrokken over het effect van zijn spreuk viel Thomas achterover tegen de keukentafel en na de lichtflits werd alles zwart voor zijn ogen.
Langzaam opende Thomas zijn ogen weer en zag voelde dat hij weer in bed lag.
"Ahh, de oude man wordt wakker,"  zei de man weer. Opnieuw voelde Thomas de paniek toeslaan en wilde opnieuw zijn toevlucht zoeken tot de magie, totdat de onbekende man zijn gezicht liet zien boven het bed van Thomas. Het glimlachende gezicht van Robert keek naar hem neer en met knipperende ogen liet Thomas zijn handen weer zakken op het dekbed.
"Robert?" vroeg Thomas wat verbaast. "Ik dacht dat ik jou nooit meer zou zien na wat er hier twee jaar geleden gebeurt is."
"Dat dacht ik ook," antwoordde Robert met een trieste uitdrukking op zijn gezicht. "Ik had hier eigenlijk ook niet terug willen komen, maar het schijnt dat jij een boekje hebt waarin een verhaal staat over Luco."
"Wat moet jij met dat boosaardige wezen?" vroeg Thomas gealarmeerd.
"Ik niets. Maar Ida heeft wat plannen opgepakt die ze kosten wat het kost uit wil voeren en ik help haar daarbij." Even moest Thomas nadenken wie Ida ook alweer was, maar al snel had hij een beeld van haar. Lang zwart haar, slank en betoverend mooie blauwe ogen. Ze was iemand waar Robert een moord voor zou doen en Ida wist hiervan. Zo was het echter ook andersom. Robert had zelf korte zwarte haren, was gespierd door het werken op de boerderij en had diep bruine ogen.
"Wat weet je al van Luco?" vroeg Thomas donkerder.
"Genoeg om te weten hoe we hem in bedwang moeten kunnen houden," reageerde Robert zelfverzekerd.
"In bedwang moeten houden!? Niemand kan Luco in bedwang houden!"
"Rustig nu, oude man. Je moet nog even rustig aan doen na wat je net bij jezelf hebt gedaan."
"Ik heb niets bij mezelf gedaan. Jij kaatste hem terug, terwijl je wist dat het je niets kwaads zou doen!"
"Niets kwaads? Ik kan niet genoeg voorzichtig zijn tegenwoordig." Onderzoekend keek Thomas Robert in de ogen.
"Maar waar is dat boekje ergens?"
"Ik vertel je niets! Je zult dat boekje nooit krijgen." Er verscheen een gemene glimlach op het gezicht van Robert terwijl deze zijn mouwen opstroopte. Thomas probeerde uit bed te komen, maar merkte dat hij gevangen zat in een kist van vaste lucht. De wenkbrauwen van Thomas kwamen dichter bij elkaar toen hij Robert fronsend aankeek.
"Hoe?"
"Te hoog," was het enige wat Robert zei voordat hij de luchtvaste doos liet verdwijnen met een beweging van zijn arm en aanviel met een gloeiende bol. Elke keer als deze het lichaam van Thomas raakte werd het sissende geluid van de bol overstemd door het harde gegil van Thomas. Na elke aanraking vroeg Robert aan Thomas waar het boekje was en het duurde uit eindelijk niet erg lang voordat Thomas antwoord had gegeven op de vraag. Meteen vloog Robert de kamer uit om te kijken of het boekje er ook echt lag. Dat was de kans waar Thomas op gehoopt had. In zijn enthousiasme was Robert vergeten de kooi opnieuw over hem heen te plaatsen en nu kon hij door het raam naar buiten kruipen voordat Robert erachter kwam dat in de linnenkast in de logeerkamer alleen het bedlinnen lag. Zo snel als hij kon sprong hij uit bed en opende zo zacht mogelijk het raam.  Robert was ondertussen bezig met de linnenkast uit elkaar te halen aan het geluid te horen. Toen hij het raam open had sprong hij erdoor en landde gelukkig goed en brak hij niets. Zo snel hij kon rende hij naar de schuur waar zijn paarden stonden. Daar zou hij Spedo meenemen om zijn reis te vergemakkelijken, maar toen hij halverwege de schuur was, hoorde hij Robert achter vloeken. Snel probeerde hij verder te rennen, maar hij wist dat hij het waarschijnlijk niet zou halen.
"Ik vind het boekje wel, Thomas! Hoor je me! Ik vind hem wel!"
Snel rende Thomas verder, maar pas toen hij binnen in de schuur was, wist hij dat hij een redelijke kans zou hebben om weg te komen. Voordat hij echter Spedo uit zijn box haalde liep hij eerst naar boven. Vanuit het bureau dat daar stond haalde hij alle geldstukken en een klein zwart boekje dat hij in zijn borstzak stopte.






dit stuk: 1358 woorden
Totaal: 1358 woorden

Golovior

Terwijl hij het boekje in  zijn zak stopte hoorde hij Robert schreeuwen dat hij het boekje moest geven en dat spoorde Thomas nog eens extra aan. Snel klom hij weer naar beneden en sprong hij op Spedo die al stond te trappelen door zijn nerveuze baas. In galop verlieten ze de schuur via de achterkant en zonder om te kijken stormde ze samen weg over de weg richting de stad.
Een half uur later kwamen ze uitgeput in de stad aan, waar hij tegen werd gehouden door de poortwachters.
"Rustig, Thomas," begroette één van de poortwachters hem.
"Philip, blij dat ik je zie," begon Thomas terwijl hij van zijn paard af stapte, maar onmiddellijk bleef hij stokstijf staan toen hij de stadspoort door keek. Binnen de stad stond Ida te wachten op hem. Ze keek hem met een vrolijke glimlach aan en liep langzaam naar hem toe. Zonder nog een woord te zeggen sprong Thomas weer op Spedo en reed hij weg van de stad. Toen Thomas het gezicht van Ida zag terwijl hij op zijn paard sprong, wist hij dat hij er goed aan zou doen om zo snel mogelijk zo ver mogelijk weg te komen. Als ze hem ooit te pakken zou krijgen zou ze hem niet levend laten gaan voordat ze het boekje in handen zou krijgen wat nu bij hem in zijn borstzak zat. Ze leek hem even na te staan kijken, maar Thomas was al snel achter de stadsmuur verdwenen en Ida kon niet weten waar hij verder heen zou gaan vanaf dat punt. Een paar uur reed hij rustig door, totdat hij bedacht waar hij heen reed. Enkele kilometers verderop lag Briël, een grote havenplaats waar zou zus met zijn zwager een boerderij hadden. Zij zouden hem misschien wel kunnen helpen. Langzaam reed hij door. Steeds meer koopmannen kwam hij tegen die van en naar de stad trokken om handel te drijven met de schepen en toen de stad eindelijk in zicht kwam, hoorde Thomas achter zich zijn naam. Verbaast keek hij om en zag daar Bertrand, zijn zwager.
"Bertrand!" riep Thomas uit. "Wat fijn om je te zien, ik hoopte al dat je ergens in de stad zou zijn. Ik kan niet met zekerheid meer zeggen welke kant ik op zou moeten om bij jullie boerderij te komen." Het gezicht van Bertrand betrok en even scheen hij weg te willen rijden zonder verder nog iets te zeggen, maar hij bleef toch staan en keek hem geschrokken aan.
"Je wil bij ons op bezoek komen?" vroeg hij wat gespannen.
"Ja, is daar iets mis mee?"
"Nee, nee!" antwoordde Bertrand meteen met een gemaakte glimlach. "Tuurlijk niet, kom maar mee," zei hij terwijl hij omdraaide en de andere kant op reed. Thomas vertrouwde het al helemaal niet meer, maar zonder de hulp van Bertrand zou het lang kunnen duren voordat hij het huis van zijn zus en hem had gevonden.
"Wat is er aan de hand?" vroeg hij aan Bertrand terwijl hij naast hem ging rijden.
"Niets hoor, wat zou er aan de hand moeten zijn?" vroeg Bertrand met een frons.
"Weet ik niet," antwoordde Thomas, "Maar je bent nogal gespannen om me mee te nemen naar mijn zus en je boerderij."
"Het is al lang geleden dat je bij ons bent geweest," antwoordde Bertrand. "En je weet dat Herma niet houd van verrassingen." Dat kon Thomas zeker beamen. Hij had haar één keer verrast op hun bruiloft en het had bijna een maand geduurd voordat ze hem dat vergeven had. Nu kwam hij zonder waarschuwing binnenvallen, maar als ze wist waarom hij zo plotseling op de stoep stond, zou ze hem niet weigeren. Een half uurtje later reden ze het erf van de boerderij op en Herma kwam al meteen naar buiten gelopen toen ze hen aan zag komen rijden.
"Thomas!" riep ze verwonderd uit. "Wat doe jij nu hier?"
"Dat is een lang verhaal, waar ik jullie niet teveel mee lastig zal vallen," antwoordde hij haar. "Ik vroeg me af of jij nog wat moeite had gehad met het boekje." Herma staarde hem met grote ogen aan en draaide zich onmiddellijk terug om, om naar binnen te gaan. Thomas stapte af en liep meteen achter Herma aan, zijn paard achter latend waar hij stond. Binnen stond Thomas even raar te kijken. Over heel de grond lagen kaarten verspreid met landen en handelsroutes.
"Wat is dit?" vroeg hij terwijl hij zijn ogen op de kaarten gericht hield.
"We waren op zoek naar een plek waar we veilig zouden kunnen zijn om ons boekje te bewaren," antwoordde Herma met gebroken stem.
"Veilig voor wat?" vroeg Thomas, terwijl hij het antwoord wel kon raden.
"Je weet ervan," antwoordde Herma enkel, totdat hij haar vragend aankeek.
"Ze zijn ook bij jou geweest. De Orde van de Lagere. Ze willen Luco oproepen om hen te beteren. Ze denken hem in bedwang te kunnen houden."
"Noemen ze zich nu zo?" vroeg Thomas. Hij kon raden dat Robert en Ida bij deze Orde hoorde, maar hij snapte niet wat ze erbij moesten.
"Het zijn anderen. Ze hebben overal mensen al en zijn pas sinds enkele dagen actief. Om één of andere reden wisten ze dat ik een boekje over dat duistere wezen had en willen ze hem om hulp vragen, maar ik heb tot nu toe altijd aan hun greep kunnen ontkomen." Hier was Thomas blij om. Ze hadden nu nog twee van de drie boekjes in hun bezit en als ze deze in hun bezit hielden waren ze gered van het monster dan Luco heette.
"Ze waren niet alleen op zoek naar Luco," zei Herma uiteindelijk terwijl Thomas nog steeds naar de kaarten stond te kijken. Thomas keek vreemd op en met een vragende blik keek hij haar aan.
"Waar waren ze nog meer naar op zoek dan?" vroeg hij aan Herma toen zijn zus stil bleef.
"Ze wilde ook weten waar Gerald was." Thomas z'n ogen werden groot. Niemand wist van Gerald en al helemaal niemand wist wat er met Gerald aan de hand was. "Ze wilde hem meenemen, maar Bertrand heeft het kunnen voorkomen door één van hen neer te schieten met een bol ijs." Thomas knikte dankbaar naar Bertrand. Zelfs hij wist niet wat er met Gerald precies aan de hand was, het was alleen belangrijk dat de jongen, de zoon van Bertrand en Herma, beschermd bleef tegen iedereen die op zoek was naar de boekjes. Het was nog maar de vraag of de jongen van veertien zelf wel wist wat er precies met hem aan de hand was.
"Weet je al ergens waar we heen kunnen om de boekjes te beschermen?" vroeg Thomas. "Ik heb mijn boekje kunnen redden van Robert en Ida." Geschrokken keken Herma en Bertrand hem aan. Ze kenden Robert en Ida ook en klaarblijkelijk hadden ze net als Thomas gedacht dat ze nooit iets met Luco te maken zouden willen hebben.
"Wij gaan de bergen in," zei Bertrand met een bedroefd gezicht. "Maar voor we zouden willen gaan hadden we graag langs willen komen bij je." Thomas glimlachte naar Bertrand en Herma. Hij was blij dat ze aan hem hadden gedacht. Het was alleen niet nodig geweest; hij was al aangevallen door de Orde.
"We willen graag dat jij Gerald onder je hoede neemt," zei Herma plotseling, met een trillende stem. Geschrokken keek Thomas haar aan. Ze zou nooit zomaar haar eigen kind afstaan aan hem. Zeker niet zo'n belangrijk iemand als Gerald.
"Waarom?" vroeg Thomas verbaast.
"We kunnen hem niet bij ons houden," zei Bertrand terwijl hij een arm om Herma heen sloeg om haar te troosten. Alleen de gedachte al aan de komende gebeurtenis van het afstaan van haar kind, had haar in snikken uit doen barsten. "Ze weten dat hij degene is, al weet ik dat nog niet," zei hij met iets van frustratie in zijn stem. Het was altijd al een oeroud familiegeheim geweest, maar blijkbaar was de Orde er toch op één of andere manier achter gekomen.
"Oké," zei Thomas. "Ik zal op Gerald passen totdat dit allemaal over is, maar hij zal iets van zijn lot moeten horen van degene die het ook altijd heeft meegemaakt." Herma schudde haar hoofd.
"Ik kan dat niet," zei ze met trillende stem. "Ik weet kan het hem niet uitleggen omdat het per generatie iets veranderd en al helemaal als het van geslacht ook nog eens veranderd. Hij zal dit moeten horen van jou. Jij bent degene die hem het beste uit kan leggen wat er met hem aan de hand is, ook al ben jij niet degene die hetzelfde heeft meegemaakt." Gefronst stond Thomas zijn zus aan te kijken, niet wetende wat hij daarop moest antwoorden. Uiteindelijk knikte hij.
"Ik zal hem meenemen naar ergens anders. Hij zal van mij horen wat hij weten moet, maar ik doe dit alleen als hij ermee instemt." Herma knikte, wetende dat Gerald het juiste zou doen en met zijn oom mee zou gaan.
"Gerald?" riep ze naar een andere kamer. "Kom eens je oom Thomas begroeten." Binnen een paar seconde kwam Gerald de kamer in gerend zoekend naar Thomas.
"Oom Thomas!" riep hij uit en vloog met open armen op hem af. Ze waren altijd goede maatjes geweest en Thomas wist dat dat waarschijnlijk zou veranderen als ze samen op reis zouden gaan. Gerald was nogal wat lui en Thomas wilde vaak grote afstanden afleggen in zo'n kort mogelijke tijd.
"Wil je met je oom Thomas mee op reis?" vroeg Herma meteen aan Gerald, voordat ze ook maar een paar woorden met elkaar gewisseld hadden.
"Graag!" riep Gerald meteen uit. Het gezicht van Thomas betrok en hij wees Gerald een stoel om te gaan zitten.
"Het zal geen makkelijke reis zijn, maar je zult er veel van leren en zult moeten luisteren naar wat ik te vertellen heb," legde Thomas uit. "Als je niet naar me luistert zal er vanalles kunnen gebeuren en kunnen we in grote problemen komen." Gerald knikte en keek serieus naar Thomas terug.
"Ik zal luisteren en leren," antwoordde hij.
Een paar uur alweer nadat Thomas aan was gekomen bij de boerderij vertrok hij alweer, dit keer zonder Spedo, maar met Geraldo en heel wat proviand, wat extra geld en wat kleren die hij van Bertrand had gekregen. Nadat Gerald zijn vader en moeder had uitgezwaaid liepen Thomas en Gerald samen over de weg naar Briël. Ze zouden met de boot naar Alonoïa gaan om naar op zoek te gaan naar het derde boekje. Thomas wist niet precies waar hij deze zou vinden, maar hij wist wel dat het ergens in Alonoïa zou zijn. Al snel hadden ze de stad bereikt en wilde Gerald niet veel verder meer lopen. Hij wilde wat drinken in een herberg en daar nog afscheid nemen van wat vrienden van hem, maar Thomas zei dat ze daar geen tijd voor hadden, dus liepen ze verder naar de haven en al snel was Gerald vergeten dat hij naar de herberg had gewild.
"Kijk eens wie we daar hebben!" riep een man vanaf een handelsschip terwijl hij naar Thomas wees.
"Als dat niet Talk is!" lachte Thomas. Talk was de bijnaam van Henry Gluw, een koopman die de meest lange routes vaarde om zo het meeste winst uit zijn vrachten te halen. Geen enkele andere koopman had hem geloofd dat hij daarmee de meeste winst maakte, maar uiteindelijk had hij een heel handelsemperium opgebouwd en bezat bijna de meeste schepen in de hele haven.
"Heb je nog wat graan voor me?" vroeg Henry aan Thomas.
"Nee, niet meer na de creatie van het ravijn," zei Thomas met een steek van pijn. Hij had het altijd fijn gevonden om zaken te doen met Henry, maar na de creatie van het ravijn was het onmogelijk geworden om nog zo'n reis te maken voor zo weinig. Daarbij was er in de stad genoeg honger om voor genoeg geld het graan te verkopen. "Ik ben met mijn neefje op weg naar Alonoïa en ik hoopte in de haven een schip te kunnen vinden wat ons daarheen zou kunnen vervoeren."
"Alonoïa hè," zei Henry terwijl hij aan zijn stoppelbaard krapte. "Volgens mij moet ik daar zelf ook nog een vracht ophalen. Zin om mee te varen?" Thomas begon te glimlachen. Hij had gehoopt dat hij met iemand mee kon varen, maar had het nooit verwacht dat het met Henry zou zijn.
"Tuurlijk willen we meevaren!" riep Thomas uit en hij duwde Gerald richting de loopplank van het schip. "Dit is Gerald, mijn neefje," zei Thomas terwijl ze samen over de loopplank het schip op liepen. Henry kwam hen tegemoet gelopen en schudde de hand van Gerald. 
"Welkom op de Golvenvanger. Ik ben de kapitein, Henry Gluw, maar noem me maar Talk, net als iedereen," stelde Henry zich voor met een grote glimlach.
"Ik ben Gerald Noë." De ogen van Henry werden groot.
"De echte Gerald Noë? Ik wist niet dat je familie was van zo'n bekendheid," zei Henry tegen Thomas. Gespeeld lachte Thomas om de woorden van Henry.
"De enige echte. Ga maar vast op zoek naar een kamer," zei Thomas tegen Gerald. "Ik praat nog even door met Henry." Gerald liep al naar het onderdek toen Thomas Henry bij zijn arm mee trok naar de reling. "Talk," begon Thomas, "Je moet me beloven dat je hem niets vertelt over zijn bekendheid. Hij weet er zelf nog niets van en als hij het van de verkeerde hoort, kan dat heel zijn leven door de war schoppen."
"Hij weet het zelf nog niet?" vroeg Henry verbaast.
"Nee, hij is pas veertien en als hij het nu al te horen krijgt, kan dat grote gevolgen hebben tot de balans. Als hij ervoor kiest om het kwade wezen Luco op te roepen kan dat heel de wereld vernietigen zoals we hem nu kennen."
"Ik snap het. Je wil natuurlijk dat ik ook niets tegen de bemanning zeg over wie hij is?"
"Nee, liever niet. Als het niet anders kan, geef dan alleen zijn voornaam, maar houd alsjeblieft geheim wie hij is." Henry knikte een keer om aan te geven dat hij zijn mond niet voorbij zou praten hierover en ging toen achter Gerald aan naar het onderdek om hem zijn kamer te wijzen. Thomas bleef nog even op het dek staan en keek uit over de haven.




Dit stuk: 2385 woorden
Totaal: 3760 woorden

Golovior

Een uur later verliet het schip de haven van Briël om zijn tocht te beginnen naar Alonoïa. Gerald zat al snel weer aan dek om over de zee uit te kijken, maar dat scheen hij toch minder mooi te vinden dat Thomas in eerste instantie dacht, want na een kwartier ging hij alweer naar zijn kamer toe. Thomas, die even met Gerald wilde praten, ging meteen achter hem aan.
"Kan ik je even spreken?" vroeg Thomas toen Gerald de deur van zijn kamer open deed. Enthousiast knikte Gerald en liet hem in zijn kamer. "Je moet enkele dingen van jezelf weten, voordat we in Alonoïa aankomen."
"Ik ken mezelf denk ik redelijk goed. Ik weet dat ik iedereen wil helpen en dat dat soms niet in mijn voordeel is," scheen Gerald te kopiëren van wat zijn ouders hem altijd gezegd hadden. Thomas wuifde het weg en Gerald hield zich stil, niet wetende wat hij dan moest verwachten.
"Dat bedoel ik niet. Je bent anders dan alle andere mensen, en dat heeft gedeeltelijk te maken met dat je altijd iedereen wil helpen. Ik weet niet precies hoe ik het uit moet leggen omdat ik zelf er nooit echt mee te maken heb gehad, maar je moeder had hetzelfde. Ze wilde ook altijd iedereen helpen." Trots knikte Gerald om deze opmerking. Hij was duidelijk blij dat zijn moeder ook altijd klaar stond voor andere.
"Je bent speciaal. Jij bent de enige die Luco naar jou wil kan laten handelen." De ogen van Gerald werden groot.
"Dat kan niet,"  antwoordde Gerald vastbesloten. "Niemand kan Luco laten doen wat hij wil."
"Wel iemand in onze familie. Je zult over de komende weken geschiedenis van mij krijgen over wat onze familie allemaal heeft gedaan met deze kracht. Je zult leren dat deze kracht van jou niet alleen goede dingen heeft gedaan, maar ook kwade, en wat hiervan de gevolgen waren." Gerald knikte dat hij begrijpte dat hij dat moest leren.
"Wanneer gaan we met die lessen beginnen?" vroeg Gerald nieuwsgierig. Hij wilde graag leren over zijn familie ook al geloofde hij nog steeds niet dat hij zijn wil aan Luco op kon leggen.
"Meteen denk ik maar. Nu we hier stil op dit schip moeten zitten de komende twee weken lijkt het me verstandig dat we ook nog wat gaan doen."
"Twee weken!" riep Gerald verbaast uit. Hij had duidelijk niet verwacht dat de reis zo lang zou duren.
"Je had toch niet gedacht dat je in twee uur naar de andere kant van het continent zou kunnen varen hè?"  vroeg Thomas met een glimlach.
Een uur later zaten Thomas en Gerald tegenover elkaar aan de tafel. Thomas had uit de rugzak die hij van Herma had gekregen een boek gepakt, wat duidelijk al heel oud was. Verschillende vellen waren er los in geschoven, terwijl de achterkant van het boek bijna volledig los hing van de voorkant.
"Dit is het boek van onze familie," begon Thomas met de les. "Hierin staan alle verhalen van onze voorouders over het gebruik van onze gaven. Sommige hebben er niets in gezet omdat ze een leven hebben geleid zoals dat van je moeder. Stil en zonder gebruik van de gaven, maar elke persoon met de gaven word uit dit boek geleerd, om te laten zien wat de gaven met iemand kan doen. Elke persoon kan namelijk goed doen met zijn gaven, wat duidelijk te zien is in het boek en sommige doen het kwaad met de kennis die ze uit dit boek vergaard hebben. Alle hebben ze echter gestudeerd vanuit dit boek en allen hebben hun leven geleid zoals staat in dit boek." Gerald hing bijna letterlijk aan de lippen van Thomas om alle woorden mee te krijgen. "We beginnen met de kennis van het verkrijgen van deze kracht." Gerald knikte en ging achterover in zijn stoel zitten, maar zijn ogen stonden ver open en hij keek verwachtingsvol naar Thomas op om ook nu in dat verhaal elk woord naar binnen te zuigen. Thomas sloeg het boek vooraan open en begon te lezen.

Vanmorgen was het zover. Luco had ons uitgenodigd voor een gesprek bij hem in het kasteel. Hij wilde Guido spreken, maar Guido is nog maar een baby en kan nog niet spreken, dus ging ik mee. Toen we aankwamen bij het kasteel werden we ontvangen door Brian. Hij wilde in eerste instantie Guido alleen naar Luco brengen, maar dat was niet aan de orde. Hij zou gedood worden doordat Luco niets van hem zou snappen. Hij zou het niet overleefd hebben. Maar nu, nu was het goed gegaan. Nu was Guido nog in leven.
We stapte de kamer van Luco in. Of het leek eerder een zaal. Over heel de bovenrand leken mensen te staan kijken, maar allemaal gingen ze doodstil en hadden ze hun ogen dicht. Ik denk dat ze dood waren. Misschien waren het de mensen die Luco wilde laten doen wat zij wilde, maar alle hadden dit met hun leven moeten bekopen. Gespannen ben ik met Guido doorgelopen en zag uiteindelijk Luco in zijn rode gedaante naar ons staren vanaf het bed. Onmiddellijk ben ik met Guido op mijn knieën gevallen en bood Guido aan hem aan. Maar hij nam hem niet van me aan. Hij zei dat ik goed had gedaan om Guido naar hem toe te brengen, maar dat dat niet de bedoeling was geweest. Uit angst probeerde ik al teruguit te schuiven toen ik Guido op de grond had neergelegd. Kwaad kwam Luco op me af, maar toen hij zag dat ik Guido neer had gelegd tussen ons in en ik steeds verder weg kroop, liet hij me gaan. Wat er precies met Guido gebeurt is weet ik niet, maar Luco zei tegen Guido dat hij zijn zoon was en dat hij altijd naar hem zou luisteren. Ik weet niet hoe hij daarbij kwam, maar ik ben zo snel mogelijk daar weg gegaan. Guido heb ik achter moeten laten, maar Luco beloofde me wel dat ik hem nog terug zou zien. Guido leeft. Ik voel het.
Het is nu enkele weken geleden dat Luco Guido heeft afgenomen en nog huil ik elke nacht om hem, maar vandaag kwam ik een jongetje tegen die zei dat hij Guido, zoon van Luco was. Ik wist niet wat ik zag, maar hij had inderdaad dezelfde kleur ogen en hij kende mij als zijn biologische vader. Ik kon bijna niet geloven dat Guido opnieuw voor me stond en dat hij terug bij ons kwam wonen en leven. Luco had hem laten gaan naar zijn ouders omdat hij de mensen wereld diende te leren kennen, maar had hem verteld dat hij altijd naar Guido zou luisteren. Guido is een gezegend kind. Gezegend door het duistere wezen Luco. Maar wat moet ik nu met Guido. Al zijn vriendjes zijn nog maar klein. Niemand wil nu nog contact met ons hebben nu we het kind van Luco terug bij ons in huis hebben genomen. Ik ben bang dat we zullen moeten vluchten binnenkort om aan de boze buren te ontkomen. Als we hier blijven ben ik bang dat ze Guido zullen doden en wij de toorn van Luco over ons heen zullen krijgen.
Na het moment dat Guido terug is gekomen bij ons, heb ik maar weinig rust gehad. Guido is nu een week terug, maar ik heb minder dan één volle nacht geslapen. Luco wil dat we blijven wonen waar we wonen. De mensen horen Guido te aanbidden vindt hij. Toch blijven de mensen steeds vaker terug komen om Guido iets aan te doen, ook al weten ze ondertussen wel dat hij beschermd word door Luco. Elke keer als ze Guido iets aan proberen te doen, word op dat zelfde moment één van hun eigen familieleden gemarteld. Maar elke keer denken ze dat ze Guido kunnen pakken en als hij dood is het gemartel zal stoppen. Guido heeft vanavond aan Luco gevraagd of ze de stad uit mogen en Luco heeft met veel moeite toegestemd. "Zolang je maar niet verder dan 10 kilometer weg gaat,"antwoordde hij.
Het is ondertussen drie jaar geleden dat we verhuist zijn naar het platte land en Guido begint nu een jonge man te worden. Hij werkt hard mee op het platte land, maar elke keer als Luco in de buurt komt, schijnt hij te vergeten wat hij aan het doen was en begint hij een ellelang gesprek met hem over wat we nu eigenlijk buiten de stad doen. Ik denk dat Luco regelmatig last heeft van geheugenverlies, maar ik ga dat niet tegen Guido zeggen. Ik wil geen ruzie met hem krijgen zoals de buurjongen. Janus heeft ruzie met Guido gehad en dat is in een handgevecht uitgelopen. De dag erop zat Janus onder de bulten en was hij binnen een uur dood. Ik denk dat Luco er iets mee te maken had. Guido wil er niets over kwijt en ik durf er ook niet meer over te beginnen.
Ik wist niet dat vader dit boek aan het bijhouden was. Ik las het gister en heb ruzie gehad met vader. Nu is hij dood door wat ik heb gedaan. Ik zal Luco hiervoor moeten laten boeten. Ik zal hem laten zien wat macht over iemand betekend. Hij heeft me mijn echte vader afgepakt en nu pak ik hem zijn vrijheid af.
Ik heb Luco zo ver gekregen dat hij nu altijd zal blijven luisteren naar mijn familie. Iedere nakomeling van mij zal iets van invloed hebben op Luco. Naar iedereen zal hij moeten luisteren en mag ze niet doden. Toch wil ik wel dat iedereen op past met wat ze doen. Als ze Luco dwingen dingen te doen kunnen ze nog in de problemen komen. Dat heb ik Luco niet kunnen laten beloven.
Vanaf dit moment word dit boek gebruikt om de acties van Luco op te schrijven en bij te houden wie wat gedaan heeft met Luco. Ik zal de eerste zijn, maar zeker niet de laatste en er zal nog voor lange tijd geregeerd worden over Luco door mijn geslacht.
Het is nu enkele jaren geleden dat ik Luco zijn belofte af heb genomen en ben getrouwd met Ida. Ze is de mooiste en liefste van iedereen. We hebben zelfs ondertussen een dochter gekregen, Wilma. Ze is net zo mooi als Ida. Ik weet alleen niet wat ik met haar aanmoet. Ze is nog zo jong en weet nog zo weinig over de wereld. Als ze ooit met Luco oog in oog komt, zal ik haar verliezen, omdat ze niet weet wat Luco doet. Ze zal haar vermorzelen voordat ze iets gezegd kan hebben. Ik moet iets doen om dat te voorkomen. Morgen, dan is het tijd om Luco een nieuwe afspraak af te troggelen. Dan zal ik zorgen dat Luco niets met haar kan doen.
Het is gebeurt. Luco is heeft haar gezien. En hij heeft haar gedood. Hij was sneller dan ik had verwacht, maar ik heb hem uiteindelijk een afspraak afgenomen. Wilma was ons eerste kind, maar ons tweede kind laat hij met rust tot de leeftijd van vijftien. Over zestien jaar zal er een nieuw meisje op de wereld staan, die hem wel in de hand kan houden. Over zestien jaar zal mijn tweede dochter de baas zijn over Luco. Maar voor nu moeten Ida en ik het verdriet gaan verwerken over het verlies van Wilma. Ze zal gewroken worden, al kost het een eeuwigheid.
Gerald keek met betraande ogen naar Thomas op. Het was niet een leuk verhaal om aan te horen, maar het was dan ook een verhaal over het monster Luco. Het wezen dat eeuwen geleden gemaakt was door een sterke magiër die meer kracht wilde krijgen. Luco was het wezen dat de magie moest geven. De energie aan de magie moest leveren die deze magiër gebruikte. De magiër die er niet aan gedacht had, dat hij ooit dood zou gaan, of misschien wel aan gedacht had, maar er niet aan gedacht had dat er dan een berg energie in Luco zou stromen die onkenbaar was.
"Het is een verhaal over het verleden. Ons verleden," begon Thomas terwijl hij Gerald in de ogen aankeek. "Hij heeft sinds dien ook altijd moeten boeten. Het is namelijk niet de laatste afspraak geweest die Guido aan Luco heeft afgedwongen. Andere zullen later volgen, maar daarover vertel ik je de volgende keer meer. Voor nu hebben we genoeg gehoord. We zullen morgen verder gaan." Op dat moment klonk er een schreeuw op het dek en geschrokken sprongen Gerald en Thomas op. Gezamenlijk stormde ze naar het dek, waar het plotseling donker was geworden. Meteen wist Thomas wat er aan de hand was. Er was maar één wezen wat het zo donker kon laten worden over zo'n grote afstand. Luco had iets te maken met hun huidige situatie.




Dit stuk: 2132
Totaal: (volgend onder volgende stuk)

Golovior

"Luco, wezen van het duister, kom tevoorschijn!" riep Thomas in de duisternis en door een onzichtbare kracht werd Thomas achteruit geslingerd. Geschrokken zag Gerald Thomas door de lucht vliegen en tegen de reling aanslaan.
"Luco, wezen van het duister. Luister naar je toekomstige meester. Scheer je weg en laat je niet meer zien bij dit schip!" riep Gerald de duisternis in. Een oorverdovende schreeuw weerklonk vanuit de duisternis en vrijwel meteen begon de duisternis te verdwijnen en kwam het schip terug in zicht. Gerald rende naar Thomas toe, toen het duister uiteindelijk helemaal verdwenen was. Thomas glimlachte naar hem nog net voordat zijn ogen dicht vielen.
"Aan de kant, jongen," zei Henry van achter Gerald terwijl hij Gerald aan zijn schouder achteruit trok. Samen met een bemanningslid pakte hij Thomas op en droeg hem naar het bed in zijn kamer.
"Wat was dat nu? Luisterde dat monster naar jou?" vroegen enkele bemanningsleden. Zonder te antwoorden liep Gerald weg van de groep en wilde onder het dek naar de kamer van Thomas, maar elke keer als hij in de buurt dacht te komen van de deur naar het onderdek, werd hij opnieuw aangeklampt door bemanningsleden.
"Ik wil naar mijn oom!" riep Gerald tenslotte angstig toen hij ingesloten werd door allemaal bemanningsleden die hem steeds meer vragen begonnen te stellen. Enkele wilde dat hij Luco op zou roepen om hen met wat magie te transporteren naar Alonoïa. Andere wilde dat hun gezin bij hen was, terwijl weer andere bergen met geld wilde. Gerald kon het allemaal niet meer horen en wilde net in elkaar duiken toen er vanaf een afstandje werd geroepen dat ze hem moesten laten gaan. Met grimmige gezichten lieten de bemanningsleden Gerald gaan.
"Jullie laten Gerald vanaf nu met rust!" riep Henry boos naar de bemanningsleden. "Iedereen die dit weigert wordt gekielhaald en kan in Alonoïa achterblijven om op zoek te gaan naar ander werk." Er werd hier en daar gemompeld dat ze hem niet meer zouden storen. Henry knikte tevreden en bracht Gerald naar beneden naar de kamer van Thomas.
"Dank je voor het redden van de Golvenvanger," zei Henry terwijl ze over het onderdek liepen. "Het heeft alleen meer gevolgen gehad dan je zelf zou denken." Verbaast keek Gerald op naar Henry.
"Wat is er dan mis?" vroeg Gerald.
"Ow, er is niets mis," antwoordde Henry, "maar zoals je zojuist al gemerkt hebt, zijn er vele mensen die je krachten voor hun eigen doeleinden willen gebruiken. Niet alleen mijn bemanningsleden, maar ook iedereen die nog vanalles willen bereiken in de wereld."
"Wat moet ik dan doen?" vroeg Gerald wat geschrokken. "Ik wil graag mensen helpen, maar ik kan niet iedereen helpen als iedereen mijn hulp wil."
"Je moet je gedeist houden." Gerald knikte. Gezamenlijk liepen ze de kamer van Thomas binnen. Thomas lag bewusteloos op bed.
"Komt het wel allemaal goed met hem?" vroeg Gerald met een trillende stem.
"Zeker," antwoordde Henry. "Hij heeft alleen een klap gekregen tegen de reling, maar hij komt er weel helemaal bovenop, als we hem maar wat rust geven." Gerald knikte en wilde zich omdraaien om de kamer uit te gaan. "Het lijkt me slimmer als jij je de komende dag niet veel op het dek laat zien," zei Henry, voordat Gerald de kamer uit gelopen was. Gerald keek om en knikte een keer. "Ik denk dat je zelfs beter hier in deze kamer kan blijven. Hier zullen ze je niet zoeken."
"En eten dan?" vroeg Gerald met opgetrokken wenkbrauwen. Henry grinnike een keer.
"Maak je daar geen zorgen om. Ik breng je persoonlijk je eten. Kan ik meteen even de status van Thomas controleren." Gerald begon te glimlachen en ging een stoel zitten naast het bed. Totdat hij zich bedacht dat hij hier in deze kamer niet veel kon doen.
"Zou u de rugzak van oom Thomas uit mijn kamer kunnen halen?" vroeg Gerald vriendelijk aan Henry. Hij knikte en verliet onmiddellijk de kamer om de rugzak van Thomas uit de kamer van Gerald te halen. Een minuutje later was hij terug met de rugzak en meteen pakte Gerald het geschiedenisboek van zijn familie eruit. Geschrokken bedacht hij zich dat Henry nog in de kamer was en keek naar hem op.
"Rustig maar hoor," zei Henry. "Ik zal je het boek niet afpakken. Ik weet wat het is, heb het zelf ook gelezen." Met gefronste wenkbrauwen keek Gerald Henry aan. Deze wuifde het weg en verliet uiteindelijk met een glimlach de kamer, waarna Gerald het boek open sloeg en begon te lezen.
Ida is weer zwanger. Ze is ondertussen al bijna twee maanden zwanger zelfs. We hebben hier een jaar naartoe gewerkt en hebben al die tijd niets meer van Luco gehoord. Het lijkt erop dat hij naar mijn opdrachten geluisterd heeft en laat hij ons de komende zestien jaar met rust. Nu hebben we dus rust en kunnen we eindelijk ons leven oppakken waar we vorig jaar zijn gebleven.
We hebben een zoontje, Wilbert hebben we hem genoemd. Hij lijkt op mij, zegt Ida, maar ik vind hem ook weer net zo mooi als Ida. Ze is dolblij met hem, maar toch komt nu ook weer de pijn naar boven van wat er met Wilma is gebeurt. De pijn lijkt niet minder te zijn geworden, maar zich terug getrokken te hebben. We zitten nu elke avond bijna samen te huilen om wat er anderhalf jaar geleden met Wilma is gebeurt. Wilbert vrolijkt ons wel op, maar toch blijft de pijn van Wilma aanwezig. Ida wil dat ik Luco oproep om hem te vragen ons los te laten, maar ik durf het niet opnieuw aan, nu Wilbert nog zo klein is. Ik kan het verlies van Wilbert niet bij het verlies van Wilma hebben. Ida zal op haar verzoek moeten wachten.
Het is alweer tien jaar geleden dat Wilbert is geboren en het is moeilijk om niets te zeggen over Luco. We hebben echter aan elkaar beloofd dat hij niets zou horen totdat hij aan de vooravond stond van zijn vijftiende verjaardag. Hij kent Luco ondertussen wel. Hij is niet zelf direct met hem in aanraking geweest, maar de boerderijen om ons heen hebben ondertussen heel wat dieren verloren die verbrand zijn. Waarschijnlijk door Luco, omdat ze zomaar uit het niets vlam hebben gevat schijnt. Waarschijnlijk wil Luco dat ik met hem contact opneem, maar ik weiger het zolang Wilbert nog niet oud genoeg is om te weten wat hem de rest van zijn leven te wachten staat.
Luco is nu echt te ver gegaan. Hij heeft nu niet zomaar een koe genomen om te verbranden, maar de beste vriend van Wilbert. Billie. Hij was aan het zwemmen in het meertje achter de boerderij vanzijn ouders en hij is verdronken. Hij kon goed zwemmen en wist dat hij niet te lang in het meertje moest blijven. Luco moet hier achter zitten. Over een jaar, als Wilbert oud genoeg is zal hij ervoor boeten, dat is iets wat zeker is.
Thomas kreunde een keer en Gerald legde het boek naast zich neer.
"Oom Thomas. Hoe is het met u?" vroeg Gerald toen Thomas z'n ogen open deed.
"Gerald?" vroeg Thomas met zwakke stem.
"Ja oom, ik ben bij u."
"Dank je voor je ingreep, maar het was niet direct nodig geweest,  en heeft dus onnodig kwaad gedaan."
"Hoe bedoeld u, oom?" vroeg Gerald verbaast. Hij had toch echt zelf gezien dat Luco zijn oom weg had gegooid door de lucht. Hoe kon het dan onnodig zijn dat Luco aan werd gesproken door iemand waarna hij zou moeten luisteren.
"Hij kon niets met het schip doen, omdat hij erop stond." Verbaast keek Gerald naar Thomas.
"Maar er zou veel met het schip kunnen gebeuren als het door het donker zou varen."
"Niet zolang je erop aanwezig zou zijn. Luco zou je moeten beschermen en dus de duisternis opheffen voordat er iets zou gebeuren, of de obstakels uit de weg ruimen." Gerald knikte en liet zich weer in de stoel zakken. Op dat moment kwam ook Henry binnen met het avondmaal.
"Ahh, kijk eens wie daar komt kijken in de levende wereld." Henry zette het eten op de tafel en ging naast de stoel waar Gerald op zat aan het bed staan. "Hoe gaat het met de zieke?"
"Goed hoor," zei Thomas terwijl hij rechtop wilde gaan zitten. Hij werd echter tegengehouden door Henry.
"Blijf jij nog maar even rustig liggen. Het eten is nog te warm voor je om te eten en ik denk dat we even moeten praten over wat er precies met Gerald gaat gebeuren als we in Alonoïa aankomen. Mijn bemanningsleden weten nu wie hij is, doordat hij een directe opdracht aan Luco heeft gegeven en hij deze heeft uitgevoerd."
Thomas kwam bezorgt toch rechtop zitten. "Wat moeten we hiermee nou doen. De mensen zullen allemaal weten dat we in Alonoïa zijn, waardoor we geen moment rust meer zullen krijgen."
"Wat ik kan doen is jullie een voorsprong geven als we in Alonoïa zijn," stelde Henry voor.
"Ik kan mijn bemanning aan boord houden met een vergadering over wat er gedaan moet worden voordat we weer vertrekken. Vreemd zullen ze het niet vinden, omdat dat vaker gebeurt. Hierdoor kunnen jullie dan wegkomen, maar langer dan een kwartier zal het niet duren, dus je zult op moeten schieten." Thomas gromde een keer.
"Ik denk dat we niet meer tijd kunnen krijgen en het zou al fijn zijn als we een kleine voorsprong zouden krijgen." Henry knikte.
"Het is gewoon lastig dat Luco moest besluiten ons lastig te gaan vallen."
"Dat is het zeker,"  bromde Thomas.
"Wat is er precies aan de hand," vroeg Gerald wat verlegen. Thomas zuchtte een keer voordat hij antwoord gaf.
"Je hebt Luco gezegd dat hij weg moest gaan en het schip met rust moest laten. Doordat jij de enige, op je moeder na, bent die controle heeft over Luco willen mensen nu dat je dingen voor hen gaat doen. Luco opdrachten geeft om uit te voeren. We moeten echter zorgen dat je zo snel mogelijk uit de mensen verdwijnt en dat de mensen je vergeten, anders zul je nooit meer rust hebben. Dat is de reden waarom je moeder een boerderij had. Als mensen erachter zouden komen dat ze de baas is over Luco, zou ze moeten verdwijnen zonder dat iemand het door zou hebben."
"En waarom ben ik dan nu niet bij haar? We zouden dan toch beter bij elkaar kunnen blijven?" vroeg Gerald door. Het was duidelijk dat hij de reis niet zo leuk meer vond als hij in eerste instantie had gedaan.
"Omdat er enkele dingen gebeurt zijn de laatste dagen. Eergister kwam een oude werknemer van met terug bij de boerderij. Ik had hem niet meer gezien sinds de creatie van het ravijn. Hij was op zoek naar een boekje, een boekje wat ik bewaard heb voor je moeder. Hierin staat wat informatie over Luco en hoe hij ons gekozen heeft om zijn leider te worden. Nu wil deze groep, die zich De Orde van de Lagere. Een groep die zich achtergesteld voelt van de rest en probeert met de hulp van Luco de hogere klasse te evenaren. Ze willen geld, macht en alles wat de hogere klasse heeft."
"Waarom werken ze daar dan niet voor?"
"Mensen zijn lui. Als ze kunnen krijgen wat ze willen door niets te doen, dan doen ze dat. Daarbij is het ook een deel gemakszucht dat ze hebben. Als ze de controle hebben over Luco, zullen ze nooit meer hoeven werken of te luisteren naar iemand."
"Dat kan toch nooit goed gaan?" vroeg Gerald.
"Dat zou je denken hè?" reageerde Henry. "Het is alleen zo dat deze mensen zo dom zijn als het achtereind van een varken om te luisteren naar wat Hildebrand Nozeër zegt. Hij stookt de mensen op om op zoek te gaan naar een manier om Luco te doen luisteren naar zijn wil. Hij beloofd ze dingen die ze anders nooit zouden krijgen in ruil voor de macht over Luco."
"Weet je wie erachter zit?" vroeg Thomas verbaast. Henry knikte.
"Ja, ik kwam erachter in mijn reis naar Pallanosië. Één van mijn gasten op de Baanbreker had het over Luco en wat hij ooit nog van hem zou krijgen. Ik heb hem half dronken gevoerd en heb hem toen uitgehoord over wat hij wist. Toen je zojuist de Orde van de Lagere noemde wist ik meteen dat die Hildebrand Nozeër erachter zat. Hij is degene geweest die mijn klant van toen zo opgefokt had om op zoek te gaan naar de boekjes."
"Maar hoe weet je dan dat het dezelfde is?"
"De soort mensen die hij aantrok. Laag of niet opgeleidde mensen. En hij wist van de boekjes. Het is wel erg toevallig dat jou werknemers wisten van het bestaan van de boekjes." Thomas knikte. Henry was altijd een ster geweest in het leggen van verbanden en vaak waren deze dan ook kloppend.
"We moeten zorgen dat we uit de buurt blijven van die Hildebrand Nozeër," zei Thomas. "Als hij jou in handen krijgt, kan hij doen met Luco wat hij wil. Maar we hebben nu grotere zorgen. Je zult jezelf moeten leren beschermen. Je zult magie moeten leren gebruiken," richtte hij zich op Gerald.
"Magie leren?" zei Gerald, terwijl hij witjes weg trok. "Mama heeft me altijd gewaarschuwd voor magie." Thomas knikte. Hij wist waarom Herma bang was voor magie, maar toen hij het hele boek had gelezen, wist hij waarom ze bang was en dacht hij te weten wat hij eraan moest doen.
"Ik denk dat ik je kan helpen met het onder controle krijgen van de magie," zei Thomas tegen zijn neefje. "Ik denk dat ik weet waarom je moeder altijd de magie geweerd heeft bij je in huis. Het lijkt me echter wel beter dat je magie leert te gebruiken, al is het maar om je te beschermen tegen de mensen die allemaal dingen van je gaan willen." Een beetje gespannen knikte Gerald. Hij snapte duidelijk dat hij magie moest leren, maar het was een hele stap. Zijn moeder had nooit magie leren gebruiken en zijn vader had het nooit gebruikt bij hen in de buurt. Zijn oom Thomas gebruikte regelmatig magie en nu zou hij magie van hem gaan leren.
"Je kunt het wel, dat weet ik zeker. Het is echter een kwestie van in de hand houden. Dat zal voor jou iets moeilijker zijn dan voor de andere mensen, omdat jij je magische krachten direct van Luco krijgt. Hij geeft je de kracht om magie te gebruiken terwijl andere mensen de kracht voor de magie uit hun omgeving of uit zichzelf moeten halen." De angst in de ogen van Gerald groeide. Hij had die middag nog een idee gekregen van hoeveel magie Luco kon gebruiken en het was niet weinig. Als hij de magie direct van Luco zou krijgen zou dat betekenen dan er erg veel kracht van hem uit zou gaan de magie in. Wat voor effecten dit zou hebben, wist Gerald niet precies, maar het kon erg uit de hand lopen.




Dit stuk: 2507
Totaal: 8382